Palestijn eist smartengeld van Israël via advocaat Zegveld

Bombardement op Gaza

Zes Palestijnse familieleden van Ismail Ziada kwamen in 2014 om het leven in Gaza. Een Nederlandse advocaat eist nu schadevergoeding.

Het Israëlische bombardement op Gaza in 2014. Foto Mohammed Saber/EPA

Drie jaar nadat een groot deel van zijn familie bij een Israëlisch bombardement op Gaza om het leven kwam, eist een Palestijnse nabestaande via een Nederlands advocatenkantoor een schadevergoeding van hoge Israëlische militairen.

Namens de nabestaande, Ismail Ziada (42), heeft advocaat Liesbeth Zegveld maandag een formele brief met de eis aan de militairen gestuurd. Het is voor zover bekend de eerste keer dat een civiele zaak tegen Israëlische militairen wordt aangespannen. Dat gebeurt in Nederland, omdat Ziada, gehuwd met een Nederlandse, een Nederlands adres heeft opgegeven en omdat de zaak in Israël al is verjaard. Dit gebeurt daar voor zulke zaken al na zes maanden. Volgens Zegveld en cliënt heeft Israël het internationaal humanitair recht geschonden. De vraag is echter of de Nederlandse rechter zich ontvankelijk zal verklaren.

Het bombardement had plaats op 20 juli 2014, toen het conflict tussen Israël en Hamas hoog was opgelopen. Die dag trof een Israëlische raket het gebouw in het vluchtelingenkamp Al-Bureij, waar Ziada’s moeder, drie van zijn broers, zijn schoonzuster en zijn neefje verbleven. Ook waren er twee mannen op bezoek. Het gebouw werd verwoest. Alle zes familieleden en een bezoeker werden gedood.

Onderscheiding

De zaak kwam al eerder in het nieuws, toen de destijds 91-jarige Nederlander Henk Zanoli uit protest tegen het bombardement in augustus 2014 een onderscheiding teruggaf aan de Israëlische autoriteiten. Zanoli had die ontvangen omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog met gevaar voor eigen leven een Joods kind twee jaar bij zich had laten onderduiken. Zanoli’s achternicht, een Nederlandse diplomaat, is gehuwd met Ismail Ziada.

Israël onderzocht de zaak en concludeerde dat de raket was afgevuurd omdat zich op de plek van de woning van de Ziada’s een „actief commando- en controlecentrum” van Hamas zou hebben bevonden. Volgens een Israëlisch rapport verbleven er Hamasstrijders in het gebouw die „waren betrokken bij terroristische activiteiten die de IDF-strijdkrachten (het Israëlische leger, red.) die in het gebied opereerden, bedreigden”.

De drie omgekomen broers waren volgens Israël Hamasstrijders. Bovendien zou de vooraanstaande Hamasstrijder Mohammed Muqadama zich in het gebouw van de Ziada’s hebben opgehouden. De militaire voordelen van een raketaanval wogen volgens Israël op tegen de schade die Palestijnse burgers erdoor zouden kunnen lijden.

Ismail Ziada, die tijdens de aanval in het buitenland was, ontkent dat zijn ouderlijk huis een commandocentrum was. „Waar het ons om gaat”, zegt advocaat Zegveld, „is om vast te stellen of Israël zo’n gebouw zo maar mag verwoesten, zonder zich te bekommeren om de burgers die er verbleven. Dat doet Israël vaak en het is hoog tijd dat dit wordt bekeken.”