Het echte leven schoof hij voor zich uit

Louis Saalmink (1946-2017) overwon zijn aangeboren luiheid en kwam tot de publicatie van een boek van duizenden bladzijden.

Louis Saalmink, links met tweelingzus Astrid, kocht dagelijks een boek.

Zijn levenswerk is een 3.234 bladzijden tellend boek in drie delen, waar boekhistorici lyrisch van kunnen worden. Het heet Nederlandse Bibliografie 1801-1832 en het is een onmisbaar naslagwerk, een overzicht van alle 32.000 boeken die begin negentiende eeuw in Nederland zijn verschenen. Een gat in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek werd met deze bibliografie in 1993 gedicht.

Dat Louis Saalmink (1946-2017) tot zo’n monumentale uitgave in staat was, daar zag het lange tijd niet naar uit. Als student Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam was hij „een soort Oblomov”, zegt vriendin Dédé Brouwer. „Louis stond altijd pas om een uur of twee, drie ’s middags op. Ging de stad in om een boek te kopen, dronk ’s avonds een biertje, en dan zat de dag er weer op.” Over zijn studie deed hij tien jaar. Niet omdat het hem moeite kostte, maar omdat hij de overstap naar een baan zo lang mogelijk voor zich uit wilde schuiven.

Lodewijk (zoals hij officieel heette) kwam in 1964 uit de provincie naar de grote stad. Zijn vader werkte in Zutphen bij een landbouwcoöperatie in veevoeders. Lodewijk en zijn tweelingzus Astrid waren buitenbeentjes, zegt oudere broer Jan. „Ze blonken uit op de christelijke lagere school en gingen daarna naar het lyceum.”

In Amsterdam studeerde Saalmink samen met Ton Anbeek, René Appel, Tom van Deel, Hans Dorrestijn, Jan Fontijn en Charlotte Mutsaers, die allen als neerlandicus en/of als schrijver naam maakten.

Louis was een huiskamergeleerde, zegt thrillerschrijver René Appel. Hij was aardig en geestig, en sprak héél netjes. „Alsof hij vijftig jaar eerder was geboren”, zegt Appel, die als student ’s avonds vaak een biertje bij hem ging drinken. „Louis kocht elke dag twee halveliterblikken. Als ik om tien uur nog niet was langs geweest, dan maakte hij ook het tweede blik soldaat.”

Louis Saalmink was intelligent en beminnelijk, maar ook heel afwachtend en aartslui, zegt vriendin Corine van den Broek, destijds studente Frans. „Louis was de enige student zonder fiets. En als ik het niet meer kon aanzien, mestte ik met een emmertje sop soms zijn kamer uit, of deed ik zijn was.”

Terwijl andere studenten een relatie kregen, afstudeerden en aan de slag gingen, volhardde Saalmink in zijn studentenbestaan en corrigeerde hij de dissertaties van zijn medestudenten.

Flatgenoot Gerda van Thienen heeft hem gered, zegt Van den Broek. „Zij heeft Louis zo ver gekregen dat hij afstudeerde en uiteindelijk ook ging werken. Sterker, na enige training ging hij zelfs fietsen.”

Saalmink werkte bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en later bij de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. De voormalige Oblomov was veranderd in een plichtsgetrouwe werknemer die ’s morgens om zeven uur de deur uitging, en als projectleider de monnikenklus van de Nederlandse Bibliografie 1801-1832 op zich nam. En met Gerda als reisleidster ging de voormalige huiskamergeleerde naar Frankrijk op vakantie, of wandelen in de Rocky Mountains.

Met de dood van Gerda, anderhalf jaar geleden, verloor Saalmink zijn kompas in het leven. Nu hij niet meer achter zijn levenspartner aan kon fietsen, raakte hij de weg in Amsterdam voortdurend kwijt. Zijn haar werd lang, want kapster Gerda was er niet meer. En als er een lamp in huis sprong, bleef hij in het donker zitten.

Corine van den Broek: „Louis kon nog geen peer in een lamp zetten. Een kruiskopschroevendraaier? Hij had geen idee wat dat was.”

Saalmink begon na de dood van Gerda ook obsessief boeken te kopen. Zijn huis, dat al vol boekenkasten stond, slibde dicht. De lege plekken op de vloer, de tafels en stoelen, ze verdwenen onder stapels drukwerk. Na zijn dood – vermoedelijk na een hypo-aanval, een te lage bloedsuikerspiegel – bleken de meeste nieuw gekochte boeken niet te zijn uitgepakt. Lezen deed hij al een tijd niet meer, zeggen zijn vrienden.

Zijn humor was Louis Saalmink nog niet kwijt. Studenten die op straat abonnementen op de voormalige verzetskrant Het Parool probeerden te verkopen, sprak hij regelmatig aan. „Jongeman! Weet je niet dat die krant fout is geweest in de oorlog?”

Corine van den Broek: „De meeste studenten kun je alles wijs maken, zei Louis. Dat vond hij grappig.”