‘VS sturen 4.000 militaire trainers naar Afghanistan’

‘Mini-surge’

De regering-Trump heeft plannen voor een ‘mini-surge’ in Afghanistan. Het plan vormt een breuk met het beleid van oud-president Obama.

Een Afghaanse militair bij een checkpoint in Kabul, langs de snelweg naar Jalalabad Foto AP

Het Amerikaanse ministerie van Defensie wil 4.000 extra militairen naar Afghanistan sturen. Dat heeft een anonieme functionaris van de regering-Trump gezegd tegen persbureau AP. Komende week maakt minister van Defensie Jim Mattis het besluit waarschijnlijk officieel bekend. Het Pentagon ontkende dat een beslissing is genomen.

Als het bericht klopt, zou het gaan om een ‘mini-surge’ van extra Amerikaanse militairen om Afghaanse troepen te trainen. Sinds de Afghanen in 2014 zelf verantwoordelijk werden voor hun veiligheid, rukken de Talibaan op. Momenteel is sprake van een ‘patstelling’, aldus John Nicholson, de bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Afghanistan. Om die te doorbreken zijn 3.000 tot 5.000 extra militairen nodig, zei hij in maart.

Dat standpunt is omstreden. The New York Times noemde het vooruitzicht van extra troepen eind vorige maand in een commentaar „een déja-vu dat niets gaat opleveren”.

Momenteel zijn er 13.000 NAVO-trainers in Afghanistan, onder wie honderd Nederlanders en 8.400 militairen uit de VS, in het kader van NAVO–missie Resolute Support. Daarnaast zouden nog zo’n 2.000 ‘tijdelijke’ Amerikaanse troepen in het land zijn, waarschijnlijk special forces voor het uitvoeren van ‘contra-terrorisme’-missies. Het Afghaanse leger telt ruim 170.000 man.

Breuk met beleid van Obama

De mogelijke troepenuitbreiding is een breuk met het beleid van de vorige Amerikaanse president Obama, die beloofde de Amerikaanse militairen terug te trekken. In 2010 had hij besloten tot een ‘surge’ van de Amerikaanse troepensterkte tot ruim 100.000, maar dat leverde geen houdbare resultaten op.

Sinds begin 2015 is Islamitische Staat, in Afghanistan aangeduid als ‘Daesh’, in Oost-Afghanistan actief. Hoewel IS zwaar wordt bestreden door zowel de Taliban als door Afghaanse regeringstroepen, bijgestaan door Amerikaanse bommenwerpers en special forces, is de terreurgroep nog altijd actief in het land. Volgens Afghaanse media veroverde IS afgelopen week het grotten- en tunnelcomplex in het Tora Bora-gebergte, waar eind 2001 al-Qaeda-leider Osama Bin Laden zijn laatste verdedigingslinie inrichtte.

„Steeds als ze zware verliezen lijden, krijgt Daesh versterkingen van Pakistaanse strijdgroepen aan de andere kant van de grens”, zei Abdul Saboor Sabet, chef van de Afghaanse inlichtingendienst NDS in de provincie Nangarhar, vrijdagochtend.

In april wierpen de Amerikanen hun zwaarste niet-nucleaire bom op een ander ondergronds complex dat in handen was van IS. De bijna 10.000 kilo zware bom wordt de ‘Mother of all Bombs’ (MOAB) genoemd. Officieel staat MOAB voor Massive Ordnance Air Blast. Daarbij zouden ruim 30 IS-strijders zijn gedood, onder wie enkele commandanten.

Ook de Taliban krijgen steun vanuit Pakistan. Hun leidinggevende vergadering zetelt in de Pakistaanse provincie Baluchistan. Vaak worden de steden Quetta en Chaman genoemd als plaatsen waar de Taliban-commandanten bijeenkomen. De Pakistaanse regering ontkent steevast dat ze de Taliban ondersteunt. Maar de Pakistaanse militaire veiligheidsdienst ISI, die in de jaren negentig aan de wieg stond van de Taliban, zou volgens experts nog steeds contacten met de strijdgroep hebben.

Langste oorlog van VS

Amerika en de Navo voeren sinds eind 2001 strijd in Afghanistan. De oorlog is de langste uit de geschiedenis van de VS. De ervaring – uit onder meer Vietnam – leert dat het sturen van militaire trainers kan uitmonden in ‘mission creep’, waarbij de troepenaantallen langzaam toenemen en ze steeds offensiever worden ingezet. Alle offensieve opties zijn al geprobeerd in Afghanistan, en Washington concludeerde al jaren geleden dat een militaire oplossing in de strijd tegen de Taliban onmogelijk was. Tot nog toe liepen pogingen serieus in gesprek te gaan over vrede met het Taliban-leiderschap echter op niets uit.

In een BBC-reportage vanuit het door de Taliban veroverde district Musa Qala in de zuidelijke provincie Helmand, toonden gemaskerde Taliban-woordvoerders vorige maand hoe zij het bestuur van de gebieden die ze hebben veroverd ter hand willen nemen.

„Wij willen vriendelijke betrekkingen met de wereld”, zei een van hen. Maar hij verzekerde dat de strijd zou doorgaan totdat alle buitenlandse troepen uit Afghanistan, dat van 1996 tot eind 2001 als ‘Islamitisch Emiraat’ door de Taliban werd geleid, zouden zijn verdwenen.