Column

Er niet zijn

Ellen

De afgelopen jaren ben ik erin geslaagd om vermoeider van een vakantie terug te keren dan dat ik erheen ging, waardoor ik ook altijd vakantie moest nemen na het nemen van een vakantie. Dit jaar wilde ik dat eens anders aanpakken, dus boekte ik met de geliefde een trip naar Finland, waar volgens vrienden alles zo relaxed is dat het lijkt alsof er temazepam uit de kraan komt.

Na uren reizen kwamen we bij onze boshut aan, schoven een wat te ontspannen eland aan de kant en ploften op de bank. We hoorden vogeltjes en het kabbelen van beekjes. Het grote ontstressen kon beginnen. Dachten we.

Want na een paar dagen waren we nog steeds rusteloos. We bleven bezig, de sauna aanmaken, de sauna schoonmaken, het terras vegen. We vonden tijdens het stofzuigen van het huisje een bloeddrukmeter. Onze bloeddruk bleek in topvorm. Ons lijf was zich misschien al aan het ontspannen, maar waarom werkte ons hoofd nou niet mee?

„Misschien”, zei mijn geliefde, „omdat we het zo druk hebben gehad? Op een zeker moment, wanneer je echt op je tandvlees loopt, leer je jezelf aan er niet al te veel met je hoofd bij te zijn. Je verdooft jezelf tot het punt waarop je nog wel kan werken, maar er niet te veel bij hoeft na te denken, omdat je anders gek wordt.” En eenmaal op vakantie wisten we niet wat we moesten doen om aan die verdoving te ontkomen.

„En dat terwijl we juist zoveel moeite hebben gedaan om deze reis te regelen”, zei ik boos. „Hier willen we zijn maar het voelt alsof de omgeving maar niet uithardt! Ik zit nog steeds met mijn hoofd in Nederland!”

Die avond konden we de slaap niet vatten. „Ach,” zei mijn geliefde, „misschien willen we ook te graag. Elke seconde bewust beleven, het is veel gevraagd.”

Ik moest denken aan iets waar ik in mijn puberjaren mee worstelde: dat ik nooit het gevoel had echt te leven. Het bestaan leek een aaneenschakeling van situaties die waren verdwenen voor je er erg in had. Het lukte me zelden om in het heden te zitten.

„Ergens is het goed dat dat niet lukt,” zei ik tegen mijn bedgenoot, „want uiteindelijk gaan we in datzelfde heden ook dood. Het ‘nu’ uitstellen is eigenlijk gewoon oefenen in niet-doodgaan.”

„Dus we hebben deze vakantie geboekt om een beetje te sterven zonder dat we er erg in hebben?” vroeg hij. Ik knikte. Eindelijk wisten we waar vakantie voor nodig is: er even niet zijn, om je te kunnen voorbereiden op er nooit meer zijn. Ik heb nog nooit zo goed geslapen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.