Recensie

Arcade Fire zorgt voor een subtiele triomf op BKS

Best Kept Secret #1

Zaterdagavond was Arcade Fire het hoogtepunt van de tweede dag Best Kept Secret in Beekse Bergen. Net toen de zon onderging, klonk ‘Here Comes The Night Time’.

Arcade Fire met Win Butler en Régine Chassagne op Best Kept Secret. Foto Paul Bergen, ANP KIPPA

Het is dat de setlists voor de festivals waar Arcade Fire de laatste tijd speelde nagenoeg hetzelfde waren, anders had je ze dit gevoel voor detail en timing zonder twijfel toegedicht: precies wanneer de zon zijn laatste streep licht over het water legt en de schemering invalt, speelt het Canadese zevental ‘Here Comes the Night Time’.

Het afsluitende concert van de tweede dag van Best Kept Secret, in Safaripark Beekse Bergen, is dan al overdonderend begonnen met de euforische rocksong ‘Wake Up’ en direct daarna ‘Everything Now’. Dat nieuwe nummer, van het eind juli te verschijnen gelijknamige vijfde album, werd eerder deze maand aarzelend ontvangen. Dubbelalbum Reflektor (2013) zat vol angst en onrust, het was duister, een gedurfde stap in de evolutie van een band die niet stil wil staan. En dan stuurt het diepzinnige, veelzijdige Arcade Fire, critics’ darlings sinds debuutalbum Funeral (2004), nu deze uitbundige en radiovriendelijke meezinger vooruit? ‘Everything Now’ is ook nog eens, god verhoede, heel hard bezig een hit te worden.

Win Butler op Best Kept Secret. Foto Paul Bergen, ANP KIPPA

Maar natuurlijk zit ook daar een diepere laag in. ‘Everything Now’ gaat over een hedendaags fenomeen dat zich juist op zo’n festival voor je ogen afspeelt: alles tegelijkertijd willen meemaken, eten, drinken, vrienden, zon, zand, muziek waar je bij weg kunt lopen omdat er verderop ook van alles bezig is, informatie opzuigen uit alle hoeken en tussendoor nog even kijken hoe de groepsfoto in het water, van eerder op de dag, het op Instagram doet. Alles nu, omdat het kan. De zeven bandleden dragen futuristische blousjes en bomberjacks met Everything Now-logo’s alsof ze het evangelie gaan uitdragen op een andere planeet.

Spiegel én entertainment

Gelukkig: met het ondergaan van de zon wordt de menigte voor het hoofdpodium meer en meer een eenheid, en daarna komen de telefoons pas weer tevoorschijn als zanger Win Butler daar tijdens ‘Neon Bible’ om vraagt: of we onze lichten willen opsteken. Het is donker inmiddels en het zorgt voor een grandioze aanblik van het overvolle veld, dus je voelt de behoefte om dan dáár ook weer een foto van te hebben.

Régine Chassagne van Arcade Fire. Foto Paul Bergen, ANP KIPPA

Dat spannende spel tussen entertainen en spiegel voorhouden speelt de band voortdurend. Maar ondertussen hebben ze het zelf ook gewoon zelfverzekerd naar hun zin, daar op het podium. De show is uitermate strak, met opvallend veel ouder werk. Vijf nummers van het dertien jaar oude debuutalbum, vier van opvolger Neon Bible (2007). De titelnummers van de twee andere albums, The Suburbs (beide delen) en Reflektor (dat met al z’n bochten en omwentelingen rustig acht minuten duurt) vormen ijkpunten in de set. Tussen de nummers door wisselen de zeven bandleden van plek en instrument, want iedereen lijkt alles te kunnen. Na ‘Creature Comfort’, het tweede nieuwe nummer van de avond, dat aantoont dat het niet allemaal feestnummers zullen worden op die nieuwe plaat, klimt bandlid Will Butler tijdens oudje ‘Neighborhood #3 (Power Out)’ in een mast naar het videoscherm, om ondertussen nijdig op z’n trommel te blijven slaan.

Arcade Fire met leadzanger Win Butler op Best Kept Secret. Foto Paul Bergen, ANP KIPPA

Zo legendarisch als op Pinkpop in 2014, de laatste keer dat Arcade Fire in Nederland stond, werd het niet. Dat optreden leek de band met het opkomende onweer te spelen, het gevaarlijk uit te dagen. Zijn de Canadezen veranderd, of wordt hier een subtieler spel gespeeld? De Best Kept Secret-show was óók bovengemiddeld goed, een triomf zelfs, maar (binnen Arcade Fire-begrippen, in elk geval) ook zorgelozer, een moment om de zon onder te zien gaan en daar een liedje bij te hebben.