NRC checkt: ‘Rob de Wijk geeft nooit commentaar vlak na een aanslag’

Dat zei de defensie- en veiligheidsexpert zelf in Met het Oog op Morgen.

Foto Jerry Lampen/ANP

De aanleiding

Op 30 mei interviewt Wilfried de Jong, die dag presentator bij radioprogramma Met het Oog op Morgen, defensie- en veiligheidsexpert Rob de Wijk. De Wijk riep zijn collega’s in dagblad Trouw een dag eerder op niet meer in de media te verschijnen vlak na een aanslag.

Dat standpunt licht hij in de uitzending nog eens toe: „Er is dan nog geen informatie bekend over de aanslag, je kunt het niet duiden, je kunt het niet in een context plaatsen en men loopt te speculeren.” Het gevolg: je loopt het risico fouten te maken, maakt jezelf als deskundige ongeloofwaardig en biedt aanslagplegers een podium. „Maar heel vaak zagen we jou toch wel redelijk vlot?”, reageert De Jong. „Ik denk dat je je vergist”, antwoordt De Wijk. „Ik was altijd al terughoudend, maar ben er na de laatste aanslagen in Parijs in 2015 helemaal mee opgehouden.” Is dat echt zo? We checken de uitspraak: na de laatste aanslagen in Parijs verscheen Rob de Wijk van het The Hague Centre For Strategic Studies niet meer in de media vlak na een aanslag.

Waar is het op gebaseerd?

Aan De Jong legt De Wijk uit dat zijn deelname aan de uitzending van Pauw op de avond van de aanslagen in Parijs hem slecht is bekomen. Die uitzending van 13 november draaide begrijpelijkerwijs vooral om emotie, duiding kon hij er nauwelijks kwijt. „Toen heb ik besloten: dit ga ik nooit meer doen.”

En, klopt het?

Om de uitspraak na te kunnen gaan is het om te beginnen goed om vast te stellen wat ‘vlak na een aanslag’ inhoudt. In hetzelfde interview met Wilfried De Jong specificeert De Wijk: „Op de dag na een aanslag.” Even later komt daar nog een dag bij: „Je moet in de eerste één, twee dagen uitkijken, als er nog niet zoveel bekend is.”

We checken de uitspraak voor een aantal (grotendeels) Europese aanslagen: Brussel op 22 maart 2016, Istanbul op 28 juni 2016, Nice op 14 juli 2016, Berlijn op 19 december, Londen op 22 maart 2017, Stockholm op 7 april 2017, Manchester op 22 mei 2017, Londen op 3 juni 2017. Over het gros van die aanslagen kunnen we kort zijn. We zagen of hoorden Rob de Wijk in de eerste één, twee dagen nergens uitlatingen doen over de inhoud of het verloop ervan.

Twee uitzonderingen daargelaten: Brussel en Istanbul. Op 22 maart, de aanslagen in Brussel zijn dan pas een paar uur oud, vertelt De Wijk het ANP dat „een heleboel zaken nu samen komen: de aanwijzingen van de laatste maanden, de plaats waarop de aanslagen zijn gepleegd en de manier waarop ze zijn uitgevoerd”. Ook laat hij weten niet te denken dat de arrestatie van terrorismeverdachte Salah Abdeslam er iets mee te maken heeft. Vlak na de aanslag op vliegveld Atatürk in Istanbul laat De Wijk RTL Z weten dat hoewel de aanslag nog niet is opgeëist, hij vrijwel zeker weet dat dit het werk van IS is.

De Wijk reageert: „Ik zal me vlak na Parijs ongetwijfeld nog weleens hebben laten verleiden tot een uitspraak.” Ook kan het zijn dat hij bij het exacte moment van ‘stoppen’ wat data door elkaar haalde. Wel benadrukt hij dat dit aangeeft hoe belangrijk het is zelfs niet terloops iets te laten vallen: „Ik ben honderden keren gebeld. Dan is het verleidelijk op een van die momenten hardop na te denken – ook dat moet je dus niet doen.”

Conclusie

Rob de Wijk is helemaal opgehouden met snelle duiding na aanslagen, liet hij weten. En inderdaad, na de meeste aanslagen hoorden of zagen we hem niet meer in de media. Vlak na Parijs hield hij zich echter nog niet altijd aan dat voornemen, zoals hij bij nader inzien zelf ook toegeeft. In de eerste één, twee dagen na een aanslag zagen we Rob de Wijk sinds eind 2015 nog twee keer inhoudelijke uitspraken over het verloop van zo’n aanslag in de media doen. We beoordelen zijn uitspraak daarom als onwaar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt