Vuur ontstaat door droogte én door de mens

Portugal werd dit weekeinde getroffen door zware bosbranden. Daarbij kwamen 63 mensen om het leven. Het getroffen gebied kampt met grote droogte en extreme hitte.

Foto Paulo Cunha/EPA
  1. Is dit normaal, of is er sprake van een uitzonderlijke situatie?

    De hoge temperatuur in Portugal past in een trend, zegt Geert Jan van Oldenborgh, klimaatexpert van het KNMI. Hij heeft de data van de afgelopen eeuw doorgespit en concludeert dat de gemiddelde temperatuur daar met ongeveer 3 graden Celsius is gestegen. Dat is het dubbele van wat de klimaatmodellen voorspelden – en ook veel meer dan de bijna 1 graad Celsius die de aarde wereldwijd is opgewarmd. Op dit moment is het zelfs bijna vier graden warmer dan het gestegen gemiddelde.

    Volgens Van Oldenborgh is nog onduidelijk waardoor die extra opwarming wordt veroorzaakt. Er is sprake van een nog onbekende ‘positieve terugkoppeling’, zoals dat in de klimaatwetenschap heet, een verschijnsel dat zorgt voor een (lokale) versnelling van klimaatverandering.

  2. Geldt dat ook voor de droogte in Portugal?

    Het is op dit moment zo’n 20 procent droger dan normaal in Portugal en grote delen van Spanje. Maar volgens Van Oldenborgh is het lastig om dit toe te schrijven aan een trend. In de neerslagdata voor april-juni kan Van Oldenborgh geen toename van droge periodes ontdekken.

    De (in totaal 41) klimaatmodellen laten een toename van de droogte in het gebied met ongeveer 5 procent zien. Dat zou kunnen kloppen, aldus Van Oldenborgh, ook al vindt hij dat in de cijfers niet terug. Dat kan komen doordat het te weinig is om uit te komen boven de ‘ruis’ van de grilligheid van het weer.

    Uit de cijfers blijkt volgens Van Oldenborgh ook nauwelijks een relatie tussen de temperatuur en de hoeveelheid neerslag, zoals die bijvoorbeeld wel in Frankrijk te zien is.

    Lees ook de reportage van Koen Greven, die op pad ging met de brandweer in Portugal: Met één slang kilometers vuur te lijf

    Een lokale journalist filmde hoe inwoners van Figueiró de brand probeerden te bestrijden:

  3. En wat is de trend voor Europa?

    Het Europees Milieuagentschap EEA beschrijft in zijn rapport Climate change, impacts and vulnerability in Europe 2016 dat zowel in het zuidwesten als het zuidoosten van Europa deze eeuw de droogte flink zal toenemen. Vooral in het zuiden van Spanje, maar ook in Zuid-Italië, Griekenland en Turkije wordt het naar verwachting steeds droger.

    Volgens het EEA heeft 17 procent van de Europeanen tussen 2006 en 2010 jaarlijks te maken gehad met droogte. Bijna alle studies voorspellen dat de droogtes vaker zullen voorkomen, langer gaan duren en extremer van karakter zijn.

  4. Hoe bereidt Europa zich daarop voor?

    Volgens het Europese Copernicusprogramma wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een ‘early warning’ systeem voor bosbrandrisico’s. In principe vanaf september kan in Europa voor bosbrandrisico’s gewaarschuwd worden. Dat betekent dat er op basis van de weersverwachting (de eerstvolgende tien tot vijftien dagen) wordt gekeken hoe groot de kans op een bosbrand in een bepaald gebied is. Daarnaast worden seizoensverwachtingen gegeven. Dat gebeurt op basis van de neerslag en vochtigheid in de voorgaande periode.

    Lees ook de reportage van correspondent Koen Greven: op de vlucht achterhaald door de vlammen
  5. Hoe droog is het in Nederland?

