Recensie

Snoekduiken en veel virtuoos liftwerk

De Russische choreograaf Alexander Ratmansky brengt met zijn ‘Shostakovich Trilogy’ een eerbetoon aan de componist. Het drieluik is een feest voor de liefhebber van klassieke dans.

Tijdens de première op 17 juni. Foto Hans Gerritsen

Hamers en sikkels, rode sterren. Ze zweven boven een toneel dat de opzwepende bedrijvigheid toont in het derde deel (Pianoconcert nr. 1) van Shostakovich Trilogy. Achter twee solistenparen verdelen twaalf dansers zich in razendsnelle duetten, trio’s en kwartetten, om te bevriezen in een groepstableau – een levende, heroïsche sovjetsculptuur.

Met Shostakovich Trilogy (2013) bracht Alexei Ratmansky een eerbetoon aan de componist, zijn eerste grote muzikale liefde. De choreograaf, voormalig directeur van het Bolsjoj Ballet, maakte het drieluik voor het American Ballet Theatre. Het Nationale Ballet brengt nu de Europese première, en dat is een moedige keuze van artistiek directeur Ted Brandsen: dit is geen titel die zichzelf verkoopt.

Klassieke danstaal

Het is ook een terechte keuze. In Shostakovich Trilogy etaleert Ratmansky zijn beheersing van de klassieke danstaal, die hij ontdoet van rigueur terwijl hij toch de meest academische passen gebruikt.

Het drieluik wemelt van inventies, snoekduiken en opmerkelijk liftwerk. In het eerste deel, op de Negende Symfonie, creëren vijf solisten en een zestienkoppig ensemble een beeld van een optimistische bijeenkomst van de Komsomoljeugd, in beweging gezet door tromgeroffel en militaire melodieën. Als die omslaan in dreigende tonen, schuilt een solistenpaar bij elkaar, gescheiden van groep.

In perfecte dialoog met de muziek

Deel twee (op de Kamersymfonie), heeft explicieter verwijzingen naar Sjostakovitsj’ worsteling met de Stalinterreur. Bijna té duidelijk: de gebroken houdingen van de getormenteerde kunstenaar, prachtig geportretteerd door Daniel Camargo, neigen naar het melodramatische. Maar door Ratmanskys perfecte gevoel voor de stemming en dynamiek van de muziek wordt die kanttekening ruimschoots gecompenseerd. Het achterdoek (decors George Tsypin) symboliseert het stilistisch schipperen van de kunstenaar in een stel koppen die verglijden van de door de regime verfoeide abstractie naar socialistisch realistische stijl en terug.

Virtuoos vertoon

In het slotdeel vallen de kostuums van Keso Dekker op, met grijze voorkant en rode achterkant. Mede door de excellente kleurkeuze is diens elegante, sobere stijl ook in de andere delen herkenbaar. De kleurwisseling werkt uitstekend in het derde deel, met veel virtuoos vertoon. Hier trekt de choreograaf alle registers open, met Anna Ol als absolute ster.

Een aanwinst dus, dit ballet, dat hier en daar wat meer pit kan gebruiken. Maar de minnaar van het klassieke idioom komt gelaafd het theater uit.