BN’er deelt graag gênante momenten met heel Nederland

Ego-document Tv-makers stellen vaker zichzelf centraal in documentaires. Dat trekt kijkers, maar ze moeten dan wel de gênantste momenten met iedereen delen.

Illustratie iStock/NRC

Ingeborg Beugel zit in een zaal in het Amsterdamse Sint Lucas Andreas Ziekenhuis: een bijeenkomst over de overgang. Een deskundige somt een reeks lichamelijke ongemakken op. De zaal vrouwen luistert aandachtig. Dan buigt Ingeborg Beugel zich naar voren: „Het duurt zo ontzettend lang en áls ik dan klaarkom is het zo niks vergeleken bij vroeger”, begint ze. Gegiechel in de zaal. Beugel gaat verder: „Het eindresultaat is zo teleurstellend. Een miezerig, gelokaliseerd dingetje.” Nog meer gelach. „Alsof… Alsof je niest.”

Uitgebloe(i)d is een film over de menopauze. Beugels eigen menopauze. Ze maakte de film drie jaar geleden. En nog steeds, bij tramhaltes, op stations, in de Albert Heijn, vliegen vrouwen haar om de nek. „Ik heb films gemaakt over Srebrenica, over honger, ellende, jongetjes die omkwamen toen ze in het landingsgestel van een Airbus uit Afrika wilden vluchten.

Maar veruit het succesvolst was de menopauzefilm”, zegt Beugel, die met een sigaret en een kom ontbijt een uitgebreid interview geeft vanachter haar laptop in Griekenland. „Die vrouwen dachten dat ze gek werden, rijp voor de psycholoog. Tot ze mijn film zagen. Ze zijn zo blij dat ze eindelijk met hun man over hun overgang durven te praten.”

Nieuw zijn ze niet, films en series als Uitgebloe(i)d, waarin de makers zelf centraal staan. Feit is wel dat er de laatste tijd vurig mee wordt geëxperimenteerd. Sophie Hilbrand zocht voor BNN naar remedies tegen haar burn-out, Filemon Wesselink wilde weten of hij autistisch is (BNN) en Marijn Frank probeerde iets aan haar vleesverslaving te doen (NTR). Weg met de afstandelijke presentator. Deze mensen gaan zelf onder het mes.

Beugels menopauze bracht haar dan wel op het idee voor een documentaire, zelf zou ze aanvankelijk in de film met geen woord over haar „lege eierdoos” spreken. Het plan was om als neutraal verslaggever op onderzoek te gaan in „menopauzeland”, zoals ze eerder deed voor de serie Familietrots over de Tokkies, en nu doet met een serie over de Griekse crisis. Tot een succesvolle Deense producent haar ervan overtuigde dat zijzelf het uitgangspunt van Uitgebloe(i)d moest zijn. „Ik vertelde dat ik sinds mijn overgang twee mannen had. Een met wie ik wel seks had en een met wie ik geen seks had. Twee geliefden die elkaar tandenknarsend accepteerden.” De producent ging op het puntje van haar stoel zitten. „Ze riep: Dat wil ik zien. Ik zou never nooit naar een film over de menopauze gaan. Maar deze film boek ik meteen.” Overigens had Beugels eigen producer ook al weken lopen „mekkeren”, dat de film persoonlijker moest. „Ze zei: Beugel, het lijden, de verontwaardiging spuit van je af. Als jij jezelf niet onder de loep neemt, dan maak je een minder mooie film.” Beugel kon, zegt ze, gewoonweg niet om zichzelf heen.

Niet alleen producenten, ook netmanagers, verantwoordelijk voor de programmering van een zender, moedigen die persoonlijke aanpak aan, zeggen makers. Suzanne Kunzeler, netmanager van NPO3, bevestigt dat de zender streeft naar „authentieke programma’s”, die „dichtbij voelen”, en een effectieve manier om dat te bereiken, zegt Kunzeler „is een participerende presentator”. Die persoonlijke aanpak scoort over het algemeen goed, zegt ze. Makers zien dat óók. „We hebben een hele hoos aan programma’s gehad afgelopen jaar. Daar hebben we het over gehad. Bij nieuwe voorstellen willen we er zeker van zijn dat de makers ook echt betrokken zijn bij het onderwerp, anders gelooft de kijker het niet.”

