Commentaar

PvdA moet stoppen met tactische spelletjes en echt kiezen

Dat politici op de uitslagenavond van verkiezingen allemaal hun eigen, bijzondere uitleg geven aan het resultaat hoort min of meer bij de folklore. Maar zijn de cijfers eenmaal definitief, dan tellen alleen de zetels. Winnaars kunnen hun zegeningen tellen, verliezers hun wonden likken, en voor allen geldt dat zij verder moeten met het hun door de kiezers toegemeten aantal verkozen Kamerleden. Dan tellen alleen de op een partij uitgebrachte stemmen en maakt het niet of deze in haar totaliteit heeft verloren dan wel gewonnen.

PvdA-leider Lodewijk Asscher denkt hier anders over. Dat wil zeggen: in het openbaar. Sinds het recordverlies van 15 maart, waarbij zijn partij 29 van de 38 zetels kwijtraakte, blijft hij verklaren dat de PvdA nu bescheidenheid past en dat regeren daarom niet aan de orde is. Zijn partij is niet beschikbaar om aan te schuiven bij VVD, CDA en D66, die samen willen regeren maar niet over een meerderheid beschikken.

In een vraaggesprek met het Algemeen Dagblad zei Asscher het afgelopen weekeinde dat hij met 9 zetels staat tegenover 71 sociaal-economisch rechtse zetels. Volgens hem kan de PvdA vanuit de Kamer meer invloed uitoefenen dan in het kabinet. Dat laatste valt nog maar te bezien. Ook hier kan de PvdA uit haar eigen rijke historie putten. De jaren die de partij in de oppositie doorbracht, waren meestal niet de meest glorieuze. Te denken valt bijvoorbeeld aan de periode 1977-1981. De PvdA wist in de oppositie met 53 zetels geen enkele verandering aan te brengen in het beleid van het kabinet-Van Agt-Wiegel, dat over een meerderheid van slechts twee zetels beschikte. Dat kabinet zat dan ook gewoon de volle periode uit.

De PvdA was in die tijd nog wel sterk in de grote steden vertegenwoordigd. Het ‘wethouderssocialisme’ dat op lokaal niveau de scherpe kantjes van het Haagse bezuinigingsbeleid weghaalde, was een begrip in PvdA-kring. Maar sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 is de PvdA in tal van grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Nijmegen, Maastricht) niet eens meer met wethouders in het college van B en W vertegenwoordigd.

De PvdA mag hopen op een wedergeboorte als vierde oppositiepartij. Echter, gezien de ontwikkelingen elders in Europa is de kans op verdere marginalisering eveneens levensgroot aanwezig. De PvdA zal moeten kiezen op programmatische gronden. Dat kan alleen als de partij aan tafel gaat zitten bij de formatieonderhandelingen.

De tijd van tactische manoeuvres is bijna honderd dagen na de verkiezingen echt voorbij.