Pauw

Even een algemene vraag: zijn er mensen die van pauwen houden? Ik heb erover nagedacht, en ik ken niemand die een pauw echt leuk vindt. Natuurlijk, iedereen heeft wel eens gedacht: goh, wat een mooie veren. Maar met die korte realisatie houdt het dan meestal ook wel op. Terwijl er bij elke kinderboerderij wel eentje rondloopt, altijd met de uitstraling van een baron met migraine.

Vermoedelijk is een pauw een makkelijk te houden dier. De cactus onder de vogels. Je hoeft er weinig voor te doen maar je krijgt er toch een vermoeden van natuur voor terug. En dan neem je de hellevuurkreten, die de pauw onrustbarend vaak slaakt, voor lief.

Laatst werd ik door een pauw aangestaard met een blik van: rot op. Ik zat inderdaad op het bankje waar de pauw een paar minuten eerder nog op stond om onschuldige varkens te intimideren met zijn karakter.

Ik liet mij niet wegkijken, maar ik werd toch zenuwachtig. Ik probeerde mijn angst te ‘facen’ en de pauw eens goed te bekijken. Goed, de pauw heeft mooie kleuren, als je van een chiffonfantasie uit de jaren tachtig houdt. Goed, hij heeft een heel lange staart die hij op zou kunnen zetten als hij niet chagrijnig zou zijn. Maar wat me nu, face to face met de pauw, vooral opviel waren de veertjes bovenop zijn kop. Die steken recht omhoog en lijken op cocktailprikkers. Ze vallen in het niet bij zijn overige geweld. Ze zijn niet mooi. Ze doen daar niets.

Wat zegt dit over de evolutietheorie? Dat er ooit pauwen zijn geweest met kleuren en staarten en gegil, maar zonder cocktailprikkers. En dat er toen per ongeluk één pauw met één cocktailprikker op zijn kop is gemuteerd. En dat alle vrouwtjes daar toen bovenop sprongen. Hoe deprimerend moet dat zijn geweest voor de cocktailprikkerloze mannetjes. Die wel de hele tijd met hun staart moesten rondslepen, en hun chagrijnige karakter – en dat dan godbetert meneer cocktailprikker ervandoor gaat met alle fun.

Die teleurstelling, over hoe het eigenlijk werkt in de natuur – dat zie je terug in de hedendaagse pauw.