Maar dan nog: veel kijkers of niet, wáárom zou je ‘ja’ zeggen tegen een persoonlijke aanpak? Waarom zou je je grootste dilemma’s wereldkundig maken? Je gênantste momenten met iedereen delen?

Sacha Polak maakt in 2013 de documentaire Nieuwe Tieten. Haar moeder overleed op haar 29ste, vlak na de geboorte van Sacha, aan borstkanker. En net als haar moeder blijkt Sacha belast met het BRCA1-borstkankergen. Ze heeft 40 tot 60 procent kans op eierstokkanker en 60 tot 80 procent kans op borstkanker. Ze begint haar documentaire met de boodschap dat filmen de enige manier is waarop ze met dat gegeven kan omgaan. „De enige manier waarop ik kan beslissen of ik mijn borsten preventief laat verwijderen.”

Al sinds de diagnose, op haar negentiende, schuift ze die beslissing voor zich uit. Artsen geven namelijk geen deadline – er is ook een kans dat je géén kanker krijgt. Tegen haar dertigste vindt Polak dat ze een knoop moet doorhakken. En de film is de stok achter de deur. „Nu móést ik er wel over nadenken.” Maar behalve nadenken moet ze ook stappen nemen: een afspraak met een Vlaamse arts, gespecialiseerd in borstreconstructies, werd voortdurend vooruit geschoven. Was de film er niet geweest, dan had Polak de man waarschijnlijk niet gezien. Gemotiveerd door het filmtraject, lukte het haar uiteindelijk toch om een afspraak te maken.

Maar waarom zou je behalve de film maken, hem ook aan iedereen willen laten zien? Er zijn genoeg psychologen die hun patiënten aanraden hun verhaal op te schrijven. Waarom houd je dat niet voor jezelf? Sacha Polak: „Omdat ik zelf zo’n film had willen zien. Artsen kunnen je niet vanuit hun eigen ervaring vertellen hoe het is om zo’n keuze te maken.” Polak zag een kans om van iets ellendigs iets zinnigs te maken.

Dat zeggen alle makers: de kijker moet er iets aan hebben. Anders is zo’n project het opgeven van je privacy niet waard. Al is er ook een enkeling die toegeeft dat presentatoren sowieso graag op een podium staan. Marlijn Weerdenburg, die een serie maakte over haar ‘dertigersdilemma’: „Een beetje exhibitionisme is mij niet vreemd. Daarom zing ik. Daarom ging ik naar de toneelschool. Daarom wilde ik op tv. Anders was ik wel wat anders gaan doen.”

Voor alle vier de makers is zo’n film of serie een manier om (gedisciplineerd) met hun eigen problemen aan de slag te gaan, om antwoorden op vragen te vinden, om beslissingen te nemen

Opvallend vaak zijn het vrouwen die zich wagen aan een ego-document. Uitgangspunt is meestal een persoonlijke vraag, waarop ze maar geen antwoord kunnen vinden. En vaak betekent de film of serie een doorbraak in hun succes of bekendheid. Al is de kritiek ook persoonlijker („Je bent zelf de schietschijf”), en komt die doorgaans harder aan. Niet zelden gaan de makers na uitzending door het leven als het onderwerp dat ze aansneden: „mevrouw menopauze” of „borstenvrouw”. En ook naasten kunnen ineens verrast zijn als ze de maker van een zo persoonlijke kant zien. Zeker als fragmenten uit het zorgvuldig opgebouwde ego-document ineens een eigen leven gaan leiden. Zo sms’te de schoonvader van Sacha Polak toen haar film nieuws werd verontrust: „Toch wel vreemd om de borsten van mijn schoondochter in het Achtuurjournaal te zien.”

Het gevaar te censureren ligt, juist omdat het nu om jezelf gaat, meer dan anders op de loer, zeggen makers. Polak twijfelt bijvoorbeeld of de film er was geweest als de borstreconstructie mislukt was. „Stel dat je ontwaakt met zwarte vellen in plaats van borsten. Dan had ik dat misschien niet laten zien.” Ingeborg Beugel had de orgasme-scene geschrapt als de eindredacteur niet zo vasthoudend was geweest.

Nog een belangrijke constante: voor alle vier de makers is zo’n film of serie een manier om (gedisciplineerd) met hun eigen problemen aan de slag te gaan, om antwoorden op vragen te vinden, om beslissingen te nemen.

