Nederlandse projecten met exportverzekering zijn niet erg duurzaam

Export

De overheid verzekert risico’s van exporteurs. Vaak gaat het om projecten die strijdig zijn met het klimaatakkoord van Parijs.

Baggerwerkzaamheden in het Suezkanaal. Baggeraars Van Oord en Boskalis sloten een kredietverzekering voor hun werk aan de verbreding van het kanaal. Foto KHALED DESOUKI/AFP

De Nederlandse overheid handelt bij het verlenen van verzekeringen voor exportkredieten in strijd met de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Dat concludeert Both ENDS, een organisatie die zich inzet voor milieu- en sociaal beleid in ontwikkelingslanden, in het maandag verschenen rapport Towards Paris Proof Export Support.

Volgens Both ENDS ondersteunt tweederde van de exportkredietverzekeringen (ekv’s) van de overheid projecten voor fossiele brandstoffen. In de periode 2012-2015 ging het om een bedrag van 7,3 miljard euro waarvoor de staat garant stond. Slechts 1 procent van de energieprojecten heeft volgens Both ENDS betrekking op duurzame energie.

Het ministerie van Financiën verzekert, via Atradius Dutch State Business (ADSB), exportkredieten om Nederlandse bedrijven de kans te geven in politiek of maatschappelijk risicovolle gebieden te investeren. Het gaat om risico’s die op de private markt niet verzekerd kunnen worden. Zonder een verzekering zouden veel projecten niet doorgaan.

Werf voor de olie-industrie

Volgens Niels Hazekamp, een van de auteurs van het onderzoek, was het meestal wel duidelijk of een project in de categorie ‘fossiele brandstoffen’ valt. Soms was de categorisering lastiger. „Atradius is niet erg transparant welke projecten het precies ondersteunt”, zegt Hazekamp in een toelichting. „Daardoor ontstaat een grijs gebied. Een baggeraar die een haven uitgraaft voor een werf waar ze schepen bouwen die pijpen leggen voor de olie-industrie valt volgens ons in de categorie fossiele brandstoffen.”

Het rapport van Both ENDS:

Lastiger was het om dat vast te stellen bij de financiering van de bouw van baggerschepen. Een schip dat als eerste project werd ingezet voor de olie-industrie, telden de onderzoekers mee in de categorie fossiele brandstoffen, ook al gaat zo’n schip jaren mee en zijn er daarna wellicht klussen die niets met olie of gas te maken hebben. „Daar staat tegenover dat we baggerschepen die als eerste een niet-fossiel project uitvoerden, niet hebben meegeteld. Ook al zullen ze dat daarna misschien wel doen. Uiteindelijk valt maar een van de drie baggerschepen in de categorie fossiele brandstoffen”, aldus Hazekamp.

Het ministerie van Financiën erkent in een schriftelijke reactie dat de ekv-portefeuille „een weerspiegeling van de Nederlandse export” is en dat een aanzienlijk deel gaat over ‘transacties met leveringen gerelateerd aan de olie- en gassector’. Maar het ministerie heeft ook kritiek op de cijfers die Both ENDS hanteert. „Het is voor ons niet vast te stellen waarom transacties worden aangemerkt als ‘fossiele brandstof’ projecten”, schrijft het ministerie. Om een voorbeeld te geven: niet elk havenproject is bijvoorbeeld een olie-en gasproject.

Met het rapport wil Both ENDS een discussie op gang brengen. Het staken van kredietverzekeringen voor fossiele projecten zal niet van de ene op de andere dag gebeuren, aldus de onderzoekers. „Maar op dit moment wijst niets erop dat de Nederlandse regering het problematisch vindt dat publiek geld wordt gebruikt voor projecten die te maken hebben met fossiele brandstoffen.”

Vraaggestuurd

De vraag is wel wat de overheid en Atradius kunnen doen. Het ministerie wijst erop dat kredietverzekeringen ‘vraaggestuurd’ zijn. Het hangt er dus maar vanaf welke bedrijven aankloppen voor zo’n verzekering.

Bovendien is er volgens het ministerie wel degelijk aandacht is voor het klimaat. „Nederland heeft in de afgelopen jaren actief klimaatrelevante ontwikkelingen geïnitieerd en gesteund”, aldus het ministerie. „Op nationaal niveau wordt gewerkt aan het vergroenen van de ekv-portefeuille om te zorgen dat de ekv sterker ten goede kan komen aan klimaatrelevante transacties. Verder wordt er gewerkt aan het vergroten van de ekv-bijdrage aan klimaatfinanciering.”

Maar gezien het minieme effect gaat dat Hazekamp niet ver genoeg. Hij wijst op een motie die in mei vorig jaar in de Tweede Kamer is aangenomen waarin de regering wordt gevraagd afspraken te maken met financiële instellingen over hoe ze „gaan bijdragen aan de doelstelling van 1,5°C zoals afgesproken in Parijs” en „op welke manier de klimaatintensiteit van leningen en investeringen van Nederlandse financiële instellingen transparanter kan worden”.

„Exportkredietverzekeringen kunnen Nederland helpen een voortrekkersrol te spelen op het gebied van duurzaamheid”, zegt Hazekamp. „Als Nederland werk wil maken van klimaatbeleid moeten we juist in het buitenland een stap extra zetten.”