Pechmannen zijn de nieuwe daklozen

Daklozen

Ze zijn niet verslaafd of psychotisch, maar wonen wel op straat – vaak gewoon door geldproblemen. De ‘nieuwe daklozen’ kunnen zich eigenlijk best redden, als snel hulp wordt geboden.

De tent van Marco Bruigom. Angeniet Berkers

Nieuwe daklozen worden ze genoemd – of ‘pechmannen’. Het zijn daklozen die geen psychiatrische of verslavingsproblemen hebben, maar op straat zijn beland door schulden, ontslag, te weinig zzp-inkomsten of een scheiding. Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld hoge woonlasten, het tekort aan betaalbare woningen en de verlaging van bijstandsuitkeringen voor samenwonenden. De pechmannen komen woensdag aan bod in de Tweede Kamer, die debatteert over het schulden- en armoedebeleid. „Op het oog zijn nieuwe daklozen minder kwetsbaar dan ‘traditionele’ daklozen en vaak ook sneller te helpen”, zegt Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg aan het Radboudumc, „maar dat betekent nog niet dat zij zichzelf kunnen redden.”

Precieze cijfers over de ‘nieuwe daklozen’ zijn er niet, maar het gaat om een forse groep. Het aantal geregistreerde daklozen steeg tijdens de crisisjaren 2009-2015 met bijna 75 procent, tot 31.000, en daalde vorig jaar licht, volgens CBS-cijfers. Ongeveer 60 procent heeft een „zorgprofiel”, de overige 40 procent is door „pech onderweg” op straat beland, schat Rina Beers van de brancheorganisatie Federatie Opvang. Als je de niet-geregistreerde daklozen meetelt, zijn er tienduizenden nieuwe daklozen, schat Beers.

Driekwart van de nieuwe daklozen in Amsterdam is man en ruim 80 procent heeft de Nederlandse nationaliteit, meldde het Trimbos Instituut in 2015 op basis van een lokale pilot. De adres-hoppers, zoals het Trimbos ze noemde, zijn jonger (gemiddeld 38 jaar), diverser als groep en meer gemotiveerd dan andere daklozen.

Snelle hulp is belangrijk voor hen, maar in de praktijk ontbreekt het daar vaak aan. Nieuwe daklozen krijgen vaak te horen dat ze hun problemen zelf moeten oplossen, of binnen hun netwerk. Of ze willen dat zelf.

Het landelijke tekort aan sociale huurwoningen belemmert snelle huisvesting. Bij de daklozenopvang worden ze regelmatig geweerd – door de bezuinigingen in de psychiatrie, het gevangeniswezen en de jeugdzorg zijn er minder opvangplekken, aldus het Leger des Heils. En als pechmannen wel een plek krijgen, zitten ze tussen ernstige probleemgevallen. In hun pogingen op te krabbelen lopen ze ook nog geregeld vast in bureaucratie en regels.

Zonder adres kun je niets

„Als je dakloos wordt, is het ontstellend moeilijk om je leven weer op te bouwen”, zegt hoogleraar Wolf. „Hoe langer het duurt, des te lastiger. Als je één ding niet geregeld krijgt, lukt het volgende vaak ook niet. Zonder uitkering is een woning vinden moeilijk. Een briefadres krijgen is lastig als daklozen geen regiobinding hebben of als hun omgeving beducht is hun post te ontvangen. Maar zonder adres kun je helemaal niets.

„Daklozen krijgen ook vaak boetes, voor wildplassen tot buiten slapen en omdat ze soms onverzekerd zijn”, zegt Wolf. „Door die boetes lopen hun schulden weer op en worden ze soms in hechtenis genomen.”

Beers: „In de eerste zes weken stappen zetten om perspectief te krijgen, dat is essentieel. Als de dakloosheid te lang duurt, zakt iemand steeds verder weg. Dan kan de situatie alsnog uitzichtloos worden, vooral als sprake is van alcoholmisbruik of depressiviteit.”

Steeds meer gemeenten zien de noodzaak preventieve hulp en woonvormen voor nieuwe daklozen te ontwikkelen, zegt Wolf. „We moeten voorkomen dat deze mensen, die zich in normale doen prima kunnen redden, klem raken tussen de raderen van instituties en tot de groep chronische daklozen gaan behoren.”

Marco Bruigom (60), Eric Blom (57) en Frank Diehl (36) zijn drie van de door Berkers geportretteerde ‘pechmannen’. NRC sprak met ze over hoe zij in deze situatie terecht zijn gekomen.

