Moet de PvdA herbronnen? Of toch weer meeregeren?

Kabinetsformatie

De PvdA komt weer in beeld als coalitiepartner. In de partij blijkt niet iedereen mordicus tegen: oppositie betekent ook onzichtbaar.

Foto Jerry Lampen/ANP

Lodewijk Asscher herhaalde het opnieuw, afgelopen weekend. De PvdA is „niet beschikbaar om aan te schuiven” bij een coalitie van VVD, CDA en D66, zo zei hij in een interview met het AD. „Punt.”

Sinds de reusachtige verkiezingsnederlaag van de PvdA in maart (van 38 naar 9 Tweede Kamerzetels) is dit de boodschap van Asscher: we gaan niet regeren, ons past bescheidenheid, laat ons even op adem komen in de oppositie. Tot nu toe hadden de ‘centrale drie’ VVD, CDA en D66 daar alle begrip voor en lieten ze Asscher met rust, op wat signalen achter de schermen na.

Maar sinds afgelopen week is de druk op Asscher toegenomen. Een coalitie met GroenLinks komt er definitief niet, SP en PVV zijn nu ook formeel afgehaakt. Blijven over als potentiële vierde regeringspartner: PvdA en ChristenUnie. Een meerderheid van de PvdA-kiezers vindt inmiddels dat de partij moet aanschuiven in de formatie, zo blijkt uit onderzoek van actualiteitenprogramma EenVandaag. Is Asschers verzet tegen regeren onder die omstandigheden vol te houden?

Volg de laatste ontwikkelingen in ons formatieblog

Naar buiten toe zijn de meeste PvdA’ers stellig: nee, we moeten écht niet gaan regeren. Als informateur Herman Tjeenk Willink ons toch uitnodigt, zeggen Kamerleden grappend, leggen we ons verkiezingsprogramma op tafel en zeggen we: we doen mee als dit het regeerakkoord wordt. Partijprominenten die openlijk zeggen dat ze er anders over denken, zijn op de vingers van één hand te tellen. Wel is in de PvdA-top bekend dat oud-leider Diederik Samsom voorstander is van kabinetsdeelname.

Het ‘regeerkamp’

Maar als je achtergrondgesprekken voert met PvdA’ers, blijken de meningen verdeeld. Ze geven toe dat Asscher voor een verdraaid lastig dilemma staat. Natuurlijk, de oppositie ligt het meest voor de hand. Maar wie garandeert dat de PvdA daar zichtbaar is? Is het toch niet verstandiger om mee te doen nu de vruchten geplukt worden van vier jaar PvdA in de regering? Asscher laat binnenskamers merken dat hij zich bewust is van dit dilemma, zeggen PvdA’ers.

Dit is de redenering van het ‘regeerkamp’. De nederlaag van 15 maart kwam niet sec door regeren met de VVD. Het probleem was de gebrekkige communicatie over wat de PvdA allemaal bereikt heeft, gevolgd door een beschadigende lijsttrekkersverkiezing tussen de kopstukken Asscher en Samsom.

In een volgend kabinet kan de PvdA dat anders doen.. Eerst een paar mooie punten binnenhalen – de onderhandelingsruimte is groot want de ‘centrale drie’ willen de PvdA er dolgraag bij. En vervolgens de successen beter vieren. „De partij zou één belangrijk punt moeten claimen,” zegt oud-voorzitter Michiel van Hulten, voorstander van regeren. „En dat is de aanpak van armoede en langdurige werkloosheid.”

Onderschat ook niet, zegt het regeerkamp, hoe onzichtbaar de partij straks wordt zonder plaatsje in het kabinet. Jeroen Dijsselbloem vertrekt als Eurogroepvoorzitter, Frans Timmermans zwaait over twee jaar af als Eurocommissaris. De PvdA heeft steeds minder burgemeesters. En in de Tweede Kamer mag Lodewijk Asscher straks vanaf de derde rij oppositie gaan voeren naast twee andere linkse partijen: SP en GroenLinks.

Het ‘oppositiekamp’

PvdA’ers uit het ‘oppositiekamp’ hebben een heel andere analyse. Zij zeggen: no way dat we weer in een rechts kabinet gaan zitten, alleen maar om het beleid iets minder rechts te maken. We moeten ‘herbronnen’, onze vrijheid herwinnen en nieuwe ideeën bedenken – en dat gaat niet als je aan een regeerakkoord zit vastgeklonken. Als we nu een paar jaar een eigen, herkenbaar verhaal vertellen, ligt herstel bij de volgende verkiezingen voor de hand – zie Sybrand Buma en het CDA.

Lodewijk Asscher heeft het bovendien in zich, zegt dit kamp, om dé oppositieleider te worden. Hij maakte een uitstekende indruk tijdens de drie formatiedebatten. En de kracht van de linkse concurrentie moet ook niet worden overschat: Emile Roemer (SP) staat sinds de verkiezingen extra zwak, Jesse Klaver (GroenLinks) is beter in campagnevoeren dan in debatteren.

De eerste stap naar de ‘nieuwe’ PvdA wordt komende dinsdag gezet. Dan presenteert partijprominent Paul Depla zijn visie op de toekomst van de partij. PvdA’ers die al teksten van Depla hebben gelezen, zeggen dat die vooral gaan over de manier van politiek bedrijven: de partij moet een ‘beweging’ worden die samenwerkt met ngo’s, actiegroepen en jongerenclubs. Over het dilemma van wel of niet regeren willen PvdA’ers het komende dinsdag liever niet hebben.

Over één ding zijn alle PvdA’ers het eens: mocht Asscher besluiten om te gaan meeonderhandelen, dan zal dat leiden tot heftige taferelen in de partij – misschien wel zo heftig als bij het CDA in 2010. De formatie zal dus eerst nog wat langer moeten duren: de nood moet hoog zijn, de PvdA écht de laatste reddingsboei.

Misschien, zeggen sommige PvdA’ers, blijft ons dat regeringsdilemma wel bespaard. Als formateur Tjeenk Willink eerst de ChristenUnie uitnodigt voor gesprekken, en daar lijkt het op, dan zouden die vier partijen er natuurlijk zomaar uit kunnen komen.

Zo niet, dan kijkt iedereen naar Lodewijk Asscher.