‘Eerst aten we alles waar we overdag aan dachten’

Ramadan

Dit is de laatste week van de ramadan. Op bezoek bij een gezin in Rotterdam, als de zon ondergaat. „Ik vind het een fijne maand.”

De familie El Amrani aan de maaltijd. De ramadan, op 27 mei begonnen, eindigt 24 juni ’s avonds. Dan volgt het Suikerfeest. Foto’s Khalid Amakran

Voor het breken van de vasten heerst rust in het huis van de familie El Amrani. Het is negen uur ’s avonds, Assia (12) mixt smoothies in de keuken: aardbeien, mango, amandelmelk en bolletjes vanille-ijs.

Zoulikha (46), moeder van Assia, Laila (25), Anass (22) en Mahmoud (20), vindt het vasten best te doen. „Als je echt wil, dan heb je de kracht om het vol te houden. Als je het tegen je zin doet, dan lukt het niet.”

Hamza Talbi (28), de man van Laila, is er ook. Anass is aan het werk. De vader van het gezin, Driss El Amrani (52), is in Marokko, hij bezoekt zijn zieke moeder.

Alle kinderen van Zoulikha vasten. Ook Assia, die in groep 8 zit. Ze wil het zelf, zegt ze. En ze vindt het best te doen. Zelfs Mahmoud, die in een rolstoel zit en extra zorg nodig heeft, vast. „We kijken wel hoelang dat kan”, zegt zijn moeder terwijl ze even haar hand op zijn schouder legt.

Van zonsopgang tot zonsondergang niet eten of drinken vergt aanpassing, vooral in de zomer, als de dagen lang zijn. Laila en Hamza hebben hun dagindeling dit keer beter aan het vasten aangepast dan vorig jaar. Hamza heeft avonddiensten aangevraagd in het psychiatrisch ziekenhuis waar hij werkt. Laila studeert communicatie aan de Hogeschool Rotterdam, maar heeft nu weinig college. Ze werkt een dag in de week als communicatieadviseur en ze zorgt een dag in de week voor Mahmoud. Ze heeft het zo geregeld dat ze later kan beginnen en dus kan uitslapen. „Voor zonsopgang staan we op, eten we iets en bidden we. Als je daarna nog een paar uur kunt slapen, maakt dat het makkelijker.”

Bekijk ook de fotoserie: Samen aan de Iftar

Ze kijkt altijd uit naar ramadan. „Ik vind het een fijne maand. Je verdiept je in het geloof, gaat vaker naar de moskee. En doordat je niet eet, heb je meer tijd voor andere dingen.”

Zoulikha: „Het is een heel gezellige maand.”

Het is kwart voor tien. Zoulikha schept vast soep in de kommen op tafel en legt deegflapjes gevuld met kip en vis op tafel. Laila schenkt de glazen vol water. Laila: „Vroeger stond de tafel vol zoete en hartige lekkernijen. Alles, echt alles waar we overdag aan hadden gedacht, aten we ’s avonds. Aan het eind van de iftarmaaltijd zat je zo vol dat je nauwelijks meer kon lopen.” Zoulikha: „Nu doen we het soberder. Minder veel. Meer groente en fruit.”

Als moslim moet je goed voor je lichaam zorgen. Laila: „Je maag moet gevuld zijn met eenderde lucht, eenderde water en eenderde voedsel.”

Om een uur of tien neemt iedereen een dadel. Dan beginnen ze aan de harira (Marokkaanse soep). Zoulikha helpt Mahmoud. Voor iedereen rond de tafel voelt ramadan als een nieuw begin. Een beetje zoals 1 januari voor niet-moslims. Laila: „Het is een boost van geloof. Ik stel mezelf een doel. Dit keer wilde ik elke dag een uur in de Koran lezen, een uur leren en een uurtje naar een lezing luisteren. Ik loop wel een beetje achter.”

Hamza: „Het is ook een periode om jezelf te resetten. Je leeft een maand lang heel anders.”

Laila: „Het duurt veertig dagen om jezelf een nieuwe gewoonte aan te wennen, heb ik weleens gelezen. Die periode komt min of meer overeen met de ramadan. Ik probeer goede gewoontes vast te houden. Na een tijd vervaagt het weer en na een jaar krijg je een nieuwe kans.”

Het is ook een periode om jezelf te resetten. Je leeft een maand lang heel anders.

Zoulikha: „Je hoort natuurlijk altijd het goede te doen.”

Even later gaat het gesprek over de beste plek om te verblijven tijdens ramadan. Laila: „In Marokko of in andere islamitische landen bepaalt de ramadan een maand lang het leven. Winkels en bedrijven lassen ’s middags een rustpauze in. Vlak voor zonsopgang loopt iemand trommelend door de straten. Na het vasten breken zie je geen kip op straat, later is het juist heel druk. De mensen leven een maand lang vooral ’s nachts.”

Zoulikha: „Ik ben tijdens de ramadan liefst in Marokko. Dan ervaar je het beter.”

Hamza: „Daar is meer gezelligheid.”

Laila: „Ik vind het allebei leuk. Hier in Nederland is het meer een maand van bezinning.”

Moeder: „Als je daar bent, ben je op vakantie, dat is sowieso anders.”

Laila en Hamza doen vanaf hun dertiende of veertiende mee aan de ramadan. Omdat de ramadan telkens ongeveer tien dagen eerder in het jaar valt, viel die toen ze voor het eerst vastten in de winter. Dat is makkelijker, zegt Laila, „maar ik heb het liever in de zomer. Dan heb je meer tijd. In de winter sla je eigenlijk alleen de lunch over.”

Zoulikha kwam op haar zevende naar Nederland. Zij groeide op in Amsterdam-Oost. „Een echte volkswijk”, zegt ze. „Veel gemengder dan de meeste wijken nu. Iedereen had zijn eigen gewoonten, en dat werd volkomen geaccepteerd. Wel moest ik steeds vragen beantwoorden. ‘Mag je ook niets drinken?’”

Hamza lacht: „Dat is nog steeds.”

Zoulikha: „Het verschil is misschien dat het toen vaker zielig voor ons werd gevonden.”