Recensie

Stroperig opera-ritueel over dictatorschap

Actueel Russisch muziektheater over dictatorschap: de opera ‘Octavia. Trepanation’ leek spannend. Maar het bleek een wat stroperig ritueel, met een troebele boodschap.

Foto Luciano Romano

In woord en beeld leek de now&wow-factor groot: actueel muziektheater uit St. Petersburg over dictatorschap, met als epicentrum een 9 meter hoge Lenin-kop, omgord door een zingend falanx van hoofdloze terracottakrijgers in rood licht.

In klank en realiteit is de voorstelling Octavia. Trepanation niet zozeer spannend als wel een op het stroperige af ingetogen muziektheatraal ritueel in drie lagen. Actores zijn keizer Nero, zijn leermeester Seneca en echtgenote Octavia. Zij zingen mooie zinnetjes met weerhaakjes, zoals „het is dwaas de goden te vrezen: ik maak ze zelf” (Nero): het libretto is een krachtpunt. Maar de opzet blijft een schrijftafelidee – theater dat onder je huid kruipt willen de lagen samen niet worden, al snap je dat het terracottaleger (bemenst door een bromkoor van 80 amateurs) willoos zwoegde onder de keizer en is de derde laag rondom Lenin en Trotski begrijpelijk om een link met Rusland te leggen zonder dat Poetin meteen genoemd wordt. Waar de voorstelling soms wel van de grond komt, (monoloog Trotski met hoorspeleffecten) versterkt dat slechts de diagnose van het geheel.

Opblaas-Boeddha

Componist Dmitri Koerljandski lanceert steeds met één lange noot zijn lange, atonale declamatorische monologen - met bedwelmend effect. Er is ook zeker sprake van eenheid tussen de rituele symmetrie van wat je hoort en die van wat je ziet. Alleen waarom zien we en horen we dat wat we zien en horen? Er wringt niks en worden nauwelijks vragen opgeroepen - behalve dan of de opblaas-Boeddha die als soort van catharsis na 1,5 verschijnt in Lenins hersenpan cynisch of utopistisch bedoeld is – of (het is Rusland, tenslotte) misschien beide?