Politiek en trustsector verstaan elkaar slecht

Belastingconstructies

Zijn de trucs waarmee trustkantoren hun cliënten helpen om minder belasting te betalen „onbetamelijk”? Of gaan ze simpelweg slim om met de regels die de staat zelf heeft gesteld?

Het was veelzeggend dat SP-Kamerlid Renske Leijten de naam van het kantoor van belastingadviseur Bartjan Zoetmulder steevast verkeerd uitsprak. „Loyens & Van Loeff”, in plaats van Loyens & Loeff, zoals deze gerenommeerde juristenfirma sinds 2000 heet.

Bij de openbare verhoren de afgelopen twee weken verstonden de parlementaire ondervragingscommissie en getuigen elkaar wel vaker niet helemaal goed. Als het onderzoek naar de rol van Nederland bij internationale belastingconstructies iets heeft duidelijk gemaakt is het dat het gilde van belastingexperts die onder ede werden gehoord, in een totaal andere wereld leeft dan de zes Tweede Kamerleden die hen hebben ondervraagd.

Een inval van de fiscale opsporingsdienst? Nee hoor, zei de Antilliaanse trustbaas Greg Elias. „Ik kreeg een bezoekje van de Fiod.”

De Kaaimaneilanden een belastingparadijs? Helemaal niet, zei directeur Dick Niezing van Intertrust. „Cayman is een belastingneutrale omgeving.”

Lees ook: Nederland minder belastingparadijs, over belastingontwijking

Fiscaal verstoppertje spelen is volgens de trustsector niet de kern van hun activiteiten. Wij werken volkomen transparant, beweerden de getuigen stellig. Maar wat is transparantie? Niet wat de ondervragende Kamerleden daarmee bedoelen: het open en bloot publiceren wie de ultieme eigenaren zijn van internationale balletje-balletje-constructies.

Kamerlid Eppo Bruins (ChristenUnie) hield Intertrust-directeur Niezing voor dat zijn bedrijf op het Britse kanaaleiland Guernsey klanten „relatieve anonimiteit” belooft. Dat is toch juist níet transparant? Het gebruik van een „Angelsaksische truststructuur”, antwoordde Niezing, „is niet ongebruikelijk om redenen van veiligheid.” Voor Niezing is een dergelijke trustconstructie voldoende transparant als zijn bedrijf zelf weet „wie de klant is en dat de klant daar belasting betaalt waar hij dat behoort te doen.” Trustbedrijven, concludeerde CDA-Kamerlid Chris van Dam, verdienen juist hun brood „met het tenietdoen van transparantie.”

Verhoren

Het waren kenmerkende passages uit de 27 verhoren door de onderzoekscommissie die in kaart probeert te brengen wat de rol is van Nederland bij het opzetten van internationale fiscale constructies. Daar kwamen er vele van voorbij in de afgelopen twee weken: een Stichting Particulier Fonds op de Antillen, een Ierse limited, een S-corporation in Delaware, bv/cv-structuren, special purpose vehicles, brievenbusmaatschappijen aan de Amsterdamse Herengracht.

Ingenieuze, vaak door trustkantoren beheerde structuren die louter zijn geconstrueerd om zo min mogelijk belasting te betalen, zo vermoedt de Kamer. Belastingontwijking dus, waar de Nederlandse financiële sector goed aan verdient.

Ook over deze veronderstelling dacht de sector totaal anders. Er kwamen zelfs trustmanagers aan het woord die bestreden dat fiscale belangen het hoofdmotief van hun activiteiten zijn. Het gaat hun clientèle van multinationals en miljonairs vooral om het beschermen van vermogen en discretie. De ondervragingscommissie gelooft er geen snars van, zo bleek geregeld uit de toon van hun vragen, uit hun blikken of soms uit hun niet ingehouden reacties. „Ongeloofwaardig!” noemde Van Dam het relaas van Jan Favié, de zaakwaarnemer van Mick Jagger en Bono.

Belastingontwijking

Het hoofdthema van de ‘mini-enquête’ – belastingontwijking – was voor de ondervragende Kamerleden om een andere reden lastig te vatten. Dat managers van trustkantoren het begrip ‘ontwijking’ niet erkennen is niet onvoorstelbaar – zij spreken van belastingbesparing – maar dat ook een hoogleraar belastingrecht stellig beweerde dat belastingontwijking niet bestaat kan de Tweede Kamer zich aantrekken. Ruben Freudenthal, belastingadviseur bij Mazars en deeltijdhoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen kaatste de bal pijnlijk terug naar de politiek. Zolang de wetgever de mogelijkheid laat bestaan dat vermogende Nederlanders hun spaargeld tegen een gunstig fiscaal tarief in een buitenlandse vennootschap kunnen onderbrengen, zei hij, „kun je dat geen ontwijking noemen”. Freudenthal verwees naar een wetsartikel dat sinds 1970 nauwelijks door de politiek is aangepast.

Het is dezelfde legitimiteit die andere sprekers opvoerden voor hun door Kamerleden als „onbetamelijk” omschreven financiële diensten. Greg Elias legde tamelijk eenvoudig dé oorzaak van het probleem bloot: verschillende landen hebben nu eenmaal verschillende belastingregimes. „Als in Nederland het tarief op 25 procent ligt en in Curaçao op 15 procent, dan mag je daar binnen de wettelijke bepalingen gebruik van maken.”

Omdat er in de Nederlandse trustsector volgens De Nederlandsche Bank nog van alles mis is, richtte ook de toezichthouder zich tot de politiek. „Er zijn nog veel tekortkomingen en incidenten”, zei DNB-directeur Frank Elderson als laatste getuige in de verhorenreeks. „Ik hoop dat de Tweede Kamer de vernieuwde Wet toezicht trustkantoren snel in behandeling wil nemen.” Hij suggereerde er ook nog allerlei aanscherpingen bij. Het wetsvoorstel ligt klaar op het ministerie van Financiën maar moet nog naar het parlement gestuurd worden.

Commissievoorzitter Henk Nijboer (PvdA) nam in zijn slotwoord, vrijdagavond, de aanbevelingen ter harte. Na alle verhoren van belastingambtenaren, toezichthouders en vertegenwoordigers van de fiscale goochelindustrie zei Nijboer dat „naar het oordeel van de commissie de Tweede Kamer daar ook mee aan de slag kán”.

Eén ervaringsdeskundige die vorige week al aan de beurt was, is minder optimistisch over de aanpak van belastingontwijking. Strengere richtlijnen, waar bijvoorbeeld de Europese Commissie en de OESO al jaren aan werken, zei Ron van de Klashorst, constructiebestrijder van de Belastingdienst, leiden steeds tot nieuwe trucs van slimme fiscalisten. „Het is dweilen met kraan open.”