Hoe je de toekomst kunt voorspellen

Scenariodenken

Met alle technologische veranderingen wordt het moeilijker én belangrijker om vooruit te kijken. Hoe pak je dat slim aan?

Illustratie Jenna Arts

„Eén!” We zitten met zijn achten in een kring en eentje begint met tellen. „Dos!”, zegt een ander. „Üç!”, zegt de derde. We doen een oefening om gezamenlijk zo hoog mogelijk te tellen. Andere talen gebruiken mag. We moeten op willekeurige momenten een getal roepen zonder dat twee mensen tegelijk spreken. Gebeurt dat wel, dan zijn we weer bij nul. Het is een oefening om een groepsritme te creëren, om goed te luisteren, op elkaar ingespeeld te raken en ons op deze avond te concentreren.

We hebben namelijk best een uitdaging voor ons: de toekomst voorspellen.

We zijn op FreedomLab, een ‘creatieve campus’ in Amsterdam voor onder meer filosofen, technologie-ondernemers en medewerkers van investeringsbedrijf Dasym. FreedomLab is naar eigen zeggen een nieuw soort combinatie van consultancy, denktank en opleidingsinstituut. De sessie van vanavond, inclusief sushi, biertjes en flip-over, is een van de manieren waarop Dasym, dat aandelen heeft in bedrijven als PostNL en TomTom, ideeën hoopt te krijgen voor toekomstige investeringen.

Door alle snelle technologische verschuivingen en ontwikkelingen wordt het anticiperen op de toekomst steeds moeilijker, én belangrijker. „Precies voorspellen kan natuurlijk niemand,” zegt Haroon Sheikh, hoofd onderzoek van Dasym. „Maar je kunt wel methodisch nadenken over de scenario’s.”

Precies voorspellen kan natuurlijk niemand, maar je kunt wel methodisch nadenken over de scenario’s

De groep in FreedomLab bestaat niet uit technologie-experts, maar vooral uit mensen die filosofie hebben gestudeerd. „We willen in deze sessies radicale twijfel hebben over álles,” zegt Sheikh. „En dat kunnen filosofen goed. Anders denken: vragen stellen bij basisassumpties. Wel kiezen we mensen die filosofie combineren met andere disciplines: bestuurskunde, economie of mens- machine-interactie bijvoorbeeld.”

Egels en vossen

De Canadese hoogleraar politicologie Philip Tetlock schreef in 2015 de bestseller Supervoorspellers, waarin hij korte metten maakt met traditionele ‘experts’ die voorspellingen doen. Hun vergezichten zijn vaak niet veel beter dan willekeurige voorspellingen, bleek uit proeven. Maar er zijn wel degelijk mensen die bovengemiddeld goed zijn in voorspellen. Uit zijn jarenlange onderzoek blijkt dat deze superforecasters een aantal persoonlijkheidskenmerken delen.

Tetlock gebruikt twee categorieën: vossen en egels - een indeling naar denker Isaiah Berlin. Egels hebben één of twee grote ideeën over hoe de wereld werkt, en delen hun hele wereld altijd zo in. Vossen vinden de wereld te complex om in één idee samen te vatten. Alleen vossen kunnen superforecasters zijn omdat die breder kijken.

Superforecasters denken eerder statistisch dan anekdotisch: in kansverhoudingen en procenten in plaats van in meeslepende verhalen. Tetlock benadrukt het belang van generalisten in een team dat toekomstscenario’s maakt – omdat generalisten voorspellingen van technische specialisten vaak kunnen voorzien van kritische vragen en maatschappelijke context.

Verwondering vasthouden voor het nieuwe, dat hebben jongere mensen vaker

Bij de sessie van FreedomLab is vanavond niemand ouder dan 36. „We willen elkaar niks onderwijzen, maar samen het onderwerp leren begrijpen”, zegt onderzoekshoofd Sheikh. „Verwondering vasthouden voor het nieuwe, dat hebben jongere mensen vaker. Ik zou geen supergespecialiseerde hoogleraar bij deze sessies willen hebben: die hebben vaak een eigen verhaal waar ze aan vastzitten.”

