In de religieuze soaps wordt het straatbeeld bepaald

Sinetron religi

Religieuze soaps – ofwel sinetron religi – zijn in Indonesië een vast onderdeel van het vastenmaand-ritueel. De soaps, waarvan er de afgelopen jaren steeds meer bijkwamen, dragen bij het aan het conservatiever worden van de Indonesische samenleving.

Beelden uit Para Pencari Tuhan, een religieuze soap die speciaal tijdens Ramadan wordt opgenomen en uitgezonden.

In de schaduw, omringd door plastic bekertjes met oploskoffie, steekt Kurnia ‘Pepen’ Efendi (56) nog maar een sigaretje op. Het is twee uur ’s middags en zijn script voor die dag is er nog steeds niet.

Het doet Pepen weinig. Dit is alweer zijn elfde seizoen op de set van Para Pencari Tuhan, een religieuze soap die speciaal tijdens Ramadan wordt opgenomen en uitgezonden. Doorspelen tot drie uur ’s ochtends? Heel normaal. „Eigenlijk beginnen we vaak pas na het breken van het vasten, als de zon al onder is.” Pepen vindt het wel best, hier op de set vergeet hij tenminste niet te bidden.

Sinetron religi, zoals dit soort televisieprogramma’s ook wel heten, zijn voor veel Indonesiërs een vast onderdeel van hun vastenmaand-ritueel. Tientallen miljoenen mensen volgen deze weken de belevenissen van moslimpersonages in dramaseries met namen als Tuhan Beri Kami Cinta („God geeft ons liefde”) en Surga Yang Tak Dirindukan („Een onvergetelijk paradijs”). En dan is er natuurlijk nog Para Pencari Tuhan, ofwel „Godzoekers”, de langstlopende titel binnen het genre. Was er in 2003 nog maar één sinetron religi, in 2010 waren er al ruim driehonderd op de Indonesische televisie verschenen.

Heldin met hijab

Het succes is niet moeilijk te verklaren in een land waar zo’n 90 procent van de ruim 250 miljoen inwoners moslim is. Islamitische bioscoopfilms, islamitische mode, islamitisch bankieren; het is hier de afgelopen jaren allemaal flink populairder geworden. Meer precies: sinds de val van Soeharto in 1998, onder wiens ‘Nieuwe Orde’-regime religieuze uitingen vermeden moesten worden, want „te gevoelig”.

Tel daar een groeiende middenklasse bij op en je hebt een enorme commerciële potentie, zegt Inaya Rakhmani, onderzoekster aan de Universitas Indonesia.

Dat zagen film- en televisiemakers ook. En dat heeft zo zijn gevolgen. Zo is het volgens Rakhmani, die op dit onderwerp promoveerde, geen toeval dat de hijab in Indonesië niet meer uit het straatbeeld is weg te denken, hoewel dat twintig jaar geleden nog iets opvallends was.

„Meisjes zien hun heldin van televisie met een hijab en haasten zich naar de winkel om iets soortgelijks te kopen”, zegt de onderzoekster. „Je hoort de laatste tijd vaak de vraag of Indonesië conservatiever wordt. Maar je hoeft de televisie maar aan te zetten om te zien hoe de islam mainstream is gemaakt. En niet op een manier die de diversiteit in onze samenleving weerspiegelt.”

Een maker met een doel

Waar de meeste productiehuizen dat vooral vanuit commercieel oogpunt doen, heeft Deddy Mizwar, maker van Para Pencari Tuhan, een ander doel. De prominente regisseur, acteur en sinds 2013 vice-gouverneur van West-Java maakt er geen geheim van dat hij zijn productiehuis gebruikt als da’wah; ter verspreiding van de islam. Scripts worden voorgelegd aan ustads, islamitische geleerden, die zelf ook een rol spelen in de serie. In tegenstelling tot ‘gewone’ sinetrons die zich vaak afspelen in het milieu van de rijken, gaan de producties van Mizwar over de strubbelingen van de lagere en minder vermogende middenklasse. En hoe een betere kennis van de islam hen daarbij kan helpen.

„We willen een gids zijn”, zegt Jerry Asfar, de 55-jarige broer van Mizwar en assistent-regisseur bij Para Pencari Tuhan. Even daarvoor is hij op een knalgele Vespa ‘de set’, een terrein aan een grote vijver in een voorstad van Jakarta, komen oprijden. Dezelfde vijver vormde in de eerste twee afleveringen van dit seizoen het decor van de overstroming („Een waarschuwing van God”) die de inwoners van de fictieve kampong Kincir naar een opvangkamp deed vluchten – de vrouw daargelaten die door bleef bidden terwijl het water haar huis inliep (ze wordt later gered).

In het opvangkamp speelt de rest van ‘jilid 11’ zich af. En natuurlijk, geen soap zonder liefde en intriges. Maar daarbij gelden strenge regels: een stelletje zit nooit alleen. Aanraken? Uitgesloten. Asfar: „De liefde zit in de dialoog.” Ook uitgesloten: alcohol, geweld. En zeker geen „banci”, transgenders, tot vorig jaar nog veelvoorkomend op de Indonesische televisie (maar inmiddels verboden). „We willen geen kijkers voor het hoofd stoten”, zegt Asfar.

Uit zijn binnenzak verschijnt een doosje waar hij een sigaret in een gouden wikkel uit haalt. Vasten zit er voor hem niet in, zoals duidelijk voor meer mensen op de set. Nu ze vrijwel alleen buiten filmen, is dat niet vol te houden, zegt Asfar. En met opnames tot diep in de nacht, werkt inhalen ook niet. Hij maakt het wel op een andere manier goed.