De haai belichaamt vakantiestress

Haaienfilm

Er gaat vrijwel geen zomer voorbij zonder een haaienfilm. Waarom is hij van alle grote roofdieren onze favoriete filmschurk?

Als kijker zit je ruim een uur met twee scream queens in een kooi die onder water in ‘47 Meters Down’

In de sciencefictionfilm Back to the Future 2 (1989) reist held Marty McFly naar de toekomst: het stadje Hill Valley anno 2015. Voor de bioscoop wordt hij aangevallen door een hologram van een reuzenhaai. Reclame voor horrorfilm Jaws 19, zo blijkt.

Het is er niet van gekomen: haaienserie Jaws beleefde slechts vier delen. En toch wel, want nog steeds gaat er nauwelijks een zomer voorbij zonder een haaienfilm. Dit jaar is dat het zeer effectieve 47 Meters Down, waarin zusjes Kate en Lisa in een haaienkooi op de zeebodem stranden.

Niet in de Nederlandse bioscoop te zien is Cage Dive, een found footage-film over een vriendengroep die een auditietape maakt voor een ‘extreme reality-show’ in, jawel, een haaienkooi – tot hun boot zinkt door een vloedgolf. Ook is er Sharknado 5, waar haaien jacht maken op astronauten: haaien ploegden zich eerder al door stranden (Sand Sharks) of skipistes (Avalanche Sharks). Op kanaal Syfy valt regelmatig te genieten van creaturen Sharktopus (met tentakels) of Jurassic Shark.

Die haaiensatire is een reflectie op het feit dat de grote witte haai verreweg de succesvolste filmschurk is onder de grote roofdieren. Dat begon met Jaws, dat in 1975 de strandbeleving, Hollywood en ’s werelds haaienpopulatie hard trof.

Volgens een recent (kleinschalig) Brits onderzoek durfde 85 procent van de kijkers niet diep in zee in het jaar dat ze Jaws zagen en voelt 43 procent zich daar jaren later nog altijd unheimisch. Ik behoor tot die 43 procent: de vecht-of-vluchtrespons die Spielberg in mijn veertienjarige reptielenbrein etste, overheerst veertig jaar na dato nog altijd het koele oordeel van mijn prefrontale cortex.

Steven Spielberg nam indertijd een enorme gok door de bestseller van Peter Benchley op zee bij Martha’s Vineyard te filmen, niet in een waterbassin. Het filmbudget van Jaws liep gierend uit de hand, 55 draaidagen werden 159, met name door zijn sputterende mechanische haai Bruce. Diens technische falen bleek een filmische zegen: het dwong Spielberg zijn monster onder water te houden. De onzichtbare dreiging in een realistische setting, versterkt door onderwatershots van mensenbenen en de lugubere baspuls van John Williams, maakte de grote witte haai des te griezeliger.

Jaws transformeerde Hollywood. Studio Universal lanceerde de film met massieve tv-reclame in honderden zalen tegelijk: de zogeheten ‘blockbusterstrategie’. Het maakte Jaws tot een evenement dat je niet wilde missen: de recette was een toen ongekende 458 miljoen dollar. Na jaren van verval zag Hollywood weer een toekomst: de blockbuster. Het grote geld ging voortaan naar een klein aantal spektakelfilms.

Primal scream-movie

Spielberg zelf noemde Jaws een ‘primal scream-movie’ waarin hij zijn eigen zwemangst uitspeelde. Kijkers in een positie van kinderlijke machteloosheid brengen zag hij als bevrijdend: in het donker kan de macho even zijn onkwetsbare pose laten varen. Veel critici waren er minder over te spreken: na een decennium van volwassen films bracht Spielbergs ‘esthetiek van ontzag en angst’ Hollywood in een staat van infantiele regressie, zo verweet filmkenner Peter Biskind hem.

