Voor nieuwe hartkleppen naar België

Een hartkliniek in het Belgische Aalst behandelde vorig jaar enkele tientallen Nederlandse hartpatiënten. Deels gaat het om ouderen die in Nederland waren afgewezen voor een operatie.

De Belgische hartchirurg Frank Van Praet, verbonden aan het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst, opereert regelmatig Nederlandse patiënten. Foto Wouter van Vooren

Mag ik uw kaartje? Nadat drie dinergasten hem die vraag hadden gesteld, moest Frank Van Praet (55) ‘nee’ verkopen. Zijn visitekaartjes waren op. „Ik heb net nieuwe laten drukken”, zegt hij met een lach.

De Vlaamse hartchirurg was in maart te gast in het Maastrichtse tweesterrenrestaurant Beluga. Tussen tachtig kunstverzamelaars zat hij aan bij het ‘TEFAF-diner’ van een Amsterdamse kunsthandelaar, Nico Delaive. Op de eerste vrijdag van de Maastrichtse kunstbeurs fêteert deze kunsthandelaar bij Beluga altijd zijn relaties, een twintig jaar oude traditie.

Drie jaar geleden repareerde Van Praet de lekkende hartkleppen van de kunsthandelaar. Sindsdien hebben zes Nederlanders uit zijn netwerk zich ook door Van Praet laten opereren. Hij kwam in het restaurant diverse oud-patiënten tegen.

Van Praet is verbonden aan het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst, een van de 28 Belgische hartcentra. „Enige tientallen” Nederlandse hartpatiënten zijn het afgelopen jaar in het private ziekenhuis behandeld. Dat is te danken aan mond-tot-mondreclame, zegt Van Praet.

Hartkleppen-toerisme, het is een nieuw verschijnsel. Van andere ingrepen en behandelingen was bekend dat Nederlandse patiënten er vaak de grens voor overgaan. Naar schatting gebeurt dat enige tienduizenden keren per jaar, vooral voor knie- en heupprotheses, staaroperaties, kankertherapieën en ivf-behandelingen.

De Belgische hartchirurg Frank Van Praet: „De menselijke factor lijkt bij u minder doorslaggevend.” Foto Wouter van Vooren

Waarom laten Nederlandse hartpatiënten zich in België opereren? Uit gesprekken met vijf klanten van Van Praet blijkt dat er diverse beweegredenen zijn. Ze leggen opmerkelijke verschillen bloot tussen de gezondheidszorg in de buurlanden.

Als een dood vogeltje

De oud-patiënten van Van Praet roemen unaniem de flexibele dienstverlening in Oost-Vlaanderen. Gerard Valkier, een 89-jarige Nederbelg uit Brasschaat, bleek bij controle een lekkende hartklep en een verkalkte kransslagader te hebben. Toevallig had de oud-ondernemer drie maanden eerder op de kunstbeurs TEFAF in de stand van Gallery Delaive kennisgemaakt met Van Praet. Valkier: „Die man maakte zo’n goede indruk op me, dat ik hem om zijn visitekaartje vroeg. ‘Je weet maar nooit’, zei ik tegen hem.”

Toen Valkier te horen kreeg dat hij geopereerd moest worden, zocht hij het kaartje op. „Ik belde op vrijdagmorgen en Van Praet vroeg of ik ’s middags meteen wilde langskomen. Toen ik bij hem kwam, bleek hij een operatiekamer voor dezelfde avond te hebben gereserveerd. Zo urgent was de situatie niet. Maar twee dagen later ben ik toch geholpen.”

De Gooise vleeshandelaar Theo Pouw (74) viel drie jaar geleden om onverklaarbare redenen van een trap. Een cardioloog constateerde hartritmestoornissen, maar een ingreep was niet direct nodig. Toen Pouw zich een half jaar later als „een dood vogeltje” voelde, meldde hij zich in het OLVZ in Aalst. Een tip van zijn zoon, die bevriend is met kunsthandelaar Delaive. Niet veel later onderging hij een hartklep- en een bypassoperatie.

Ook Pouw is reuze te spreken over de Belgische hulpverlening. Een afspraak is zo gemaakt en in één bezoek worden alle noodzakelijke onderzoeken afgerond. Van die efficiëntie en mentaliteit kunnen we hier iets leren, zegt hij. „Soms krijg ik bij ons het gevoel alsof de doktoren Here Jezus zijn.”

