Recensie

Een zuurstoffles lang naar adem happen

‘47 Meters Down’ is een uitgebeende B-film die de tralies van het genre langzaam open wrikt

De kans is tamelijk klein dat ik ooit voor de kust van Mexico een kooiduik zal maken om witte haaien in de ogen te kijken. En dat zal voor de meeste filmkijkers gelden. Want: Jaws. En al die andere films waarin mensen moeten zwemmen voor hun leven terwijl de camera zich verlustigt aan opengesperde kaken, bloeddorst en doodsangst.

En al helemaal niet zoals in 47 Meters Down op een roestig bootje met een laconieke crew. Maar dat is natuurlijk precies wat de zusjes Kate en Lisa doen, om de ex van Lisa te bewijzen dat ze echt geen watje is. Er bestaan betere plotmotoren, maar het doel is om die twee zo snel mogelijk van de vaste wal te krijgen, daar doet de film gelukkig ook niet diepzinniger over dan nodig. Eigenlijk hoef je als toeschouwer alleen maar te denken: ‘Oh nee! Doe het niet! Heb je dan nog nooit een haaienfilm gezien?’ Want dan zit je in het schuitje. Je eigen angst heeft het scenario voor een onvervalste survivalhorrorfilm al geschreven – de filmmakers hoeven het alleen nog maar net iets enger en onverwachter te maken dan je in je ergste nachtmerries kan dromen.

47 Meters Down is een uitgebeende B-film die de tralies van het genre langzaam open wrikt. We zitten ruim een uur met twee scream queens in een kooi in het water. Aan een aftandse kabel. De titel verklapt al hoe diep. Heel diep. En het filmdoek maakt de haaien bijna net zo groot als ze in het echt zijn. Als het niet suspense was, teruggebracht tot z’n naakte essentie, dan was het bijna een abstracte film: die optisch vergrote ogen achter die duikmaskers, bloedsporen en vissenkoppen, maar ook lichtstralen en luchtbelletjes die door het water dansen als in de visuele gedichten van avant-gardefilmers Hans Richter, Oskar Fischinger, Man Ray of Marcel Duchamp.

Het is keer op keer weer opvallend hoeveel de beste genrefilms gemeen hebben met het werk van experimentele filmvernieuwers. Omdat ze allebei kijken hoever ze de regels kunnen buigen. Alleen word je in 47 Meters Down wel meteen afgestraft als je te lang in die esthetische roes blijft verpozen, want voor je het weet komt er weer zo’n geniepige gluiperd van een haai op je afzwemmen: onder water is het voor mensenoren zo stil als in een stille film.

Je hoeft niet veel van de duiksport te weten om te beseffen dat je het beter niet ongeoefend kunt bedrijven, omdat het met zuurstof en druk nogal nauw luistert. Hoe lang je met de zuurstof in je fles doet is afhankelijk van diepte en ervaring, maar vooral van hoe rustig je ademt en beweegt. Onze natuurlijke vecht- en vluchtreflexen verkorten de tijd dat je onder water overleeft.

Dat alles maakt 47 Meters Down doodeng: ongeveer de duur van een zuurstoffles zit je naar adem te happen. Achteraf kun je heel rustig analyseren waarom de film zo goed werkt, tijdens het kijken telt maar één ding: de verslavende adrenalinekick die je doet vergeten dat een bioscoopzaal een heel veilige omgeving is. Alhoewel? Doen het donker en de eenzaamheid niet juist denken aan die onderwaterwereld? Je hartslag versnelt. Je adem stokt. Is dat een haai of een hallucinatie door stikstofnarcose? Filmgriezelen als bewustzijnsvernauwing.