Recensie

Ruige acteur Sutherland is als rocker tam

Aan enthousiasme ontbrak het Kiefer Sutherland niet bij zijn debuut als popzanger in Amsterdam.

Als een kind zo blij stuiterde hij over het podium en nam hij stoere poses aan met zijn gitaar. Het zag er allemaal een beetje stijf en onhandig uit. Zo urgent en meeslepend als hij was als de actieheld Jack Bauer in de televisieserie 24, zo tam en ongevaarlijk is hij als country-rocker.

Sutherland hield niet op het publiek in de halfvolle zaal nederig te bedanken voor hun komst. Van de meisjes die tot vlak voor aanvang nog op hun telefoon naar een oude aflevering van 24 keken tot de dame die het optreden lang gepijnigd de vingers in haar oren hield was één ding duidelijk: deze mensen kwamen voor Jack Bauer.

Het was een verwarrende ervaring om die voor niets en niemand bange bikkel hier en nu opeens „I love you just the way you are” te horen zingen in een tedere country-ballade.

Hij heeft een rafelige stem die te onvast klonk om zijn liedjes over whisky en moeizaam bevochten liefde genoeg daadkracht mee te geven. Sutherland zo zien ploeteren op het podium bracht extra respect voor zijn filmcollega Joaqin Phoenix die er in de Johnny Cash-biopic Walk The Line wél in slaagde een overtuigende countryster neer te zetten.

In kreupele versies van Merle Haggards The Bottle Let Me Down en zijn eigen redneck-ode Rebel Wind bleef Kiefer Sutherland een noeste hobbyist die omringd door een professioneel team van muzikanten zijn ijdelheid liet strelen in de gedachte dat hij hier ook wel weer mee weg zou komen.

Jammer, maar deze anderhalf uur overleefde hij niet.