Teloefening

Ook probeert Sheikh egelgedrag zo veel mogelijk te verbannen uit de sessie. „Onze discussies moeten ego-loos zijn, niemand moet zich op zijn pik getrapt voelen als iemand een andere mening heeft dan hij.”

Na de teloefening presenteert iedereen in een paar zinnen een prikkelende premisse, een hypothetisch scenario. Zoals: Wat als er een technologie komt die ertoe leidt dat we ons brein met een computer kunnen aansturen? Wat als China als eerste land ter wereld kunstmatige intelligentie uitvindt die slimmer is dan mensen? Na doorvragen komen we unaniem tot het scenario van de avond: „Wat als er een technologie komt die het menselijk brein in één klap beter kan laten functioneren?”

Het is een scenario dat niet alleen over een nieuwe technologie zelf gaat, maar juist ook over de mogelijke sociale consequenties. Niet alleen over hoe de techniek werkt maar ook over de maatschappelijke implicaties. Juist dat soort scenario’s zijn interessant, zegt Sheikh: „Wat waren de grootste gevolgen van de uitvinding van de auto? Die lagen niet alleen bij autofabrikanten, maar juist bij het bouwen van woonwijken verder van werk en dus het ontstaan van suburbs, of de komst van motels.”

Wat als er een technologie komt die het menselijk brein in één klap beter kan laten functioneren?

Ook uit het boek The Signals Are Talking, van de Amerikaanse futurist en hoogleraar Amy Webb, blijkt dat voor nauwkeurige voorspellingen van de toekomst juist indirecte gevolgen van een nieuwe technologie of grote gebeurtenis belangrijk zijn. Neem het voorbeeld van graantekorten in Rusland rond 2009. Die leidden tot minder graanexport naar het Midden-Oosten, wat bijdroeg aan voedselgebrek onder de bevolking daar, wat als een van de triggers wordt gezien van de Arabische opstanden, die op hun beurt weer leidden tot de migrantencrisis.

Juist door bij toekomstvoorspellingen extreme scenario’s en brede gevolgen uit te denken, kun je op indirecte effecten – enigszins – inspelen. „Om te voorkomen dat het al te wilde luchtfietserij wordt, moet je wel constant je voorspellingen blijven toetsen aan de werkelijkheid en common sense”, zegt Sheikh.

Breinversterkende technologie

Tussen de biertjes en sushi komen we op allerlei ideeën, nieuwe vragen en problemen die onze fictieve breinversterkende technologie oproept. Wie krijgen er zeggenschap over de techniek? Wat gebeurt er met mensen die de technologie niet kunnen of willen betalen? Uiteindelijk worden alle ideeën teruggebracht tot vier op het whiteboard en gerangschikt, van utopisch tot rampzalig.

De meeste discussie ontstaat over de mate van ongelijkheid die de fictieve nieuwe technologie gaat veroorzaken. Als de techniek wordt gemonopoliseerd door een machtig techbedrijf, is dat slecht nieuws voor mensen die dat niet kunnen betalen, en creëert dit mogelijk een nieuwe superelite. Als technologische breinversterking open source wordt en dus toegankelijk voor iedereen, kan het juist leiden tot veel meer welvaart en intelligentie voor iederéén.

En hoe gaan de nieuwe supermensen zich gedragen tegenover mensen zonder superbrein? Als zorgzame ouders? Als overheersers? Als onverschillige voorbijgangers? De scenario’s worden afgezet tegen literatuur, historische gebeurtenissen en sciencefictionfilms: van de keiharde libertair-kapitalistische wereld van Ayn Rands boek De eeuwige bron tot een overheersing door cyborg-mensen à la de Hollywoodfilm iRobot.

Maar wat gaat Dasym hier nu mee doen? Sheikh: „Je kunt niet zeggen: dankzij deze sessie steekt Dasym nu geld in bedrijf X. Het gaat om het vroeg kunnen signaleren van mogelijke veranderingen en welke ontwikkelingen je dan in het bijzonder in de gaten moet houden.” Wat er vervolgens mee gebeurt, dat moet blijken in – inderdaad – de toekomst.