Hartchirurg Van Praet herhaalt tot driemaal toe dat hij zijn Nederlandse collega’s niet voor het hoofd wil stoten. „Toch vermoed ik dat onze efficiëntie en snelle communicatie bijdragen aan de komst van patiënten uit Nederland.”

Varkensklep

Wat zeker bijdraagt is de Vlaamse bereidheid in Nederland geweigerde risicopatiënten soms wél te opereren. Vooral bij patiënten op leeftijd beoordelen Van Praet en zijn collega’s de kansen op een succesvolle ingreep regelmatig anders.

De 85-jarige oud-kno-arts Peter Pelz uit het Gooi kwam door kortademigheid nauwelijks zijn bed nog uit. Konden zijn lekkende hartkleppen niet worden gerepareerd? Het ziekenhuis in Blaricum verwees hem door naar het AMC in Amsterdam. Op basis van zijn leeftijd, meerdere niet bij name genoemde chronische ziekten, en zijn lichamelijke conditie wees het hartteam van het academische ziekenhuis Pelz augustus vorig jaar echter af voor elke chirurgische interventie.

Op zoek naar een second opinion attendeerde een museumdirecteur (inderdaad, een kennis van kunsthandelaar Nico Delaive), hem op het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst. Daar werd Pelz opnieuw onderzocht. Tot zijn verbazing – het hartteam van het AMC had zijn negatieve conclusie gebaseerd op de onderzoeksgegevens van het ziekenhuis in Blaricum.

Naast lekkende hartkleppen kwam in Aalst ook een sterk vernauwde kransslagader aan het licht. Vanwege het hoge risico op een hartinfarct oordeelde Van Praet dat haast geboden was. Pelz’ hoge leeftijd, zijn matig functionerende nieren en zijn diabetes vormden voor de Vlaamse hartchirurg geen belemmering voor een operatie.

De service daar sprak me echt aan. Het ging om mij. Hier krijg ik in het ziekenhuis soms het gevoel dat het systeem vooropstaat.

Marianne Fennema (66), fractiemedewerker van de 50Plus-partij, kwam in Aalst terecht door een tip van een cardioloog. Ze wist al vanaf haar 34ste dat ze ooit geopereerd zou moeten worden aan een lekkende hartklep, een genetische afwijking. Twee jaar geleden werd ze doorverwezen naar het LUMC in Leiden. Voor de operatie was al een datum geprikt.

Maar Fennema twijfelde. Moest haar borstkas echt helemaal worden opengemaakt, zoals de chirurg had aangegeven? En was het echt nodig om haar lekkende klep te vervangen door een varkensklep, met alle nadelen van dien?

Ze herinnerde zich dat haar vroegere cardioloog eens had gezegd dat Aalst ver was met het herstellen van hartkleppen via een kijkoperatie. Ze pakte de telefoon en kreeg, tot haar verbazing, direct een Vlaamse cardioloog aan de lijn. Een paar dagen later onderging ze in het OLVZ de benodigde onderzoeken. In een acht uur durende operatie herstelde Van Praet daarna haar lekkende hartklep. Fennema: „De service daar sprak me echt aan. Het ging om mij. Hier krijg ik in het ziekenhuis soms het gevoel dat het systeem voorop staat, dat we daar tegenop boksen.”

Opereren als videospelletje

Van Praet zegt dat het ziekenhuis in Aalst zich conformeert aan internationaal vastgelegde aanbevelingen. Maar, voegt hij daar aan toe, „door onze operatietechnieken en de opgebouwde expertise kunnen we hier grenzen verleggen”.

Het OLVZ heeft een reputatie opgebouwd met kijkoperaties. Mede door Van Praet is een techniek ontwikkeld om lekkende hartkleppen te repareren via een klein sneetje in de borst en met hulp van een 3D-camera en lange instrumenten. Kijkend naar een beeldscherm verrichten de chirurgen de noodzakelijke handelingen – opereren als een videospelletje.