Filosoof Slavoj Zizek vergeleek de mechanismen achter Jaws zelfs met die van het nazisme. Spielberg balt vage angsten – over inkomen, kinderen, immigratie – samen in één grote witte angst. De haai is een nuttige zondebok, ‘de Ander’, zoals joden dat voor de nazi’s waren. Feministische filmtheoretici vermoedden in Jaws een patriarchale contrarevolutie. De haai is ofwel een fallische wreker op vrijgevochten vrouwen – zijn eerste prooi is in Jaws immers een naakt zwemmend hippiemeisje – ofwel een ‘vagina dentata’ die door grote witte jagers moet worden getemd.

Mensenvlees

De grote witte haai heeft het geweten. In Jaws noemt een haaienexpert hem een perfecte darwinistische eetmachine, toch gedraagt hij zich eerder als een wrekende ‘rogue shark’ die, conform de theorie van schrijver Victor Coppelson, altijd terugkomt voor meer als hij eenmaal mensenvlees heeft geproefd. Dat door Jaws gepopulariseerde idee droeg sterk bij aan de decimatie van de haaienpopulatie: vissen op haaien werd een rage. Volgens de paper The Jaws Effect van wetenschapper Christopher Neff dicteert Jaws de huidige politiek van de Australische regering om elke grote witte haai die de kust op drie zeemijl nadert proactief te doden. Geen politicus wil voor de burgemeester van Amity Island doorgaan, die in Jaws het haaiengevaar bagatelliseert uit winstbejag.

De vraag is waarom juist de haai ons zo aanspreekt. Waarschijnlijk omdat hij aan de top van de voedselketen staat in een element dat ons vreemd is: het water. We zien hem niet aankomen, kunnen niet vluchten of ons verbergen. Het is geen toeval dat monsters in natuurhorror meestal waterdieren zijn: haai, krokodil, piranha. Hun slachtoffers zijn badgasten, vissers en watersporters die dit gevaarlijke element frivool en ontspannen betreden. Ze vieren vakantie, op zich al een zeer onnatuurlijke handeling voor de homo sapiens. Die verlaat dan vrijwillig zijn vertrouwde habitat om in een vreemde, dus gevaarlijke omgeving ‘ontspanning’ te zoeken. De haai is de belichaming van vakantiestress.

De nieuwe filmhaai

De moderne filmhaai is overigens niet langer de wrokkige schrokop van Spielberg. Feitelijk zijn er twee cycli haaienfilm. In de post-Jaws-cyclus houdt een haai huis onder argeloze toeristen omdat autoriteiten het gevaar ontkennen. Die formule was in 1987 definitief uitgewoond met het bespottelijke Jaws 4: The Revenge, waarin een wraakhaai de weduwe van chief Brody uit Jaws achtervolgt. Tagline: „This time, it’s personal.”

Toch is die kreet best visionair, want haaienfilms zijn in de 21ste eeuw uitgebeende survivalthrillers. Daar raken mensen die zich het gevaar bewust zijn – zeezeilers, surfers, kooiduikers – door een calamiteit in een duel met een haai verwikkeld. Die gedraagt zich realistischer dan voorheen: in The Shallows (2015) houdt de haai een surfer gevangen op een rots omdat hij zijn prooi verdedigt: een dode walvis.

Het draait om het vinden van de wilskracht om te overleven: een trauma plus flashbacks zijn standaard. En die strijd is niet bij voorbaat gewonnen: het model van de huidige haaienfilms is niet zozeer Jaws, maar Open Water uit 2003. In dat semi-documentair gefilmde verhaal wordt een echtpaar scubaduikers door een blunder op het rif achtergelaten en daarna door een assortiment kleine haaien opgeknabbeld. Met een ‘no-budget’ van vijf ton verdiende Open Water 54 miljoen dollar.

Eén ding is hetzelfde gebleven: een haaienfilm gaat in de zomer uit, tussen mei en september. Want we laten ons badplezier nog altijd graag bederven.