Airconditioning is een van de oudste dromen van de mensheid

We willen ons het liefst isoleren van onze door warmte of kou beheerste omgeving. Onze angst voor klimaatverandering zit peilloos diep, betoogt Eva Horn, hoogleraar germanistiek en cultuurtheorie aan de Universiteit van Wenen.

De Flower Dome (voor) en het Cloud Forest, twee zeer grote kassen van circa 1 hectare in de 'Gardens by the Bay' in Singapore. De ene heeft een Middellandse-Zee- klimaat, de ander een steppeklimaat. Foto CharlieTong

In Londen verrees in 1851, speciaal voor de Wereldtentoonstelling, een gigantisch soort kas. Het Crystal Palace, een immense structuur van hout, gietijzer en glas, was ontworpen door de kassenbouwer, bananenkweker en horticulturist Joseph Paxton. Het had meerdere verdiepingen en mat 564 bij 124 meter. De stands van duizenden exposanten pasten er makkelijk in. Overal langs de wandelpaden stonden standbeelden, reusachtige iepen, fonteinen en zitjes. Daglicht stroomde van alle kanten naar binnen. Het voelde net als buiten, maar behaaglijker - zonder regen, wind en kou.

Grote kasachtige gebouwen zoals het Crystal Palace waren in de negentiende eeuw enorm in zwang. „Toen was men niet bang voor global warming, zoals wij nu, maar voor het omgekeerde: global cooling,” zegt Eva Horn (Frankfurt, 1965). Ze is hoogleraar Germanistiek en cultuurtheorie aan de universiteit van Wenen. „Zoals Singapore, Dubai en andere metropolen in warme landen nu steeds meer malls en andere overdekte structuren bouwen om de temperatuur en vochtigheid constant te beperken, probeerden ze vroeger in de westerse wereld het omgekeerde te doen.”

Het Crystal Palace op The Great Exhibition of the Works of Industry of All Nations (Wereldtentoonstelling) in Londen, 1851. J. McNeven, Lithografie William Simpson, 1851

Waarom niet aanpassen?

De mens en het klimaat: Horn, een beweeglijke, geëngageerde Duitse die eerder een boek schreef over de menselijke angst voor catastrofes (Zukunft als Katastrophe), is hier compleet door gefascineerd. Waarom probeert de mens het klimaat zo drastisch buiten te sluiten, in plaats van zich aan het klimaat aan te passen? Waarom springen we op een airconditioned vliegveld in een airconditioned taxi of bus naar een airconditioned hotel – alles op dezelfde ‘standaard’ 21 graden Celcius, en 50 procent vochtigheid? Je raakt daar zo aan gewend dat je lijf, als je even buiten bent, steeds slechter tegen de hitte kan. Dit gebeurt niet alleen in de tropen, maar steeds meer ook in de westerse wereld.

In de VS wordt, zegt Horn, tegenwoordig nog geen 5 procent van de huizen opgeleverd zonder air conditioning. Het jaarlijkse energieverbruik van deze apparaten, die in 1902 zijn uitgevonden (door Willis Carrier) en pas in de jaren vijftig langzaam hun intrede deden in huizen en auto’s, is enorm. In Singaporese huishoudens verbruiken airconditioners meer dan een derde van de energie. Het lijkt wel alsof de mens het klimaat wil overmeesteren – terwijl hij tegelijkertijd met al die uitstoot en energieconsumptie juist bijdraagt aan de versnelde opwarming van de aarde.

Confortcriteria

„Airconditioning is een van de oudste dromen van de mensheid,” zegt Horn in de bibliotheek van het Instituut voor Menswetenschappen in Wenen – een prettige, rustige ruimte waar ze, o ironie, net deze maand voor het eerst een paar airconditioners hebben geïnstalleerd. „Je past temperatuur en vochtigheid aan je eigen comfortcriteria aan, waardoor je beter kunt functioneren. De filosoof Peter Sloterdijk heeft dat ‘insulatie’ genoemd: jij past je niet aan het weer aan, door bepaalde kleren aan te trekken en te ‘schuilen’ in bepaalde huizen, maar je gaat met hulp van moderne technologie een stap verder en re-creëert steeds grotere zones waarin je het klimaat buitensluit. Klimaat is niet iets waarmee je moet leven, maar wordt een optie.”

Om te begrijpen hoe diep de relatie tussen de mens en het klimaat zit, dook Horn in de klassiekers. Al in 1784, ontdekte ze, definieerde de Duitse filosoof Johann Gottfried Herder de mens als een klimaatveranderende soort. „Hoe ver hij kan gaan zal de toekomst uitwijzen,” schreef Herder. Eerst legde de mens land droog. Hij leerde ook droog land te irrigeren, zodat hij het kon bewerken. In de loop der tijd is hij echter steeds verder gaan ingrijpen. Geen wonder, vond Herder: klimaatbeheersing maakt deel uit van de graduele verfijning van de menselijke beschaving. Eerst jagers, toen boeren – eerst temt de mens de natuur, vervolgens transformeert hij haar. Steeds verder op in de vaart der volkeren. Langzaam wordt de maatschappij verlost van de beperkingen van het klimaat.

