Dit zijn de oorzaken van een zomerdepressie

Zomerdepressie Vandaag is de langste dag van het jaar. Te veel licht, weinig slaap. Niet iedereen kan daar goed tegen.

illustratie Jet Peters, met beeld iStock

Het was 21 juni, vijf uur ’s ochtends, en door mijn open slaapkamerraam kwam de zoete geur van lindebloesem binnen. Ik lag in bed en huilde. Deels omdat mijn vriendje er net vandoor was gegaan met een vriendin. Maar deels ook omdat ik vreesde dat ik dit gevoel van gemis nu voor altijd aan de beginnende zomer zou koppelen. Opeens roken de lindes bitterzoet.

Ach, wat zal ik zeggen: ik was een puber met gevoel voor dramatiek. Inmiddels zijn we vele juni’s verder, en snuif ik weer vrolijk de bloesemlucht op. Ik houd nog altijd van de zomer. Maar van tijd tot tijd, soms zelfs zonder duidelijke reden, bekruipt me dat melancholische gevoel van toen: iedereen blij behalve ik.

En ik ben de enige niet: 0,1 procent van de Nederlanders heeft volgens het Fonds Psychische Gezondheid last van een zomerdepressie. Zo’n 17.000 mensen in ons land kampen als de dagen lengen met gevoelens van somberheid.

Lees ook de column van Ben Tiggelaar: Onze ambitieuze, depressieve kinderen

‘Zomer’ en ‘dip’ lijken antoniemen; dit is de tijd niet om te treuren. Festivals, rokjes, terrassen, groen, barbecue, ijsjes, vrolijke mensen: what’s not to like? Tegen de zon kun je je insmeren, en als het te heet wordt neem je maar een duik aan zee.

Maar zo makkelijk is de zomerdip niet te bestrijden. Soms is er voor de somberheid een duidelijk aanwijsbare reden: een ontslag, een verbroken relatie, het overlijden van een dierbare. Maar soms ook lijkt de aanleiding ongrijpbaar – er zijn mensen die elke zomer depressief worden. De oorzaken zijn divers: te veel licht, of te weinig slaap. NRC zet er vier op een rij.

1 Te veel licht

Een zomerdepressie wordt ook wel een ‘seizoensgebonden depressie’ genoemd. Die term duidt op een aanhoudend somber gevoel dat jaarlijks terugkomt, altijd in hetzelfde jaargetijde. Het bekendste voorbeeld is de winterdepressie, waaraan zo’n 500.000 Nederlanders lijden: te veel slapen, zin in zoet en vet eten. In de winter begint het ’s avonds vroeger te schemeren en wordt het ’s ochtends later licht, en daardoor scheiden onze hersenen elk etmaal gedurende een langere periode het ‘duisternishormoon’ melatonine uit. Dat hormoon maakt ons slaperig, en hierdoor raakt ons dag-nachtritme verstoord. Dat is niet goed voor je gemoed. In de zomer is eigenlijk het tegenovergestelde het geval: te veel licht, te weinig melatonine. Of zoals de Amerikaanse psychiater Al Lewy (een van de grondleggers van het onderzoek naar seizoensgebonden depressies) het eens verwoordde: ‘Te korte of te lange dagen kunnen allebei ons innerlijke ritme in de war brengen. Daarom dienen we ook bij mensen met een zomerdepressie melatonine in de namiddag toe.’

Te korte of te lange dagen kunnen allebei ons innerlijke ritme in de war brengen.

De zomerdepressie verklaart wellicht ook waarom het aantal zelfmoorden wereldwijd niet het hoogst is in het najaar, maar juist in het voorjaar en de zomer. Lewy’s naaste collega Norman Rosenthal, auteur van het boek Winterblues: „Het is algemeen bekend dat zelfmoord sneller voorkomt wanneer depressie samengaat met activatie en agitatie, en dat vindt juist bij mooi weer plaats - er is een variant van zomerdepressie waarbij precies de tegenovergestelde problemen spelen als bij een winterdepressie: te weinig slaap, minder zin in eten en een opgejaagd, geprikkeld gevoel.”

2 Te weinig slaap

Te veel licht werkt soms hetzelfde als te veel koffie, zegt Rosenthal: je gaat er slecht door slapen. Dat is voor niemand goed: tal van onderzoeken wijzen op de nadelige effecten van slaaptekort. Een onderzoek van het Zweedse Karolinska Institutet heeft zelfs aangetoond dat het aantal zelfmoorden in Groenland sterk toeneemt gedurende de zomermaanden. De onderzoekers ontdekten dat 82 procent van de zelfmoorden in Noord-Groenland tussen 1968 en 2002 plaatsvond in de periode waarin de zon nooit onder ging, met een piek in juni. De wetenschappers vermoeden dat het licht hoofdschuldige is, omdat het tot slaaptekort leidt en de chemie in het brein verstoort. Ze keken ook naar de mogelijke effecten van alcoholconsumptie en depressie, maar vonden geen duidelijke correlatie met de zomerzelfmoorden.

