Je papa en mama zijn uit elkaar, zegt de dino

Scheiding Bij een scheiding zijn kinderen hoe dan ook de klos. Op een speciale cursus leren ze om te gaan met woede en verdriet.

Foto: Arjen Born

Haar zoon van 7 heeft vaak boze buien. Een tijdje geleden schreeuwde hij: „Ik haat je! Je bent de stomste moeder die ik ken!” Rima (41) begreep de woede wel. Zij was al een tijd gescheiden van de vader van haar zoon en woonde in bij haar moeder. De ene week woonde haar zoon bij haar, de andere week bij oma van papa’s kant. Haar ex en zij hadden allebei nog geen huis. „Het waren te veel veranderingen. Het werd hem te veel.” Op een ander moment vertelde hij dat zijn hoofd vol zat. Hij zei: „Ik voel me zo alleen.” Toen brak er iets bij Rima. „Ik ben op zoek gegaan naar hulp.”

Vandaag zit haar zoon bij de Dappere Dino-cursus in Rijswijk. De cursus leert kinderen van 6 tot 8 jaar omgaan met de scheiding van hun ouders. Voor kleuters is er de Stoere Schildpadden-cursus. De cursussen (ontwikkeld door TNO) worden sinds een paar jaar gegeven in het hele land. De kinderen ontmoeten andere kinderen met gescheiden ouders, leren emoties benoemen (bang, boos, bedroefd) en problemen oplossen. Wat doe je bijvoorbeeld als bij het slapen gaan blijkt dat de knuffel nog bij papa ligt? (een reserve-knuffel in beide huizen bewaren.)

De Dappere Dino-cursus van vandaag wordt gegeven in een locatie van het eerste Kenniscentrum Kind en Scheiding (regio Haaglanden). Dat ging onlangs open. Lange tijd ijverde toenmalig minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet (ChristenUnie) voor een Centrum voor Jeugd & Gezin in elke gemeente. Maar de maatschappij verandert. Nu is er dus het eerste Kenniscentrum voor Kind en Scheiding. Drie keer per week is er een inloopspreekuur in Delft, Den Haag, Rijswijk, Voorburg, Westland, Zoetermeer en Wassenaar. Voor scheidende ouders en hun kinderen. De gemeenten betalen ervoor.

De scheiding van Rima en haar man verliep harmonieus. Ze hebben nooit ruzie gehad over de omgangsregeling of de opvoeding na de scheiding, zegt ze. Ze hebben allebei werk, vrienden en familie en gunnen elkaar het beste. Als haar zoon vraagt waarom papa en mama niet weer bij elkaar kunnen wonen, zegt ze: „Zou je het normaal vinden als een broer en een zus verliefd werden op elkaar?” Nee! zegt hij. „Nou, zo leefden papa en mama. Dat gaat niet.”

De scheiding van Maaike (34) was problematischer. Haar zoon, ook 7, heeft de Dappere Dino-cursus doorlopen. De boze buien die hij daarvoor had, zijn goeddeels verdwenen. Nu volgt zijn zusje (5) de Stoere Schildpadden in Rijswijk. Want zij is ook boos. Haar moeder: „Ik hoop dat ze hier leert het een plekje te geven.”

Maaike en haar ex gingen twee jaar geleden uit elkaar. Het eerste jaar konden ze het niet eens worden over de omgangsregeling, vertelt ze. Hij wilde de kinderen om de week hebben maar, zei Maaike, in ‘zijn’ week zouden ze de hele week bij opa en oma zitten omdat hij veel werkt. En zij werkte maar drie dagen per week. Een mediator smeedde uiteindelijk een akkoord: sinds een jaar wonen de kinderen per 14 dagen 9 dagen bij haar en 5 dagen bij hem. Maaike: „Ik waardeer hem nu meer dan toen we getrouwd waren, want hij spant zich in die vijf dagen enorm in voor de kinderen.”

Haar nieuwe relatie veroorzaakte wel weer spanningen, het afgelopen half jaar. Haar ex was weer een paar maanden boos. Tegen haar kinderen zegt ze steeds, ter geruststelling: „Je hebt maar één papa. Er komt echt geen betere.”

Een school kiezen

Kinderen passen zich bij een scheiding aan en proberen beide ouders te behagen. Kindercoach Ingrid van Wijk in Aalsmeer ziet het dagelijks. Ze moeten bijvoorbeeld een middelbare school kiezen. Papa wil díé school, mama liever díé school. Ja, peinst het kind, ik ben voor mama op ballet gegaan. Misschien moet ik voor de school van papa kiezen.