‘Mijn probleem is dat ik er nog steeds uitzie alsof ik mezelf kan helpen’

Marco Bruigom (60) woont in een blauw koepeltentje op een camping bij Den Haag. Hij kookt op zonne-energie, wast zich in het badhuis en laadt daar ook zijn telefoon, tablet en elektrische fiets op. Overnachten kost per maand 90 euro en douchen 15 euro. „Veel goedkoper kan het niet”, zegt hij. Toen vorig jaar de nachtvorst kwam, verkaste hij naar een garagebox met stadsverwarming. „Ik ben blij dat ik de winter levend ben doorgekomen.”

Bruigom heeft sinds zijn achttiende allerlei baantjes gehad. Van beroepsvlieger en netwerkinstallateur tot manusje van alles bij een tennisclub en bouwopzichter. Hij heeft een versnipperd pensioen en 15.000 euro schuld.

Een Tsjechisch bedrijf weigerde in 2011 te betalen voor een bouwklus. Hij werd verrast door belastingaanslagen omdat hij de urennorm voor de zelfstandigenaftrek niet haalde. In 2015 adviseerde het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf: stop als ondernemer, vraag een uitkering aan en schrijf je in voor een reïntegratiecursus. Toen belandde hij op straat. „Dan merk je hoe belemmerend alle regels werken”, zegt Bruigom. Zeker als je al zwervend wisselt van woonplaats. Zonder gemeentelijke inschrijving kreeg hij geen bijstandsuitkering, schuldhulp of daklozenopvang.

„Om schuldhulp te krijgen, moest ik een inkomen hebben en daarom bijstand aanvragen. Voor de bijstand heb je een verklaring nodig van het Bureau Krediet Registratie. Zo’n verklaring kost 4,95 en moet je digitaal betalen. Maar omdat mijn bank mijn grootste schuldeiser is, was elke euro op mijn rekening meteen foetsie.”

„In de schuldhulp mag je niet als zzp’er werken wegens het ondernemersrisico en ook niet in het buitenland. Met alleen een fiets is het aantal vacatures beperkt, en ik heb zeven gereedschapskisten die ik mee moet slepen.”

Een achternicht hielp hem in november aan een plek in de daklozenopvang in Leiden. „Als je wordt opgevangen, heb je recht op een uitkering, zei ze. Dan krijg je een urgentieverklaring voor een huurwoning. Maar zo’n opvang is een vergaarbak van probleemgevallen. Ik kreeg er drugs aangeboden, omdat ik op de zaal niet kon slapen.” Uiteindelijk werd hij uit de opvang gezet, omdat hij niet was ingeschreven in Leiden.

Nu hoopt Bruigom op een kamer in de opvang in Den Haag. Hij wacht op een daklozenuitkering, die 25 procent lager is dan een gewone bijstandsuitkering (983 euro per maand) omdat je geen woonlasten hebt. In de tussentijd is hij mantelzorger bij ouderen of logeert als kattenoppas bij vrienden. „Gek genoeg is mijn probleem ook dat ik er nog steeds uitzie als iemand die voor zichzelf kan zorgen”, zegt hij. „Als je zelf merkt dat dat niet zo is, knapt er iets.”

Marco Bruigom (60)
Foto Angeniet Berkers
De tent van Marco Bruigom.
Foto Angeniet Berkers
Foto Angeniet Berkers
Angeniet Berkers

‘Ik wil helemaal geen uitkering of afhankelijk zijn van anderen’

Eric Blom (57) noemt zichzelf een geluksvogel. Sinds vier maanden woont hij in de Aarhof, een woonzorgcentrum in de Rotterdamse wijk Zevenkamp. Dat heeft hij te danken aan de directeur van een woningbouwvereniging, die zijn verhaal hoorde en hem een kamer aanbood waarin hij twee jaar kosteloos mag verblijven. „Ik ga je de kans geven om bij te komen”, zei hij tegen Blom. „Maak er wat van.”

Vijftien jaar lang reisde Blom als persfotograaf de wereld over. Hij werkte onder meer voor Nieuwe Revu, Elsevier, NRC en het AD. Maar na het verslaan van de Eerste Golfoorlog was hij al die ellende zat en verkocht hij zijn fotospullen. Blom werd automatiseerder en docent op een middelbare school in Delft. Computers waren altijd al een hobby, maar lesgeven viel hem zwaar, vertelt Blom. „De kinderen zaten altijd te klieren. Ik voelde me net een mislukte politieagent.”

Omdat hij zelf ontslag nam, kon hij geen WW-uitkering krijgen. Ander werk vinden lukte niet, Blom raakte zijn huis kwijt. Een tijd lang kon hij terecht bij vrienden, maar uiteindelijk sliep hij een half jaar lang in de nachtopvang van het Leger des Heils, of in een van de huurboedelbakken naast het Shellstation op het Hofplein. „Soms ging zo’n ding rijden, kwam ik ineens in Dordrecht of Gilze-Rijen terecht.”

