Kenniscentrum Kind en Scheiding wil impact voor kinderen verzachten

ANP XTRA ROOS KOOLE

In de regio Haaglanden is onlangs het eerste Kenniscentrum Kind en Scheiding geopend. Daar is drie keer per week een inloopspreekuur voor ouders en kinderen die met een scheiding te maken hebben. Ook zijn er cursussen voor kinderen die lijden onder de scheiding van hun ouders.

De regio beslaat de gemeenten Den Haag, Delft, Rijswijk, Voorburg, Westland, Zoetermeer en Wassenaar. Zij betalen dit eerste Kenniscentrum Kind en Scheiding.

Het aantal ‘scheidingskinderen’ groeit gestaag: jaarlijks komen er 60.000 bij. In twintig jaar steeg het aantal scheidingen waarbij kinderen betrokken zijn met 19 procent per jaar, tot 19.215 in 2015. Hier komen nog de gevallen bij van ongetrouwde ouders die uit elkaar gaan. Tussen 10 en 15 procent van de scheidingen is volgens Justitie een ‘vechtscheiding’. De definitie: „als de scheiding zo conflictueus verloopt dat de ouders het belang van de andere ouder of van de kinderen uit het oog verliezen”.

Aanleiding om het Kenniscentrum op te richten, waren vragen van ouders en grootouders die binnenkwamen bij Wendy van Vliet, coördinator schoolmaatschappelijk werk en trainer van scheidingskinderen. Dat betrof kwesties als „mijn ex komt zijn of haar afspraken niet na, wat kan ik doen?” tot „ik mag mijn kleinzoon niet meer zien, wat zijn de mogelijkheden?”

Een scheiding heeft effect op elk kind, zegt Van Vliet, maar hoe groot de impact of schade is, hangt samen met hoe ouders met elkaar omgaan na de scheiding. Sinds 2009 is een ‘ouderschapsplan’ verplicht, om conflicten te voorkomen over bijvoorbeeld niet-betaalde alimentatie. Volgens experts is juist dat verplichte plan bron van extra conflicten. Daardoor zou het aantal ‘vechtscheidingen’ zijn gestegen. Ook de taakverdeling die ouders vastleggen, zorgt voor spanningen. Volgens Van Vliet gaat het beter als de taakverdeling in het ouderschapsplan ongeveer hetzelfde blijft als tijdens het huwelijk.