Recensie

De verfijnd toucherende knuisten van Kozhukhin

De Russische pianist Denis Kozhukhin dook voor zijn tweede Pentatone-release in het solo-oeuvre van Johannes Brahms. Met zijn uit de kluiten gewassen maar verfijnd toucherende knuisten blijkt hij een gedroomde pianist voor Brahms’ wijd liggende en dikwijls orkestraal gedachte klaviermuziek. Neem de ‘Variaties in d-klein (opus 18b)’, die Brahms destilleerde uit zijn Eerste strijksextet. Kozhukhins spel kenmerkt zich door een volle klank met een fundament in ronkende basregisters en een sprankeling van tinkelende belletjes in de hoogte. Ook in de ‘Ballade in d-klein (opus 10/1)’ laat Kozhukhin zijn instrument klinken als een klok.

De meeste indruk maakt de winnaar van de Koningin Elisabethwedstrijd 2010 echter in de verstilde passages. Zeldzaam verdroomd klinken de openingsmaten van de ‘Ballade in D-groot (opus 10/2)’. Het Intermezzo in ‘E-groot (opus 116/4)’ baadt bij Kozhukhin in een idyllische gloed die de luisteraar een centimeter boven zijn stoel laat zweven.