Het adres waarop hij nu woont is nog niet erkend door de gemeente. „Het gaat wel gebeuren, maar het duurt allemaal zo lang. Ik ben al drie maanden aan het wachten.”

Je wilt niet weten wat voor moeite het kost om een paspoort of rijbewijs te verlengen, zegt Blom. Soms voelt het alsof hij niet bestaat. „Alsof ik in een vacuüm van de maatschappij zit.”

Toen het visrestaurant waar hij eerder werkte als afwasser hem deze zomer weer wilde inhuren, kostte hun dat de grootste moeite. Want hoe kun je nu iemand in dienst nemen die nergens ingeschreven staat?

„Veel mensen denken bij het zien van een dakloze: dat heb je zeker aan jezelf te danken, eikel. Natuurlijk maken sommigen er een zooitje van. Maar ik wilde dit niet. Ik wil helemaal geen uitkering of afhankelijk zijn van anderen. Ik wil graag werken, maar daar ben ik nog niet toe in staat. Ik ben nu een alien in mijn eigen stad.”

De kamer van Eric Blom.
Foto Angeniet Berkers
Angeniet Berkers

‘De crisis mag dan wel voorbij zijn, maar we zitten nu met de puinhopen’

Dakloos word je niet van de ene op de andere dag. Het gaat geleidelijk, na een hele keten van gebeurtenissen. Voor Frank Diehl(36) begonnen de echte problemen toen hij ging scheiden. Zijn vrouw vertrok en hij bleef werkloos achter met een huis in Bussum waarvan hij de huur niet kon betalen. „Volgens de procedure vraag je dan een bijstandsuitkering aan”, zegt Diehl. „Maar toen ik bij de gemeente aanklopte om over mijn situatie te vertellen, zeiden ze: ‘Kom maar terug als je scheiding rond is.’ Ze geloofden niet dat de nood hoog was. Ik werd eigenlijk voor leugenaar uitgemaakt.”

Een paar maanden lang huurde hij – zwart – een woning van een bekende van een bekende. Een baantje op het hoofdkantoor van Nike leverde tijdelijk een inkomen op, maar toen dat ophield, stond Diehl letterlijk op straat. Naar de Cocon, de plaatselijke daklozenopvang, wilde hij niet. „Ik wist waar ik dan terecht zou komen: tussen de verslaafden en mensen met psychiatrische problemen. Dat moet ik zo lang mogelijk uitstellen, dacht ik.”

Vanaf mei vorig jaar bivakkeerde hij in een tentje in het bos. De boswachter en de politieagenten die hem daar aantroffen, wisten niet goed wat ze met hem aan moesten. „Ze zagen niet een of andere mafkees, maar gewoon iemand die een boek zat te lezen, iemand met een coherent verhaal. We voerden een gesprek en ze gingen weer.”

In november, toen het te koud werd, meldde Diehl, inmiddels ruim zeven maanden dakloos, zich alsnog bij de lokale opvang.

Inmiddels heeft hij via zorginstelling Kwintes woonruimte gevonden in een oude brandweerkazerne. De huur, zo’n 350 euro per maand, betaalt hij van zijn uitkering en de 150 euro die hij verdient met drie keer per week schoonmaken bij de Cocon, door de Hilversummers ook wel de ‘Coke-inn’ genoemd.

Natuurlijk zou hij zijn oude leventje terug willen hebben, zegt Diehl. Maar dat leven, met het baantje dat daarbij hoort, is er niet meer. „We hadden een crisis, remember? Ik heb gestudeerd, maar mijn cv is een lappendeken. In deze tijd kun je daar niet meer mee aan komen zetten bij een werkgever. Dan krijg je misschien een halfjaarcontract, maar als dat ophoudt, kun je weer opnieuw beginnen met het aanvragen van je uitkering en ben je zo vier, vijf maanden verder.”

De afgelopen jaren kwam Diehl meer mensen tegen zoals hij: slachtoffers van de „twijfeleconomie”, mensen die zichzelf zonder stoel vinden als de muziek ophoudt. Het steekt hem dat lokale overheden vaak niet lijken te begrijpen hoe ernstig hun problemen zijn. „De crisis mag dan wel voorbij zijn, maar we zitten nu met de puinhopen. Voor een grote groep is het vijf voor twaalf.”

De huidige woonruimte van Frank Diehl.
Foto Angeniet Berkers
Angeniet Berkers