Geïsoleerde terrorist is uitzondering

Lone wolves

De politie wil ‘potentieel gevaarlijke eenlingen’ snel opsporen. Maar terroristen zitten vaker in een netwerk dan tot nu toe gedacht.

Anders Breivik doodde in 2011 met een bom en vuurwapens 77 mensen. De extremistische Noor had de aanslagen in z’n eentje voorbereid en geldt daarom als lone wolf. Foto EPA

Terroristen die in hun eentje opereren, lone wolves, zijn minder alleen dan vaak gedacht. De meesten maken deel uit van een netwerk. Dat blijkt uit langlopend onderzoek van zes universiteiten uit Nederland, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Polen en Israël. Volgens de Leidse onderzoeker Bart Schuurman heeft de conclusie implicaties voor de aanpak van dit type terrorisme.

Voor de studie zijn 55 vermeende lone wolves onderzocht, actief tussen 1978 en 2015. Tweederde had contact met andere radicalen voor ze toesloegen. Eenderde was min of meer ‘lid’ van een radicale of extremistische groep. Bij het voorbereiden van de aanslag kreeg 29 procent zelfs hulp, levering van explosief materiaal bijvoorbeeld.

„Opvallende cijfers voor een vorm van terrorisme die wordt getypeerd door het vermeende isolement van de dader”, zegt Schuurman. Volgens hem blijkt hieruit dat eenzame wolven helemaal niet zo eenzaam zijn. „Lone wolves worden vaak gepresenteerd als zeer capabele terroristen die in hun eentje op hun zolderkamer in alle stilte te werk gaan. Hét schrikbeeld voor iedere inlichtingendienst: je hoort ze niet aankomen en ze slaan opeens toe. In de praktijk blijkt dat mee te vallen. Compleet geïsoleerde terroristen zijn eerder uitzonderingen.”

Ted Kaczynski voerde in de jaren tachtig en negentig aanslagen uit met bombrieven. Ook hij wordt beschouwd als lone wolf vanwege zijn isolement. Foto Reuters

Morele barrières

De reden daarvoor is eenvoudig, zegt Schuurman: om iemand te doden moeten morele en psychologische barrières worden overwonnen, en dat gaat makkelijker met hulp van anderen. „Voor het slechten van die barrières helpt het als anderen jou bevestigen in je extreme denkbeelden. Dat levert een rechtvaardiging voor het gebruik van geweld.”

Schuurman heeft het aantal aanslagen door individuele IS-sympathisanten de laatste twee jaar zien toenemen. Maar veel van deze daders zijn volgens Schuurman geen eenzame aanslagplegers; ze zouden vaak contact hebben gehad met gelijkgestemden, in persoon of via internet.

Terrorismebestrijders hebben in het verleden herhaaldelijk gewaarschuwd voor lone wolves. AIVD-directeur Rob Bertholee noemde „de eenling die zich thuis laat inspireren en zelf radicaliseert” vorig jaar nog de grootste bedreiging van dat moment.

Mohammed B. pleegde in zijn eentje de moord op Theo van Gogh. Hij geldt niet als ‘echte’ lone wolf omdat hij uit de extremistische Hofstadgroep kwam. Foto ANP

Sinds de aanslag door Karst T. op Koninginnedag in Apeldoorn heeft de politie een aanpak ontwikkeld om dit soort ‘potentieel gewelddadige eenlingen’ vroeg in de gaten te krijgen. Schuurman vindt dat de overheid het gebruik van de term ‘eenling’ zou moeten heroverwegen, nu dit eerder uitzonderingen lijken te zijn. „Wetende dat aanslagplegers toch vaak uit netwerken komen, zou de politie juist moeten inzetten op het onderscheppen van communicatie.”

Schuurman ziet genoeg mogelijkheden voor de opsporing: de onderzochte eenlingen blijken slordig. Slechts een kwart van hen nam maatregelen om onder de radar van politie en inlichtingendiensten te blijven. 85 procent deelde opvattingen met collega’s, vrienden of familie. 58 procent gaf hun zelfs het idee met een gewelddadig plan bezig te zijn – gevolg van een drang naar beroemdheid, zegt Schuurman. „Deze mensen willen zichzelf etaleren. Als jij voor de goede zaak vecht, maar je blijft anoniem, what’s in it for you?

Nationaal terrorismecoördinator NCTV stelt in een reactie dat het onderzoek „interessante inzichten” biedt die worden „meegenomen in de verdere discussie over het beleid op dit onderwerp”. De NCTV herkent de conclusie dat de meeste terroristen geen geïsoleerde individuen zijn. Van de negentien terroristen die vorig jaar in hun eentje een jihadistische aanslag pleegden in een westers land, stonden verreweg de meesten in contact met een netwerk, stelt de coördinator. „We zien vaak een doelbewuste strategie van een groep of netwerk om één individu naar voren te schuiven voor de uiteindelijke aanslag.”