Bij de Dappere Dino’s vertelt een handpop, een Dino, dat zijn ouders gescheiden zijn en dat zijn moeder in het bos woont en zijn vader in een grot. Steevast komen dan de verhalen van de kinderen los, zegt cursusleider Wendy van Vliet. Over hoe zij het ervaren om elke week te moeten verkassen. Van de gescheiden stellen doet 20 procent aan ‘co-ouderschap’. Dat wil zeggen: de kinderen wonen om beurten bij papa en mama.

Papa wil díé school, mama liever díé school. Ja, peinst het kind, ik ben voor mama op ballet gegaan. Misschien moet ik voor de school van papa kiezen.

Van Vliet, die vele tientallen Dappere Dino-cursussen heeft gegeven, leert de kinderen ook praktische problemen oplossen. „Grotemensenproblemen kunnen ze niet oplossen – de kinderen willen allemaal dat hun ouders weer bij elkaar komen. Maar kleine dingen wel.” Een kind vertelde Van Vliet dat ze een tekening wilde maken voor haar vader want ze mocht hem niet zien. Maar ze was te klein om hem zelf in de brievenbus te gooien. Met behulp van een striptekening bedacht ze een oplossing: haar moeder zou een foto maken van de tekening en die appen naar papa.

Appen en facetimen met de afwezige ouder – veel kinderen vinden dat heerlijk, vertelt Van Vliet. Het rapport laten zien, het zwemdiploma, de lego-toren. „We horen ook weleens dat het niet kan omdat mama of papa geen wifi heeft. 3G (wat duurder is) ervoor gebruiken, willen ze niet.” Dat zijn, onderstreept Van Vliet, de moeizame scheidingen.

Aanleiding om het Kenniscentrum Kind en Scheiding op te richten, waren de vragen van ouders en grootouders die dagelijks binnenkwamen bij Van Vliet in haar functie als coördinator schoolmaatschappelijk werk in de regio en trainer bij Dappere Dino’s. Van ‘mijn ex komt zijn of haar afspraken niet na, wat kan ik doen?’ tot ‘ik mag mijn kleinzoon niet meer zien, wat zijn de mogelijkheden?’. Een scheiding heeft impact op elk kind, zegt zij, maar hoe groot de impact of schade is, hangt grotendeels samen met hoe de ouders met elkaar omgaan na de scheiding.

Van de scheidingskinderen woont 75 procent hoofdzakelijk bij hun moeder, 5 procent bij hun vader en de rest om beurten bij beide. Van die 80 procent ziet 18 procent één van de ouders helemaal niet meer. Toenmalig Kinderombudsman Marc Dullaert stelde in 2014 een ‘vechtscheiding’ voor kinderen gelijk aan kindermishandeling.

Bij een vechtscheiding blijven ouders soms jarenlang in de vechtstand. Zelfstandige kindercoach Ingrid van Wijk in Aalsmeer: „Dat gaat over tijden, bedragen, wat mag en niet mag”. Ze accepteert kinderen voor haar therapie (gesprekken) alleen als beide ouders er achterstaan. Als ze het in elk geval dáár over eens kunnen worden. „Ik heb een keer een scheidingsgezin geweigerd. Heel erg. Maar het kon niet anders: de moeder ging na het intakegesprek al controleren wat vader over haar had gezegd.”

Toename vechtscheidingen

De overheid stelde in 2009 een gezamenlijk ‘ouderschapsplan’ verplicht. Daarin moeten scheidende ouders afspraken vastleggen over de zorg voor de kinderen. Dat schept duidelijkheid en rust, was het idee. De praktijk pakt anders uit. De toename van het aantal vechtscheidingen schrijven deskundigen deels toe aan dat ouderschapsplan. Ingrid van Wijk: „Ouders leggen bijvoorbeeld vast dat een nieuwe partner pas na zes maanden aan het kind wordt voorgesteld. Maar dan is mama verliefd en binnen een maand stelt ze haar nieuwe vriend voor aan de kinderen.”

Ook de taakverdeling die ouders vastleggen, zorgt voor spanningen. In de meeste Nederlandse gezinnen doen moeders meer dan vaders; als na de scheiding de vader opeens de helft moet gaan doen, volgens het ouderschapsplan, lijdt zijn werk eronder. Beter, zegt Van Wijk, is als de taakverdeling in het ouderschapsplan ongeveer hetzelfde blijft als tijdens het huwelijk.

    • Frederiek Weeda