Artikel over bestuur in West is heel herkenbaar

Het artikel met de Jan Schaeferiaanse kop : ‘Die vergunning wordt gewoon rechtgeluld’ (Amsterdambijlage, 3 juni) was heel herkenbaar voor bewoners van de stad Amsterdam – maar ook voor veel andere terreinen van bestuur en toezicht.

Ik zie vier gebieden met sterk gelijkende uitdagingen en problematiek bij de uitvoering van beleidsterreinen. Dat zijn: de zeer vele uitgedaagde bewonersinitiatieven; de zeer vele herbestemmingsplannen; het vergunningenstelsel voor de kleine ondernemers; en de projecten voor re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Vaak wordt de schuld bij de (Haagse of eigen) wet- en regelgeving neergelegd – en vervolgens wordt er niets pro-actiefs ter verbetering gedaan. Alleenstaande actieve bewoners komen ofwel tegenover een batterij juristen, of tegenover wijk-, buurt-, en straatmanagers of regievoerders en de veelal niet-responderende ambtenaren te staan.

Er lijkt een eindeloos reservoir van in- en externe adviseurs en stagiaires te zijn – en dan ook nog verstopt achter de gemeentelijke website en een centraal telefoonnummer. Intern blijkt men het spoor tussen West en Nieuw-West of Oud-Zuid in de telefooncentrale ook niet te kunnen vinden.

Wat ook niet helpt is dat er in alle wijken ontelbaar veel eigen bedachte regeltjes, mondeling geëtaleerde voorschriften, subsidiestrooisel en tientallen praat- en inspiratie- en evaluatiegroepen zijn die voor bewoners dagvullend kunnen worden zonder enig perspectief op de maatschappelijke kosten/baten. Waar de gemeente niet aan haar taak toekomt, zet men vrijwilligers in en klopt men zichzelf op de borst over hun daden.

De huidige wethouders waaronder Abdeluheb Choho en Eric van der Burg hebben naar mijn idee een klein onervaren team naast zich dat vanwege gebrek aan ervaring ook niet de noodzakelijke paleisrevolutie kan en zal ontketenen.

Een van de illustratieve cases die ik van dichtbij meemaak is dat men niet het verschil tussen een inspannings- en een leveringscontract weet te kunnen hanteren bij wijk- en buurt-initiatieven. Evenals bij de belangenafweging van bestemmingsplannen neemt men eerst een besluit, en praat het daarna goed.

Dat wil allemaal niet zeggen dat men ambtelijk niet heel essentiële inbreng kan hebben bij beleidsmatige of bestuurlijke en/of programmatische problemen; maar dus niet én sturen én tevens ook uitvoeren.

Er wordt nu in Amsterdam gedacht aan 24 wijkteams – leuk idee, maar dat maakt de communicatie en bestuurlijke integratieproblematiek alleen maar veel erger, met een bijna oneindig aantal interacties.

Groepsinterviews met een aantal actieve maar regelmatig teleurgestelde Amsterdammers en regiobewoners is wellicht ondersteunend, voorafgaand aan een noodzakelijk gesprek met de gemeentelijke ombudsman Arre Zuurmond. De democratie en ons bestuurlijk stelsel kunnen anders en meer legitiem – er zijn hiervoor ideeën genoeg.

Het resultaat kan voor Amsterdam een voortvarend verbeterprogramma zijn, in elk geval op tafel nog ruim voor de komende raadsverkiezingen van maart 2018.

Ir. G.K.Troost, Uithoorn