NRC checkt: ‘Onderstroom zuigt zwemmers onder schip’

Dat schreef het Algemeen Dagblad vorige week in een artikel over rivierzwemmen.

Foto Martijn Beekman

De aanleiding

Het is warm en het water lonkt. In grote delen van Nederland vormen de grote rivieren en kanalen, waar ook scheepvaart is, het enige zwembare buitenwater. Daarin zwemmen is gevaarlijk, zegt Rijkswaterstaat in een verse campagne, die in het Algemeen Dagblad van 12 juni wordt toegelicht onder de kop: Zwemmen in rivier of kanaal? Vaak levensgevaarlijk en verboden. Op nummer drie van de zes voornaamste gevaren staat een klassieker: „Zwemmers worden snel meegezogen door de sterke onderstroom van een passerend schip.”

De waarschuwing doelt op meegezogen worden onder het schip, blijkt uit een grafiek van Rijkswaterstaat (RWS) waar het AD-artikel naar verwijst. Bij een zwemmer die onder water richting schip verdwijnt, staat: „De onderstroom die een schip veroorzaakt is verraderlijk, je kan onder het schip gezogen worden.”

Zo klassiek als die waarschuwing is, zo diepgeworteld is de overtuiging van ervaren rivierzwemmers: onzin, je wordt hoogstens langszij gezogen. Er zitten best risico’s aan zwemmen in rivieren of kanalen, maar dát niet, vinden zij. Wie heeft er hier gelijk?

En, klopt het?

Iedere zomer verdrinken een paar – vaak jonge of ongeoefende – zwemmers in de grote rivieren. Dat is niet veel vergeleken bij de circa 200 mensen die jaarlijks verdrinken in zwembaden of nadat ze te water zijn geraakt. Maar het zijn vaak dramatische, vermijdbare ongelukken en er gaan stemmen op om zwemmen in de grote rivieren helemaal te verbieden.

Henk Eerden werkt al decennia bij RWS, was schipper en zwom als kind ook in rivieren. Hij beschrijft de waterverplaatsing van grote schepen zo: omdat ze een boeggolf hebben, dus water voor zich uitduwen, ontstaat er een soort kuil in het water die later weer volstroomt. Vanaf de kant ziet dat er uit als een plotseling breder wordend strandje, dat daarna met flinke kracht weer volstroomt. Baders kunnen dan – een stukje – richting vaargeul worden gezogen. Er ontstaat dan ook een zeer snelle stroming rondom de kribhoofden, waar zwemmers in soms wel 10 meter diepe ‘neerputten’ getrokken kunnen worden. Als je recht voor het schip komt, of langszij, kan je eronder worden getrokken, zegt Eerden. Maar: de zijkant van het schip houdt je tegen. Het zijn vooral de sterke stromingen aan de kant en achter het schip waardoor zwemmers in paniek kunnen raken en verdrinken. Of waardoor ze voor een passerend schip terechtkomen.

Maar dat lijkt dan toch meer op overvaren worden? Ja, bevestigt de Delftse hoogleraar Ship Hydromechanics Riaan van ’t Veer. Wie in een rivier zwemt, zeker op redelijke afstand van de vaargeul, wordt niet onder een schip gezogen. Dat is onomstreden, zegt hij. Het water dat onder een schip passeert, is het water dat recht voor het schip zit, en misschien bij de afgeronde randen van de bodem, als het bijvoorbeeld erg ondiep is. Maar nooit meer dan een halve diepgang: de onderste helft van het water om het schip. Dát is ook het water dat de schroef gebruikt voor de voortstuwing. Oppervlaktewater naast het schip komt niet onder het schip en drijvende dingen in dat water, zoals stukken hout of zwemmers, evenmin. Ook niet als zwemmers erg dicht bij de zijkant van een schip zijn, zeg een meter van de romp. Met veel pech belanden ze áchter de schroef in het zog, waardoor ze ‘meegetrokken’ worden door de boot. Maar: dat is boven water en daar kan je weer uitzwemmen.

Conclusie

Het is mogelijk om onder een schip gezogen te worden, maar eigenlijk alleen als je recht voor en dichtbij een naderend schip zwemt. In de meeste gevallen word je ‘slechts’ meegezogen en dan is paniek bovenal het risico. We beoordelen de stelling als grotendeels onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt