‘Ik zie geen Nederlandse topkeepers meer’

Keepers

John Achterberg (45), die al jarenlang met doelmannen werkt in de Europese top bij Liverpool, maakt zich zorgen over de toekomst van Nederlandse keepers. “Er wordt te veel in termen als meevoetballen gedacht.”

Jasper Cillessen tast mis in het duel van Ajax tegen Rostov in de voorronde Champions League, afgelopen augustus. Hij is nu tweede doelman bij FC Barcelona. Foto ANP/Jasper Ruhe

„Ik loop er al erg lang mee rond”, zegt John Achterberg. „Ik dacht steeds: ik zeg maar niets, want ik wil niemand tegen het hoofd stoten. Maar als ik zie hoe er in Nederland tegen keepers en keeperstraining wordt aangekeken, dan maak ik me grote zorgen.”

Achterberg trad na zijn eigen spelersloopbaan als keeperstrainer in dienst van Liverpool FC. Hij werkte samen met managers als Roy Hodgson, Kenny Dalglish en Brendan Rodgers en maakt nu prominent deel uit van de staf van Jürgen Klopp. Hij noemt zichzelf telkens maar weer passionate about goalkeeping en daarmee is geen woord miszegd.

Premier League

„Als je naar de Nederlandse keepers van dit moment kijkt”, zegt Achterberg, „van wie zeg je dan dat ze de top in Europa kunnen halen? Zeg het maar. Ik zie geen Nederlandse topkeepers meer. Er zijn best veel goede doelmannen, maar niemand die bijvoorbeeld op dit moment geschikt is om naar de Premier League te verhuizen. Bij het Nederlands elftal zitten vaak keepers die bij hun club nummer twee zijn: Jasper Cillessen, Michel Vorm. Bij PSV is Jeroen Zoet nummer één, maar ook bij hem is er nog zat te verbeteren. En Ajax en Feyenoord hebben een eerste keeper uit het buitenland.”

„In Nederland wordt nog te veel in termen als meevoetballen gedacht, als het om keepers gaat”, vindt Achterberg. „Dat is belangrijk hoor, het is een van de dingen die een topkeeper goed moet kunnen. Maar volgens mij is het toch het allerbelangrijkste dat een doelman ballen tegenhoudt.”

Puntsgewijs geeft John Achterberg aan waar er volgens hem winst kan worden geboekt. „Technisch en tactisch zijn we in Nederland op keepersgebied verder dan veel andere landen. Maar je moet als doelman meer facetten beheersen. Ik denk dat er vanaf de jeugd anders gewerkt zou moeten worden. Zo gaat het niet goed.”

Fysiek

Achterberg: „Als ik naar de eredivisie kijk, vind ik dat de beste keepers bij Ajax, Feyenoord en PSV zitten. André Onana heeft bij Ajax een goed seizoen gedraaid, hij is ook fysiek redelijk sterk. Feyenoord heeft Brad Jones, die ik nog bij Liverpool heb getraind. Toen hij naar Feyenoord ging, heb ik meteen gezegd dat hij een van de beste doelmannen in de eredivisie zou worden. Misschien is hij met zijn voeten niet zo goed als Kenneth Vermeer, maar Brad is wel een betere allround keeper. Jeroen Zoet vind ik een goede doelman voor PSV, maar als ik zou moeten aangeven wat er bij hem zou kunnen verbeteren, dan is het zijn fysiek. Ik heb er bij het Nederlands elftal ballen in zien gaan, waarvan ik dacht: als hij meer sprongkracht zou hebben, dan zou dat niet gebeuren.”

Volgens Achterberg loopt Nederland ver achter op het gebied van krachttraining. „Ik zeg niet dat alle keepers bodybuilders moeten worden, maar er kan heel veel vooruitgang worden geboekt. Als je sterker bent, kun je ook makkelijker blessures opvangen. En het gaat bij een doelman niet alleen om de kracht in zijn bovenlichaam, het is ook belangrijk om kracht in zijn benen te ontwikkelen. Wanneer je als keeper sterkere benen hebt, kun je je positioneel sneller verplaatsen. Je hebt meer kracht om af te zetten en je reikt dus verder als je naar een hoek moet duiken.”

