Nieuws maken met lezers – met behoud van privacy

Wilt u van uzelf weten of u bang bent voor terreur? Of hoe anderen zoals u erover denken? NRC deed er onderzoek naar, met een peiling onder lezers (en niet-lezers). Het leverde een nieuwsbericht op (‘Terreur heeft Nederlandse samenleving veranderd’, 10 juni) en een uitgebreid stuk in de zaterdagkrant (‘Ik leef gewoon door maar ben alert op terreur’), met een selectie uit de reacties.

Zo’n journalistieke peiling is een – betrekkelijk – nieuwe methode die in een gedigitaliseerde samenleving steeds eenvoudiger is geworden. Vrijwel iedereen is via e-mail en sociale media simpel en snel bereikbaar, en kan dus worden opgeroepen mee te doen. Niet alleen om een mening te peilen, maar ook bij onderzoek naar feiten.

Dat is nu helemaal hip in de krantenwereld. Een hybride vorm van professionele en burgerjournalistiek, conform het wisdom of the crowd-adagium dat grote groepen vaak tot betere resultaten komen dan enkelingen. En: het is een manier om lezers, en dus klanten, te binden aan het merk. Een krant was ooit een ‘huisvriend’, nu wordt de lezer een huisvriend voor de krant en, in journalistiek onderzoek, een bondgenoot. The New York Times werkt aan een heus Reader Center, dat vragen van lezers moet beantwoorden maar ook een beroep op hen kan doen om informatie te delen.

NRC heeft daar recentelijk al mee geëxperimenteerd in twee lezersonderzoeken: één naar de behandelkosten in de zorgsector en een naar euthanasie. Begin juni konden lezers online hun vragen stellen over de formatie.

Dat kan snel gaan. Het idee voor de jongste peiling, over terreur, kwam op in de dagelijkse ochtendvergadering, na de aanslag in het Britse Manchester en discussie over de vraag of media te veel aandacht besteden aan terreur. Worden mensen daar murw van? Welke invloed heeft het op hun dagelijks leven?

Diezelfde dag ging een peiling online (Wat doet het nieuws over aanslagen met u?, 6 juni), met vragen als ‘bent u de laatste jaren meer of minder over aanslagen gaan lezen of kijken’. Met succes: binnen drie dagen kwamen in totaal 1.013 reacties binnen, de zaterdag erna verscheen het resultaat in de krant.

Lekker makkelijk, scoren met lezers? Nou nee. Zulk onderzoek is nuttig, maar moet ook zorgvuldig worden gedaan. Niet alleen moeten de vragen goed worden geformuleerd, lezers moeten weten wat er met hun reacties – en hun gegevens – gebeurt (vermeld werd: „deze peiling is bedoeld voor een redactioneel artikel”). U moet niet bang hoeven zijn om vervolgens door andere afdelingen van NRC Media gebombardeerd te worden met strandstoelen, cd-boxen of andere aanbiedingen. De redacteur die het stuk samenstelde, mailde en belde daarnaast met inzenders om toelichting te vragen, citaten voor te leggen of om inzenders die anoniem wilden blijven te vragen of ze alsnog met hun naam geciteerd wilden worden (een inzender reageerde: „Tof, eindelijk om iets zinnigs in de krant!”). Wat ook vermeld moest worden: dit was statistisch geen „representatieve steekproef”.

Op grotere schaal deed een redacteur het in 2015 al met de vraag naar ervaringen van lezers met euthanasie in hun omgeving – een oproep waar in een dag 1.600 reacties op kwamen (het werden er 3.264). Het leverde een reeks indringende en onthullende ervaringen op.

Maar samenwerking met lezers kan ook helpen om feiten boven tafel te krijgen en dus bij de eerste taak van journalistiek, waarheidsvinding. Dat was het geval bij een onderzoek naar de behandelkosten in de zorgsector. Het vermoeden van de betrokken redacteur was dat die sinds de liberalisering van prijzen in 2009 sterk uiteenliepen, maar hij kwam daar niet achter, ze waren niet openbaar. Dus riep hij de hulp in van lezers: wilt u de krant uw nota’s opsturen? Zo’n tweehonderd stuurden op verzoek online hun nota’s in – ruim genoeg voor een vergelijking. Om de privacy te waarborgen, werden de gegevens verzameld op een beveiligde server – niemand wil zijn behandelnota’s zien wegdwarrelen in een wereldwijde cloud.

Resultaat, ook hier: een onthullende publicatie (Tarieven in de zorg: willekeur regeert, 12 november 2016) met bizarre voorbeelden van sterk wisselende tarieven (een patiënt werd 17.000 euro gerekend voor een schroefje in het bot achter zijn oor, voor een gehoorapparaat). Met politiek effect: minister Schippers liet op Kamervragen naar aanleiding van de NRC-stukken weten dat de tarieven openbaar moesten worden.

Zonder de lezer „als bondgenoot”, zoals de redacteur het uitdrukt, was dit onderzoek niet gelukt. Het project laat ook zien dat lezers betrokken zijn bij de krant en bereid zijn hun kennis te delen. Daar is nog een wereld mee te winnen, en de krant zou de regels ervoor kunnen standaardiseren: wat moet er in de voorwaarden staan, bijvoorbeeld over privacy en citaten? (en voor uw medewerking aan mijn eigen lopende onderzoek, zie onderstaand adres).

Een kleine kanttekening. Zulk onderzoek mag innovatief zijn, nieuw is het natuurlijk niet. In de vorige eeuw deed NRC Handelsblad bijvoorbeeld een eerste landelijk buurtonderzoek, tien dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1994. Verslaggevers interviewden 527 kiezers in dertig steden en dorpen, met de vraag ‘wat bezielt de kiezer’?

Er kwam een conclusie uit waar de krant mee opende. Interessant, gezien de latere kritiek dat de media het door Pim Fortuyn wakker gekuste onbehagen niet op tijd hebben gesignaleerd. Want wat de kiezer bezielde, bleek dit: Nederland is vol, vinden veel kiezers (23 april 1994). Eerste zinnen: „Nederland is vol. Dit thema domineert het gedachtegoed van de Nederlandse kiezers.” Let wel, gedachtegoed – niet onderbuik.

Zeven jaar later werd het land, tot verbazing van de krant, gemobiliseerd door Fortuyn. Onderzoek levert soms nieuws op voordat het nieuws wordt.

Reacties: ombudsman@nrc.nl