PvdA wil terug naar wat leeft op straat

Heroriëntatie

Hoe verder na de dreun van 15 maart? De PvdA moet van een bestuurderspartij veranderen in een ‘beweging’, zegt partijprominent Paul Depla. „We lijken wel een organisatie van beleidssectoren.”

De politiek leider van de PvdA, Lodewijk Asscher, dinsdag in Hilversum vlak voor de partijbijeenkomst. Foto Bas Czerwinski / ANP

Het kwam door het toeval, maar de timing was uitstekend. Op de dag dat Lodewijk Asscher aan de informateur vertelde dat hij écht niet wil gaan regeren, presenteerde de PvdA haar nieuwe bestaansreden. En die luidt: minder besturen, meer het maatschappelijk debat bepalen. De partij moet veranderen van een bestuurderspartij in een „beweging” die midden in de samenleving staat. „Van macht naar invloed.”

Hoe kan de PvdA zich herstellen van de desastreuze nederlaag van 15 maart? Met die vraag maakte partijprominent Paul Depla, burgemeester van Breda, een rondgang langs honderden mensen binnen en buiten de partij. Dinsdag zette hij zijn bevindingen uiteen op een avond in Hilversum die nadrukkelijk géén partijbijeenkomst mocht heten. „Een avond waarvan je zegt: volgende keer neem ik familie en vrienden mee”, zei partijleider Asscher.

Depla’s belangrijkste aanbeveling: de PvdA moet veranderen van een club van technocratische bestuurders in een „beweging van themanetwerken” die door middel van festivals, acties, plannen en ‘safari’s’ het maatschappelijke debat weer naar zich toetrekt. Alleen op die manier kan de partij het gevoel terugkrijgen voor wat leeft op straat.

In tegenstelling tot eerdere rapporten over nederlagen staat Depla maar kort stil bij de verkiezingscampagne. Die „kwam te laat op gang, was zwabberend en leunde te veel op de automatische piloot”. Hij adviseert ook om de lijsttrekkersverkiezing de volgende keer niet drie maanden voor de verkiezingen te houden, maar minstens een half jaar.

Lees alles over de laatste ontwikkelingen binnen de formatie in ons formatieblog.

Genadeloos oordeel

Over de prestaties van de PvdA in het kabinet-Rutte velt Depla een bekend, maar daarom niet minder genadeloos oordeel: de partij slaagde er volstrekt niet in een eigen geluid te laten horen. De successen die er wel degelijk waren, werden volstrekt niet herkend door de kiezers – of gezien als het uitvoeren van VVD-plannen. „De PvdA was het regeringsbeleid. En het regeringsbeleid was de PvdA.”

Ook zegt Depla, zonder diens naam te noemen, dat oud-leider Diederik Samsom beter minister had kunnen worden dan fractieleider, omdat hij faalde als ‘buitenboordmotor’ van het kabinet – met die eer gingen de constructieve oppositiepartijen aan de haal.

Lodewijk Asscher had dinsdag ook een gesprek met informateur Herman Tjeenk Willink. Foto Bart Maat / ANP

De neergang van de sociaal-democratie is volgens Depla te danken aan de ‘netflixisering’ van de maatschappij: bevolkingsgroepen trekken zich steeds meer terug in eigen kring. Ze hebben allemaal hun eigen partij: 50Plus voor de senioren, Denk voor moslims, D66 en GroenLinks voor hoogopgeleide kosmopolieten in de grote steden. Dat is rampzalig voor partijen als de PvdA, die alle groepen tegelijk proberen aan te spreken.

Dát streven moet de PvdA niet loslaten, zegt Depla. Als ze geen brede volkspartij meer is, verliest ze haar bestaansrecht. Maar hoe kan zo’n soort partij in hemelsnaam weer in het gevlij komen bij de kiezers? Naast zich omvormen tot een ‘beweging’, moet de PvdA ook kiezen voor vier maatschappelijke vraagstukken: werk, klimaat, zorg en de multiculturele samenleving. Wat deze thema’s bindt is dat ze allemaal raken aan de ‘bestaanszekerheid’ van mensen. Op die manier moet PvdA meer een club worden van betrokken burgers en minder van experts en beroepspolitici. Depla: „,We lijken wel een organisatie van beleidssectoren.”

Gezelliger

Ook belangrijk: de PvdA moet gezelliger worden en minder betweterig. Er moet meer gelachen worden. „Wij zijn nooit tevreden”, schrijft Depla. „We zijn altijd de partij die wijst op tekortkoming.”

Dit werd extreem zichtbaar in kabinet- Rutte II: vier jaar lang werd de partij gegijzeld door het chagrijn van de leden. Op bijeenkomsten bestreden ze elkaar met amendementen, moties en komma’s. Bedong de PvdA in het kabinet een generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielkinderen, dan zeiden de leden: waarom hebben jullie nog geen pardon voor volwassenen geregeld? Depla noemt dit ‘regeren met buikpijn’: de PvdA bestuurt, maar voert ondertussen oppositie tegen het eigen beleid. Hoogste tijd om af te rekenen, vindt Depla, met dit ‘Ome Harry-syndroom’: die vervelende oom die iedere keer het familiefeestje verpest met zijn gemopper.

Depla zag het zelf bij de partijraad na de historische nederlaag in maart. In plaats van een beetje verbroedering en troost ervoer hij daar vooral veel veroordeling. „Het was een soort rechtbank.”

Of zijn ambitieuze plannen gaan lukken? Het politieke klimaat is de PvdA niet gunstig gezind, er is straffe concurrentie ter linker- en rechterzijde. Toch is Depla optimistisch. „Als het Feyenoord lukt om weer kampioen te worden, lukt het de PvdA weer om een brede volkspartij te worden.”