Hogere intensiteit

„In Nederland wordt in een veel lager tempo getraind dan in Engeland. Als je op de training de ballen met vijf kilometer per uur op de keeper afschiet, dan raakt hij daaraan gewend. In de wedstrijd zal hij dan goed reageren bij een schot met dezelfde snelheid. Maar wat als er opeens een bal met honderd kilometer per uur op hem afkomt? Heeft hij dan nog die reflex? Nee dus.

„Een keeper in de top moet alles kunnen. Ook meevoetballen, ja, maar ook die bal van honderd kilometer per uur stoppen om een matchwinning save te maken. The job is to keep the bal out of the net! Daar is de training bij Liverpool op afgestemd. Dat zou in Nederland ook moeten gebeuren. Wanneer de snelheid en intensiteit telkens wordt verhoogd, zullen de hersenen sneller gaan werken. Gevolg is dat je sneller kunt denken en reageren. Als je daar in de jeugd al mee begint, zit je als senior keeper op de maximale snelheid. Doe je dat niet, dan kom je altijd tekort op topniveau.”

Voorzetten

„Ik zie niet alle eredivisiewedstrijden, maar ik constateer dat keepers niet altijd goed ingrijpen. Bijvoorbeeld bij voorzetten. Als er een bal vanaf de zijlijn in het zestienmetergebied wordt gegooid, moet je als doelman niet wachten tot die bal bij je is. Dat zie ik in Nederland veel gebeuren. Je moet altijd naar die bal toe, om er als eerste bij te kunnen zijn. Het aanvallen van de voorzet, noem ik dat. En daar moet dus op worden getraind. Herhalen, steeds maar weer, tot het goed gaat.”

„Positie kiezen is belangrijk bij voorzetten, maar ook bij één-tegen-één-situaties, vrije trappen en strafschoppen. Bij Liverpool heb ik twee analisten die speciaal voor de keepers en mij werken. De ene analyseert onze eigen doelman in de wedstrijden, de ander analyseert de komende tegenstander. Wie neemt de vrije trappen, corners en dergelijke, en hoe doen ze het? Daar worden onze doelmannen op voorbereid. En ook dat verwerken we dan weer in de training.”

„Mentaal is er ook veel te winnen, al bij de jeugd. Als ik zie dat bijvoorbeeld turners en turnsters op jonge leeftijd al twintig tot dertig uur per week trainen, waarom kunnen jeugdvoetballers dat dan niet?

Overlevingsdrang

„Ik heb sowieso het gevoel dat er in Engeland meer willpower is dan in Nederland. Ik heb het zelf ondervonden toen ik in Engeland terechtkwam. Je krijgt een soort overlevingsdrang als keeper. Je wilt perfect zijn en alles tegenhouden. Ik denk dat misschien niet iedereen in Nederland de bereidheid heeft om bijvoorbeeld steeds maar weer het krachthonk in te gaan. Het is ook een opgave, maar het heeft wel degelijk zin. Kijk eens naar David De Gea. Toen hij vanuit Spanje naar Manchester kwam, was hij lang niet zo sterk. In het begin was hij ook helemaal niet zo goed: onzeker, geen uitstraling. Maar hij is het krachthonk ingegaan en het resultaat zie je.”

Achterberg vindt dat er een taak ligt voor de KNVB. „Als ik de bond was, zou ik Frans Hoek nauw bij een nieuwe opzet betrekken. Hij heeft veel neergezet in het verleden, en hij is al in dienst van de KNVB. Als alle Nederlandse keeperstrainers nu eens bij elkaar komen en ook oud-keepers, zoals Piet Schrijvers, dan moet er toch al heel wat goeds loskomen. In het verleden was niet alles fout, maar het kan tijd zijn om alles eens te evalueren en een programma op te stellen waardoor we weer echte keepers krijgen die alle facetten beheersen en in de top van de wereld mee kunnen. Gebeurt er niets, dan zie ik de toekomst somber in. Ik ken vrijwel alle doelmannen in Europa, omdat ik uiteraard keepers scout voor Liverpool, maar ik kom zelden in Nederland terecht. Dat zegt genoeg. Ik wil echt niet de wijsneus uithangen, het is gewoon mijn bedoeling om keepers in Nederland weer naar het niveau van Edwin van der Sar te krijgen.”