Onderwijs

School overbelast door sectorraden, platforms, advies

Onderwijsblog Hoger salaris helpt niet zolang de leraar overbelast is door eisen van sectorraden, overlegorganen, belangengroepen, platforms en projectbureaus, concluderen drie wetenschappers uit hun onderzoek.

Organisaties, betrokken bij burgerschap op het mbo. NRO

Iedereen vindt onderwijs belangrijk. Dat is mooi, maar heeft ook een schaduwzijde. Scholen verdrinken in goede bedoelingen. Het is tijd voor een nieuw onderwijsakkoord met drie afspraken: (1) hooguit drie ambities voor de komende tien jaar, (2) de politiek let scherp op die ambities maar houdt zich verder afzijdig en (3) het onderwijs committeert zich aan die ambities maar krijgt verder de ruimte.

Politici hebben ambities met het onderwijs: hogere kwaliteit, beter maatwerk, meer innovatie. Het realiseren van die ambities is een hele toer. De aansturing van het Nederlandse onderwijs is uiterst complex. De Tweede Kamer en burgers houden de minister voor van alles en nog wat verantwoordelijk. Tegelijkertijd zijn Nederlandse scholen dankzij onze Grondwet autonoom. Daartussen zit een druk bevolkt middenveld met sectorraden, overlegorganen, belangengroepen, platforms, programma- en projectbureaus.

Zo is een uiterst geraffineerde, typisch Nederlandse, vorm van sturing ontstaan. Voor iedere sector en voor ieder beleidsthema vormt het ministerie een apart netwerk van organisaties. Al deze netwerken ontwikkelen op hun beurt eigen manieren om invloed uit te oefenen op bestuurders, schoolleiders en leraren. Van afdwingen tot verleiden, en alle varianten daartussen. Die initiatieven staan los van elkaar, en los van elkaar zijn al die initiatieven prima: niemand is tegen taal en rekenen, burgerschap, innovatie en maatwerk.

Opgeteld is het effect dramatisch. Want onderwijsorganisaties moeten op al die initiatieven reageren, hoe autonoom ze ook heten te zijn. Bovenal moeten mensen in de onderwijspraktijk alles wat op landelijk niveau los van elkaar staat, binnen een school of opleiding aan elkaar zien te knopen. Anders heeft het weinig zin.

Aparte lessen Nederlands zijn nodig, maar taal verbeteren werkt beter als alle docenten zich er voor inzetten. Aparte lessen voor burgerschap moeten, maar is effectiever als iedereen in de school vanuit dezelfde waarden werkt. En innoveren op een verloren uur op vrijdag heeft al helemaal geen zin. Wat op landelijk niveau los van elkaar staat, telt voor leraren allemaal bij elkaar op. Die overladenheid verpest de motivatie en het werkplezier.

Hoger salaris helpt niet

Hogere salarissen lossen het probleem van de overladenheid niet op. Het onderwijs zit in een vicieuze cirkel die iedereen gevangenhoudt. Scholen worden overbelast waardoor vernieuwing traag is of uitblijft. Dat is voor de overheid aanleiding om op specifieke onderdelen veranderingen af te dwingen (bv de rekentoets).

Als reactie maken scholen een aanpassing die losstaat van de rest van de praktijk in de klas (bv aparte rekenlessen door aparte rekenleraren). Dat versterkt het gevoel van overbelasting, overladenheid en werkdruk. Om te overleven houden scholen actief de boot af en zwelt de roep om autonomie aan. Waarop de overheid - onder publieke en politieke druk - zwaarder geschut in stelling brengt om ambities toch te realiseren. Zo ontstaat sociale verspilling: iedereen stopt er wel meer tijd, aandacht en geld in, maar het gezamenlijke nettoresultaat is nihil.

In een wereld waarin het onderwijs iedere dag een nieuwe opdracht krijgt, is een strategische visie met scherpe keuzes cruciaal. Dat vereist politieke wil, wijsheid en moed. Het is de hoogste tijd.

Sietske Waslander is hoogleraar sociologie en Edith Hooge is hoogleraar onderwijsbestuur bij TIAS, Universiteit van Tilburg. Henno Theisens is lector Public Governance aan De Haagse Hogeschool. Zij onderzoeken de sturingsdynamiek in het Nederlandse onderwijs. Dit is een samenvatting van een onderzoek dat ze deden voor het Nationaal Regie-orgaan onderwijsonderzoek.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs. Hiervoor was hij onder andere chef opinie, commentator en verslaggever voor NRC. Hij woonde 11 jaar in Washington, in de vroege jaren tachtig voor omroepen en bladen, in de vroege jaren negentig voor NRC.