Recensie

Deed ze het? Deed ze het niet?

Rachel Weisz en Sam Claflin in ‘My Cousin Rachel’

‘Did she? Didn’t she? Who’s to blame?’, vraagt hoofdpersoon Philip Ashley zich in voice-over af aan het begin (en eind) van My Cousin Rachel. Dit kostuumdrama is de tweede adaptatie van de gelijknamige roman van Daphne du Maurier, wier werk veelvuldig is verfilmd. Hitchcock was dol op haar boeken, hij verfilmde Jamaica Inn, Rebecca en The Birds.

Net als veel van Du Mauriers werk speelt My Cousin Rachel zich af in Cornwall, in dit geval eind negentiende eeuw. Weesjongen Philip woont op een mooi landgoed en wordt opgevoed door surrogaatvader Ambrose. Als Ambrose om gezondheidsredenen naar Italië gaat, krijgt Philip brieven van hem. In eentje zegt hij dat hij zijn nicht Rachel heeft ontmoet, later dat zij getrouwd zijn, en in zijn laatste brief schrijft hij in de marge van de envelop dat ‘mijn kwelgeest’ Rachel hem vergiftigt; even later blijkt hij dood. Wanneer weduwe Rachel naar Engeland komt, wil Philip het zijn nicht, die hij schuldig ziet aan de dood van Ambrose, betaald zetten. Een plannetje dat faalt als hij haar voor het eerst ontmoet en smelt bij haar aanblik. Tot de twijfel weer toeslaat: vergiftigt Rachel ook hem? Is zij uit op zijn geld?

In het verzorgd gemaakte My Cousin Rachel is alles ambigu. Is Rachel een femme fatale, een zwarte weduwe? Of is zij een onschuldige vrouw die simpelweg haar eigen leven wil leiden in een patriarchale samenleving? In die zin gaat de film over perceptie, door regisseur Michell (Notting Hill) mooi verbeeld door binnen het shot de scherpte te veranderen van de ene naar de andere hoofdpersoon via de focus pull. Deze nadruk op veranderend perspectief en ambiguïteit – Did she? Didn’t she? – hoort bij het thrillergenre, maar maakt ook dat My Cousin Rachel de preoccupaties van 2017 perfect samenvat. Wat is feit en wat nepnieuws? Wat is waarheid en wat post-waarheid? Wiens waarheid verkiezen we?