    Behoorlijk droog. Maar niet zo droog als in Zuid-Europa. We leven niet voor niets in een delta. Het peil van de Maas ligt nog net boven de kritische grens. Bij Maastricht stroomt tussen de 30 tot 40 kubieke meter per seconde het land binnen; 25 kubieke meter per seconde is nog verantwoord. ’s Winters stroomt gemiddeld 200 tot 300 kubieke meter naar binnen. Het peil van de Rijn begint langzamerhand ook richting de kritische grens te bewegen, voor juni is dat 1.300 kubieke meter per seconden. Veel gekker moet het niet worden, maar op dit moment is de droogte zeker nog niet alarmerend. We beleven een droogte die gemiddeld eens in de tien tot twintig jaar voorkomt. „We kunnen hier goed mee omgaan, maar we zijn wel bijzonder alert”, zegt Hans de Vries, voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). Enerzijds hebben we in Nederland het geluk van relatief gunstige geografische omstandigheden, en anderzijds hebben Rijkswaterstaat en de waterschappen uitgebreide protocollen gemaakt wat te doen bij droogte.

  6. Wat als de droogte aanhoudt?

    NRC studio

    Dan treedt verzilting van het water op. De grote rivieren voeren onvoldoende water aan om het oprukkende zoute zeewater tegen te houden. Brak water is schadelijk voor de landbouw en voor de natuur. Bij aanhoudende droogte kunnen er ook problemen ontstaan met dijken. Waterschappen kunnen niet voldoende water vanuit de grote rivieren in polders pompen. Daardoor komen bijvoorbeeld veenkades deels droog te liggen. Die zouden kunnen scheuren en afdrijven, zoals in 2003 gebeurde in Wilnis. Waterschappen kunnen op een gegeven moment over onvoldoende water beschikken voor landbouw, natuur en het handhaven van een goed waterpeil.

    De scheepvaart kan bij lage waterstanden minder laden en moet soms langer wachten bij sluizen. Voor de inname van drinkwater worden geen problemen verwacht. Ook heeft de industrie, met name de elektriciteitscentrales, voorlopig geen gebrek aan koelwater.

  7. Welke maatregelen volgen in Nederland als de droogte aanhoudt?

    Kades en dijken worden geïnspecteerd door de waterschappen. Dat gebeurt nu ook al. Hier en daar gelden beregeningsverboden. Ook worden schepen bij sluizen minder frequent geschut, om de waterstand zo veel mogelijk op peil te houden. Als er écht te weinig water is, treedt de wettelijke verdringingsreeks in werking. Die bepaalt welke sectoren voorrang krijgen bij de toedeling van water. Anders dan in de rest van Europa heeft Nederland buffers van enkele maanden voor de drinkwatervoorziening. Daarom hebben vooral de stabiliteit van de waterkeringen en een deel van de natuur prioriteit, omdat droogte daaraan onherstelbare schade kan toebrengen. In geval van extreme droogte kan ook besloten wordende zogenoemde kleinschalige wateraanvoer in werking te stellen: een alternatieve aanvoer van zoet water, vanuit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal naar delen van Zuid-Holland. De capaciteit van dit systeem wordt momenteel uitgebreid.

    Bekijk hieronder satellietbeelden van de bosbranden in Portugal. Links de situatie op 16 juni, rechts de branden op 19 juni. Foto’s NASA

     
  8. Is er gevaar voor bosbranden?

    Zeker. In Zeeland, Gelderland en Noord-Limburg code oranje afgegeven, dat wil zeggen dat er een groot risico op het ontstaan van natuurbranden bestaat, en op de kans dat zulke branden zich snel verspreiden. De brandweer heeft meer materieel beschikbaar. Er geldt een stookverbod in de natuur. Gemeenten wordt geadviseerd recreanten te waarschuwen. De code wordt opgesteld door de brandweer, na metingen van onder meer luchtvochtigheid en temperatuur, zonnekracht en luchtdruk. Een vergelijking met de bosbranden in Portugal is volgens de brandweer heel lastig te maken. De natuur is hier anders, net zoals de schaalgrootte en de infrastructuur, en ook is hier de hitte minder verzengend. De brandweer vraagt burgers niet alleen extra alert te zijn op mogelijk vuur in de natuur, maar ook op verdacht gedrag. Want natuurbranden, zegt een woordvoerder, ontstaan vaker opzettelijk dan onopzettelijk.

