Meteen legendarisch: Van Hoves ‘Salome’

Bij De Nationale Opera is de standaard hoog, maar echt legendarische producties blijven een zeldzaamheid. En toch is dat de juiste term voor Strauss’ Salome in de tijdloze, bloederige, uitgebeende regie van Ivo van Hove. Omdat elk detail veelzeggend is. Omdat het Concertgebouworkest Strauss broeierig laat gloeien. En omdat er magistraal wordt gezongen, o.a. door een Salome volgens Strauss’ ideaal: fragiele femme fatale met Wagner-stem.

De Zweedse sopraan Malin Byström (1973) zong de rol nooit eerder, maar ze maakt hier een droomdebuut. Ze levert twee uur lang een vocale en fysieke topprestatie.

Ook Evgeny Nikitin (de Russische bas met de vele tatoeages) als profeet Jochanaän/Johannes de Doper is een vondst: zijn voorkomen is ruig, zijn weinig subtiele krachtstem maakt zijn waarheidsdronken preken gezaghebbend én afstotelijk.

Van Hove gunt Jochanaän en Salome één moment van tedere nabijheid, waar hij haar voor het ware geloof probeert te winnen. En zij denkt intussen even vurig aan iets minder vrooms.