Filemon Wesselink maakte al meerdere series waarin hij zelf centraal stond. Fuck me I’m Famous over beroemd zijn in 2015, gevolgd door Het is hier Autistisch, over autisme. Al zijn lang niet alle onderwerpen geschikt voor deze aanpak, vindt hij. Er móét iets op het spel staan, zegt hij.

Wesselink liet zichzelf binnenstebuiten keren door deskundigen, om erachter te komen of hij autistisch is. In de laatste aflevering van de serie krijgt hij de diagnose: Wesselink lijdt aan een stoornis in het autismespectrum – al is hij, sust de arts, „geen ernstig geval”. Wesselink: „Zo’n document moet schuren, niet te makkelijk zijn. Anders accepteren kijkers het niet dat je jezelf zo centraal zet.” Ingeborg Beugel die ongegeneerd haar menopauze etaleerde: „Als het niet eerlijk, rauw, of kwetsbaar is, wordt het narcistisch. Volstrekt oninteressant.”

Wesselink, die taboes wilde doorbreken, kreeg na zijn serie „zonder overdrijving” zeker vierhonderd e-mails. Van mensen met autisme, van hun ouders. Hele epistels over herkenning en erkenning.

Cruciaal is echter óók de vraag die de Radboud-psychiater hem stelt in de laatste aflevering: Had Filemon hier ook gezeten, als hij geen televisieserie had gemaakt? Grote kans van niet. Wesselink vindt het „een beetje eng” om toe te geven: maar aan zijn serie over roem en autisme heeft hij persoonlijk veel gehad. Zijn drang naar aandacht en de angst dat dat voorbij zou gaan, vormde lange tijd een blokkade, en sinds de autisme-diagnose kan hij zijn sociale ongemakken beter verklaren. „Maar ik wil voorkomen dat het lijkt alsof de gemeenschap mijn therapie betaalt.”

Marlijn Weerdenburg – ruim 20 weken zwanger - denkt zelfs dat ze deze zwangerschap, voor een belangrijk deel dan, aan haar persoonlijke serie te danken heeft. Ze maakte afgelopen najaar Marlijn: De Dolende Dertiger. Over vragen rond je dertigste. Aanleiding was zijzelf. Was ze er altijd van overtuigd geweest dat ze tegen haar dertigste volwassen zou zijn, juist op dat moment voelt ze zich ineens moe, overspannen, en loopt ze compleet vast: wat moet ze met haar werk? Waarom is ze al jaren vrijgezel? En wil ze kinderen? In zes afleveringen spreekt ze met leeftijdsgenoten en de keuzes die zij wel of soms juist niet wisten te maken. Al dat gepraat en getob, hielp haar knopen hakken. „Topredactiewerk ook hoor: al die mensen, dat waren uitvergrotingen van mezelf.”

Dat het geen therapie alléén was, bewijzen de reacties, zegt Weerdenburg. Die overigens niet alleen maar positief waren. Sommige kijkers verweten haar ‘aanstelleritis’ – Marlijn moest maar eens met dertigers in Aleppo gaan praten. Maar handgeschreven dankbrieven waren er ook. Weerdenburg, nuchter: „Mijn doel was: het onderwerp bespreekbaar maken. Mijn doel was niet: iedereen moet mij leuk vinden.”

Overigens was het niet haar idee, een serie over haar eigen dilemma’s. Tino Stuij, creatief directeur bij de KRO-NCRV, stelde het haar voor. Marlijn Weerdenburg geeft toe dat ze zich vooraf niet realiseerde waar ze aan begon. „Ik had nog weinig ervaring, en moest nu ineens op televisie met mijn eigen vragen én die van anderen aan de slag. Je bent je voortdurend bewust van jezelf. Hoe komt dit over? Voor je het weet sta je weer iets vreselijk te bagatelliseren, terwijl zo’n serie daar juist niet goed van wordt.”

Daar staat een groot voordeel tegenover, zegt Weerdenburg. Bij een persoonlijk document zijn mensen veel sneller geneigd te praten. „Ze weten dat je zelf ook met vragen worstelt. Dat verlaagt de drempel om te praten.”

Filemon Wesselink, die gesprekken voerde met autisten, hun knikkerbaan of werkplek bekeek en met hun ouders sprak: „Het is geen aapjes kijken, dat maakt dat mensen willen meewerken. Dit gaat ook over jezelf.”