Jarenlang kregen de Vlaamse chirurgen de kritiek dat het gevaarlijk zou zijn. Van Praet: „Maar onze resultaten bleken juist heel goed. En van een kijkoperatie herstellen patiënten weken sneller dan wanneer we de borstkas open zagen. Op allerlei plekken in de wereld zijn ze nu met onze techniek bezig. Ook in sommige Nederlandse centra. Maar bij u hebben de ziekenhuizen wel vele jaren vastgehouden aan de klassieke openhartchirurgie.”

Regelmatig ontvangt hij Nederlandse patiënten die smeken om geholpen te worden, zegt Van Praet. „‘Doe iets, want zo kan ik niet verder in het leven’, zeggen ze. Die wens is op zich niet voldoende reden om te opereren. Er moet wel een redelijke kans op succes zijn. Wat redelijk is? Een veel grotere kans om wel te overleven, dan om niet te overleven.”

Hij vertelt over een hoogbejaarde hartpatiënt die in Nederland was geweigerd omdat hij leed aan twee chronische aandoeningen. Van Praet: „Toch zag ik geen probleem voor een operatie. De kans dat hij die niet zou overleven, leek me hooguit 5 procent. De man was aan het doodgaan. Nu hoop ik dat hij honderd wordt.”

Peter Pelz, de 85-jarige oud-kno-arts die in Nederland afgewezen werd voor een ingreep, moest een jurist in de arm nemen om de kosten van zijn operatie in Aalst – 30.000 euro – alsnog vergoed te krijgen. Zijn verzekeraar Delta Lloyd stelde in een brief dat de richtlijnen die het hartteam van het AMC bij zijn afwijzing had gehanteerd ook voor behandeling in België gelden. „Daarom vergoeden wij de behandeling niet”, schreef de verzekeraar.

Pelz met een grijns: „Ik kan het niet bewijzen, maar ik heb het gevoel dat het in het AMC een geldkwestie was. Dat het jaarbudget voor hartingrepen op was.”

Op 2 juni kreeg Pelz bericht van zijn advocaat dat Delta Lloyd de operatie bij nader inzien wel vergoedt.

Van Praets indruk is dat Nederlandse zorgverzekeraars rationeler omgaan met indicaties dan Belgische. „De menselijke factor lijkt bij u minder doorslaggevend. Op een bepaald moment in het leven is de goedkoopste patiënt de patiënt die dood gaat. Als u tachtig jaar bent en u heeft geen economische bijdrage meer aan de maatschappij en u heeft een ernstig hartprobleem, dan is het ’t goedkoopste dat u morgen plots doodvalt. Ga je als maatschappij nog geld uitgeven aan een oude man van 85 jaar die graag nog een paar jaartjes wil leven? Dat is een ethische kwestie, waar elk land zijn eigen afwegingen in moet maken.”

Medisch gezien een wrak

Voor Van Praet is leeftijd slechts een criterium dat het risicoprofiel mede bepaalt. „Je hebt 65-jarigen die medisch gezien een wrak zijn, en tachtigers die nog flinke mensen zijn. Die oude mensen hebben mijns inziens ook recht op de gezondheidszorg die mogelijk is.” En dan met een glimlach: „Dood duurt zo lang, hè.”

Als hij het oneens is met negatieve indicaties van Nederlandse ziekenhuizen, bindt hij de strijd aan met verzekeringsmaatschappijen. Dat leidt soms tot forse meningsverschillen, zegt hij. „Ik heb brieven gehad van verzekeraars die schreven: ‘Wat u doet is experimentele geneeskunde.’ Pardon!? Toen voelde ik ons team onterecht aangevallen. Wij doen dit twintig jaar. Drieduizend patiënten, en dit zijn de resultaten. Meestal winnen we zo’n discussie.”

Maar soms ook niet. En dan moeten in Nederland geweigerde patiënten de rekening van het Belgische ziekenhuis zelf voldoen. „Dat komt ook voor. En ja, het OLVZ heeft als zorginstelling uiteraard een economische realiteit.”

Van Praet vindt dat het niet aan hem is om te zeggen of er iets te verbeteren valt aan de Nederlandse gezondheidszorg. En verwacht evenmin dat hij strijd gaat voeren om ten noorden van Roosendaal medische grenzen op te rekken. Met een lach: „Wat mij betreft blijven jullie conservatief bij het stellen van indicaties. Dat zorgt er namelijk voor dat Nederlandse hartpatiënten naar Aalst blijven komen.”