Mag de ‘BV China’ straks ook meedoen?

Deze rubriek belicht elke maandag ontwikkelingen op de financiële markten. Deze week: Chinese aandelen.

Een handelshuis in Beijing Foto Reuters

Tot drie keer toe liep het mis, maar dit jaar is de kans groter dan ooit. Krijgen aandelen van het Chinese vasteland, ook wel A-aandelen, deze week dan eindelijk een plekje in een toonaangevende index? Aankomende dinsdag wordt het duidelijk, wanneer indexbouwer MSCI bekendmaakt welke aandelen worden opgenomen in zijn veel gevolgde graadmeters.

Niet dat China nu nog helemaal geen deel uitmaakt van de indices van MSCI: de Wereldindex, een van de meest gevolgde graadmeters ter wereld, bestaat voor 2,9 procent uit Chinese bedrijven. Maar dat zijn uitsluitend bedrijven met een notering aan de beurs van Hongkong of aan een buitenlandse beurs, geen aandelen van het Chinese vasteland.

Het ontbreken van die aandelen, die worden verhandeld aan de beurzen van Shanghai en Shenzhen, heeft een reden. Jarenlang was het voor buitenlandse beleggers bijzonder moeilijk om A-aandelen te kopen. Dat kon alleen met een speciale licentie, en zelfs dan was maar beperkte handel mogelijk.

Sinds het najaar van 2014 is dat gemakkelijker geworden, door de komst van de Shanghai en Shenzhen Connect. Via die verbinding met de beurs van Hongkong – die wel toegankelijk is voor buitenlandse geldschieters – kunnen beleggers nu ongeveer de helft van alle pakweg 2.900 A-aandelen kopen. Een speciale licentie is daardoor niet langer noodzakelijk.

Het Amerikaanse MSCI denkt er sindsdien over om A-aandelen op te nemen in zijn Wereldindex en ook zijn index voor opkomende markten. De indexbouwer komt nu elk jaar opnieuw met een voorstel, dat wordt voorgelegd aan tal van grote klanten, zoals banken en beleggingsfondsen. Tot dusver was de uitkomst telkens negatief, onder meer vanwege zorgen over beperkte verkrijgbaarheid en de regelmaat waarmee de handel in A-aandelen wordt stilgelegd.

Maar dit jaar zou de uitkomst wel eens anders kunnen zijn, stelt Lodewijk van der Kroft van Comgest, een Frans fondshuis dat over de hele wereld belegt. In vergelijking met voorgaande jaren heeft MSCI zijn voorstel namelijk flink veranderd. De indexbouwer wil nu alleen nog aandelen opnemen die via de Connect te verhandelen zijn. Een andere voorwaarde is dat de handel de laatste vijftig dagen niet mag hebben stilgelegen. Die veranderingen laten zien dat MSCI „er echt werk van wil maken”, stelt Van der Kroft. Wat volgens hem helpt, is dat vermogensbeheerder BlackRock zich onlangs in het openbaar voorstander toonde van het opnemen van A-aandelen. Dat BlackRock een grote klant is van MSCI maakt die uitspraak „erg relevant”, aldus Van der Kroft.

Het wordt trouwens ook hoog tijd dat Chinese A-aandelen opgenomen worden in toonaangevende indices, vindt Van der Kroft. Met een beurswaarde van 4.000 en 3.300 miljard dollar behoren de beurzen van Shanghai en Shenzhen tot de grootste van de wereld.

Door die markten op te nemen geeft MSCI ook passieve beleggers, die geen losse aandelen kopen maar een index volgen, toegang tot een grote groep nieuwe bedrijven. „Ze kunnen dan de BV China opnemen in hun portefeuille.”

In eerste instantie zal het overigens om kleine hoeveelheden gaan, slechts 0,1 procent van de totale Wereldindex. Maar volgens Van der Kroft gaat het vooral om een eerste stap: als die eenmaal is gezet, krijgen aandelen van het Chinese vasteland vanzelf een belangrijkere positie in de indices van MSCI. „Dit moet een keer aangepakt gaan worden.

Chinese bedrijven horen tot de grootste van de wereld, maar ontbreken nu nog vaak in dit soort indices”, stelt hij.

„Dit moet een keer gebeuren. En als het niet dit jaar is, dan wordt het waarschijnlijk volgend jaar.”