Bij mensen met een bipolaire stoornis kan te veel licht in combinatie met te weinig slaap bovendien zorgen voor een manie, vermoeden Rosenthal en Lewy. Zo’n manie kan leiden tot roekeloos gedrag en lichamelijke uitputting. Een slaapmaskertje en goede gordijnen kunnen een goede nachtrust enigszins bevorderen.

Niet iedereen krijgt een manie, maar veel mensen ervaren als de dagen gaan lengen wel een zekere rusteloosheid. Juist omdat door het mooie weer en de lange dagen van alles kan, kun je ook het gevoel krijgen dat er van alles moet: in de zomer ‘hoort’ het leuk te zijn. En dus ligt het risico op de loer dat je net wat later naar bed gaat dan gewoonlijk (nog even die mooie zonsondergang aan zee meepakken) terwijl de wekker de volgende ochtend weer even vroeg gaat als altijd.

3 Te weinig licht

Paradoxaal genoeg kun je ook ’s zomers last hebben van een winterdepressie. In dit geval is er eigenlijk sprake van een zomerse winterdepressie, door een tekort aan licht. Wie hele dagen op kantoor doorbrengt, en ’s avonds thuis op de bank hangt, kan ook als buiten de zon schijnt een lichttekort opbouwen - zeker aangezien veel kantoorgebouwen tegenwoordig getinte ramen hebben. En wie niet van hitte houdt, zal bij tropische temperaturen het liefst met de gordijnen dicht en de airco aan binnen blijven.

Dat binnen blijven is overigens niet altijd een keuze: alleen al in Nederland kampen duizenden mensen met lichtallergie. Vorig jaar schreef ik een boek over de invloed van licht op onze gezondheid en daarvoor interviewde ik meerdere mensen die - om uiteenlopende redenen - ziek werden van de zon. Een huidarts vertelde me dat hij regelmatig patiënten met lichtallergie op spreekuur had die depressief waren, omdat ze zo weinig buiten kwamen. Toch hoeft lichtallergie niet per definitie tot een zomerdepressie te leiden.

4 Te veel mooie mensen

Blote lijven op het strand, korte rokjes in de stad: de een vindt het fantastisch, de ander vindt het vreselijk. Voor wie niet lekker in zijn of haar vel zit, kan de zomer een confronterend seizoen zijn. Tijdschriften sporen ons aan om extra te sporten en te diëten om zo een ‘killerbody’ voor aan zee te krijgen, en overal zijn gladde gebronsde lijven te zien die je onzeker kunnen maken over je eigen gewicht of je net-niet-goed-geëpileerde melkflessen.

Vaak schamen mensen met bdd zich voor hun huid, of zijn ze bang voor overbeharing.

Zeker voor mensen met body dysmorphic disorder kan de zomer een kwelling zijn. Wie deze aandoening heeft, lijdt aan ingebeelde lelijkheid. Soms heeft de persoon in kwestie misschien een klein ‘schoonheidsfoutje’, maar de manier waarop hij of zij erover denkt en eronder lijdt is hoe dan ook buiten proportioneel. GZ-psycholoog Esther Hemelrijk behandelt mensen met bdd. „Van cliënten weet ik dat de zomer een moeilijk seizoen is. Vaak schamen mensen met bdd zich voor hun huid, of zijn ze bang voor overbeharing.” Normaal dragen ze verhullende kleding voor een veilig gevoel, maar dat is tijdens een hittegolf lastiger, vertelt ze. Zwemmen is voor mensen met bdd al helemaal niet te doen.

Bovendien zijn ze vaak bang om te zweten of om een rood hoofd te krijgen, zegt Hemelrijk. „Dat kun je wel weer wegwerken met make-up , maar dat zweet je er ook weer af.” Bij mannen uit bdd zich soms als muscle dysmorphia: ze zijn extreem bezorgd dat ze niet gespierd genoeg zijn. Hemelrijk: „Ook zij zullen niet snel geneigd zijn om in zwembroek op het strand te gaan liggen.” Bdd leidt ertoe dat mensen vaak bepaalde situaties vermijden. Zeker in de zomer kan dat ertoe leiden dat je bijvoorbeeld niet mee gaat naar een camping, naar zee of naar een festival en dat kan gevoelens van eenzaamheid versterken.