    Overigens: het is niet alleen droog in Nederland, maar ook heet. Voor de provincies Utrecht, Overijssel, Zuid-Holland, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg is het zogenoemde hitteplan geactiveerd. KNMI heeft code geel afgekondigd voor deze provincies. Het RIVM roept op regionale hitteplannen te activeren en extra zorg en aandacht te besteden aan met name ouderen, mensen in zorginstellingen, chronisch zieken en mensen met overgewicht. Het RIVM geeft als tips onder meer: voldoende drinken; insmeren; in de schaduw blijven; lichamelijke inspanning beperken en woning zo koel mogelijk houden.

  9. Waarom zijn bosbranden in Portugal vaak aangestoken?

    Na aanvankelijk gemeld te hebben dat de hevige bosbranden in het midden van het land waren aangestoken, stelden de Portugese autoriteiten zondag dat deze ontstonden door blikseminslagen bij ‘droog onweer’. Als dat laatste klopt, dan vormen ze een uitzondering op de regel: bij de overgrote meerderheid van de natuurbranden in Portugal draagt de mens schuld. In een studie (uit 2012) naar alle natuurbranden in het land tussen 1996 en 2010 becijferden Portugese geografen dat zeker negen op de tien branden veroorzaakt worden door menselijk handelen.

    Daarbij kan sprake zijn van nalatigheid of een ongeluk: van een smeulende barbecue of weggooide peuk tot het verkeerd afbranden van een akkertje. Maar in veel gevallen is er sprake van pyromanie: uit sensatiezucht dan wel met een crimineel motief. Milieu-organisaties wijzen er al decennia op dat de papierindustrie direct profiteert van het grote aantal bosbranden op het Iberisch Schiereiland. In jaren met relatief veel bosbranden dalen de prijzen van hout met de helft en daarmee de kosten van de ruwe grondstof waarvan papierfabrieken afhankelijk zijn. Ook bomen die in een afgebrand bos staan, kunnen namelijk nog gekapt en verhandeld worden. Alleen de schors en de buitenste ringen verkolen; het hart van de stam is nog prima te verwerken tot papierpulp.

    Bekijk ook de fotoserie: Een vlammenzee in Portugal
  10. Wat is de rol van de eucalyptusboom?

    In het midden en noorden van Portugal en ook in de noordelijk van Portugal gelegen Spaanse regio Galicië zijn ten behoeve van de houtkap op grote schaal eucalyptusbossen aangeplant. Het onderscheidende voordeel van eucalyptussen is dat ze vergeleken met inheemse soorten zeer snel groeien – en dus ook snel gekapt kunnen worden.

    Een van hun nadelen is dat ze ook heel goed branden en juist gedijen in gebieden waar regelmatig natuurbranden zijn. Eucalyptus, ook wel de gomboom genoemd, scheidt een zeer brandbare hars af. Tezamen met zijn bladeren die op de grond vallen en zijn schors die in lange repen van de stam loskomt, veranderen de bomen bij een natuurbrand in zeer ontvlambare fakkels. In het eveneens regelmatig door bosbranden geteisterde Australië, waar de boom overigens wel inheems is, wordt de blauwe gomboom (Eucalyptus globulus) om zijn explosieve kenmerken ook wel de ‘benzineboom’ genoemd.

    Zijn schadelijke effect wordt nog eens versterkt doordat eucalyptus ná een bosbrand veel sneller herstelt dan andere soorten. Hij domineert het landschap waar hij geplant wordt zo steeds meer, met almaar heftigere branden als gevolg.