Aristoteles schreef dat „zij die in een koud klimaat en in Europa leven veel temperament hebben maar weinig intelligentie en vakbekwaamheid”. Bij de Aziaten zag hij het omgekeerde. „Daarom zijn zij altijd in een staat van onderwerping en slavernij.” Ook Montesquieu schreef dat het klimaat bepalend is voor de politieke systemen die mensen optuigen en de wetten die ze hebben. Zo zou democratie meer iets zijn voor noorderlingen, en despotisme vaker voorkomen bij zuiderlingen: in de hitte, betoogde hij, kun je niet gedisciplineerd en rationeel denken. De parallellen met nu liggen voor het oprapen: noorderlingen praatten tijdens de eurocrisis vol dédain over de ‘Club Med’, in Nederland ook wel aangeduid met de term “die landen”. Horn ontdekte ook iets grappigs: „Elke filosoof beschreef zijn ideale plek, de plek waar het klimaat volgens hem het beste was. En dat was altijd de plek waar hijzelf woonde. Voor Montesquieu was Bordeaux het beste. Voor Kant was het midden-Europa. Voor Aristoteles had Griekenland het ideale klimaat.”

Het klimaat wordt decor

Waar we momenteel mee bezig zijn, vindt zij, is dat we klimaat compleet van cultuur scheiden, en natuur van technologie. Het weer en het klimaat worden een soort decor. Wat daarin gebeurt, raakt de mens niet meer: hij staat er immers boven. Althans, dit is waar hij naar streeft. Dat is zijn doel. Dit is ook waar een film als Logan’s Run (1976) over ging: een groep mensen die in een overkoepeld ecosysteem utopia probeert te beleven. De film was een kaskraker. Dit is exact wat Thomas Moore ook voor zich zag in Utopia: je transformeert landschappen en vegetatie zo dat je geen last meer hebt van de “ongezondheid van de lucht”. Op die manier word je een veel gezonder mens dan je voorgangers. De utopist Charles Fourier legde in De Theorie van de Vier bewegingen (1808) zelfs uit wat er de komende tachtigduizend jaar zou gebeuren: de mens zou alsmaar beschaafder worden en sociaal en seksueel steeds meer “bevrijd” zijn; ook het klimaat zou overal ter wereld langzaam van zijn extremen zou worden ontdaan. Resultaat: de hele wereldbevolking leeft nog lang en gelukkig in een gematigd, Mediterraan klimaat. „Fourier was de eerste die het over een ‘wereldgemeenschap’ had,” vertelt Horn. „Hij dacht dat biopolitiek en klimaatverandering op elkaar inwerkten tot je bij een bepaald eindpunt aankwam. Dat eindpunt was de norm. De klimaatnorm.”

Voor de mens, of hij nu vandaag leeft of eeuwen geleden, heeft het klimaat dus een uitgesproken cultureel belang. Je moet het de baas worden, onvoorzienigheden uitsluiten. Als dat lukt, sta je weer een treetje hoger op de ladder van de beschaving. Als het niet lukt, verlies je je beschavingsideaal. Dit is waarom heel Europa volstaat met prachtige oude oranjerieën, overdekte promenades en galerieën, in allerlei stijlen: omdat men in de negentiende eeuw van Laeken tot Wenen geobsedeerd was door het gevecht tegen de elementen - of liever, het gevecht tegen zichzelf. Horn citeert Sloterdijk, die in zijn Sphären III noteerde: „In hun kassen begonnen de Europeanen een aantal succesvolle experimenten rondom de botanische, klimatische en culturele effecten van de globalisering.” Waar ter wereld je ook bent, je kunt hetzelfde leven leiden. In zônes met dezelfde temperatuur, hetzelfde soort lucht en dezelfde efficiëntie. Alles onder controle. Sloterdijk noemde die zônes ‘atmotopen’.

Moeilijke telefoontjes

Horn was laatst in Singapore in zo’n atmotoop: de ‘Cooled Conservatories’, een geklimatiseerd recreatiecomplex in het natuurpark Gardens by the Bay. Zij zag daarin het exacte spiegelbeeld van de Habsburgse keizerlijke kassen bij het Schönbrunn-paleis in haar woonplaats Wenen, waar buurtbewoners ‘s winters hun botten komen warmen. Ze kopen een seizoenskaart en doen tussen het tropische gebladerte hun administratie, of voeren moeilijke telefoontjes. Bij de Cooled Conservatories, twee hitech gebouwen van elk ongeveer een hectare, doen Singaporeans hetzelfde - maar dan terwijl ze hun botten koelen.

De ironie, zegt Horn, is dat dit de mens niet sterker maakt. Integendeel: “We worden steeds kwetsbaarder. Zeventiende-eeuwse winters waren vreselijk. Maar mensen wapenden zich op de een of andere manier toch. Wij zouden zoiets absoluut niet meer kunnen. Wij vliegen naar Dubai om mooi bruin te worden met Kerst, maar hebben onze tolerantie voor extreme weersomstandigheden verloren.”

Daar komt misschien ook onze diepe angst voor de opwarming van de aarde vandaan. Horn beaamt: die angst is nogal irrationeel. „We hebben het constant over climate change en hoe erg het is, maar we doen er vrij weinig aan. Het lijkt meer te gaan over onze eigen kwetsbaarheid in de natuur en over onze angst dat we de elementen niet de baas kunnen, dan over klimaatverandering zelf. Dit gaat allang niet meer over het klimaat. Dit gaat over de beschaving, over het leven zelf. Over de vraag: wat doet de mens eigenlijk, op aarde?”