Geen visionaire dwarsligger, maar de bouwer van een nieuwe orde

Het einde van de Koude Oorlog

Helmut Kohl hoorde tot een generatie grote historische leiders: Gorbatsjov, Walesa, Reagan, Havel en Mandela. Hij was niet voorbestemd om in zo’n illuster rijtje terecht te komen. Maar toen zijn kans zich aandiende, greep hij die.

Bondskanselier Kohl staat in 1984 hand in hand met de Franse president Mitterand bij de herdenking van de Slag om Verdun, in 1916. Daarbij vielen ongeveer 800.000 slachtoffers. Foto Reuters

Het was een tijd van grote leiders, politieke reuzen die de wereld veranderden. Helmut Kohl en zijn tijdgenoten waren aan de macht in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Het was de generatie van Michail Gorbatsjov, Margaret Thatcher en Ronald Reagan, van Lech Walesa, Vaclav Havel, Boris Jeltsin, Deng Xiaoping en Nelson Mandela. En ook George H.W. Bush en François Mitterrand horen in dat rijtje thuis.

Destijds waren velen van hen omstreden, en sommigen zijn dat nog steeds. Maar tegelijk wordt er nu vaak met enige afgunst op die lichting politieke zwaargewichten teruggekeken en verzucht: waarom zitten wij opgescheept met leiders die geen van allen dat kaliber hebben? Wat hadden zij wat de huidige staatshoofden en regeringsleiders missen?

Wat ze in elk geval mee hadden, was dat ze in een uitzonderlijk moeilijke periode aan de macht waren, een overgangstijd waarin de hele wereldorde wankelde, een tijd die veel van hen vroeg en waarin ze de geschiedenis echt richting konden geven. En dat deden ze.

Zwaard van Damocles

De Koude Oorlog had de wereld decennia lang onder hoogspanning gezet. Tot op de tanden bewapend stonden de grote ideologische tegenstanders tegenover elkaar: Amerika en de Sovjet-Unie, het Westen en de communistische wereld. Met als zwaard van Damocles de dreiging van een alles verwoestende kernoorlog, die de twee grootmachten op elk moment konden ontketenen.

Hoe gevaarlijk dat tijdperk ook was, er bestond een zekere machtsbalans die zorgde voor stabiliteit. Maar toen duidelijk werd dat het communistische blok bezig was aan zijn eigen gebreken ten onder te gaan, bracht dat nieuwe, grote gevaren met zich mee. Het evenwicht was weg, er brak een intens onzekere tijd aan. Hoe zouden de machthebbers in Oost-Europa reageren op de opstand van hun zo lang onderdrukte bevolkingen? Hoe zou Moskou reageren op de dramatische onttakeling van zijn macht? En zouden Oost en West een eventuele hereniging accepteren van Duitsland, dat als grootmacht in het hart van Europa in de twintigste eeuw twee keer een wereldoorlog was begonnen en daarmee zo onnoemelijk veel ellende had aangericht?

Het had heel anders kunnen lopen

De Koude Oorlog is – met dank aan de leiders van die tijd – zonder veel bloedvergieten beëindigd. Maar het had ook heel anders kunnen lopen.

Helmut Kohl was niet voorbestemd om een historische leider te worden. Dat hij dat toch werd, heeft er zeker mee te maken dat hij in 1989, toen de Berlijnse Muur viel, al gepokt en gemazeld was in de Duitse én de internationale politiek. Hij was in dat jaar al zeven jaar bondskanselier en zestien jaar leider van zijn partij, de christen-democratische CDU.

Helmut Kohl in het Europarlement, kort na de val van de Berlijnse Muur:

Hij leek in 1989 politiek zelfs enigszins uitgeblust. Maar toen zijn historische kans zich aandiende, de kans op de Duitse hereniging, begreep hij meteen wat dat betekende en handelde hij zonder aarzeling. Daarbij toonde hij, in binnen- en buitenland, scherp politiek instinct, visie en groot leiderschap.

In zijn generatie leiders zijn twee heel verschillende types te onderscheiden. De grote ommekeer in de Koude Oorlog werd mogelijk gemaakt, en uiteindelijk onontkoombaar gemaakt, door leiders die met overgave tegen de stroom van hun tijd in gingen. Gorbatsjov in de eerste plaats, die probeerde het verstarde Sovjet-model te hervormen. Thatcher ook, die de strijd met de vakbonden aanging. Walesa, die als vakbondsleider het communistische regime in Polen trotseerde. Reagan, die dwars tegen de politiek van détente (ontspanning) met de Sovjet-Unie in koerste.

Verandering

De Amerikaanse historicus John Lewis Gaddis noemt hen ‘saboteurs van de status quo’, en dat is positief bedoeld. Zij braken bestaande structuren open en baanden de weg voor verandering.

Ook de Poolse paus Johannes Paulus II was zo’n leider – met zijn openlijke morele steun voor de oppositie in zijn geboorteland gaf hij de Polen de moed om in naam van de vrijheid op te staan tegen de macht van de staat. „Wees niet bang!”, was de radicale en politiek explosieve boodschap waarmee hij in 1979 naar het communistische Polen reisde en miljoenen mensen op de been bracht.

Kohl was een heel ander type leider. Geen visionaire dwarsligger, maar de bouwer van een nieuwe orde. Kohl was bij uitstek een product van de bondsrepubliek en dus van de status quo in het gedeelde Duitsland. Maar dat er grote veranderingen op til waren, ontging hem niet.

Kohl nam Gorbatsjov serieus

Toen hij in 1987 voor een derde keer tot kanselier was gekozen, verwees hij in zijn regeringsverklaring al naar de hervormingen die Gorbatsjov toen net had aangekondigd en naar de toenadering tot het Westen die de Sovjet-leider in gang had gezet. We nemen hem serieus, zei Kohl, en als zijn koers kansen biedt zullen we die grijpen. Van Duitse eenwording was nog geen sprake, maar terwijl in het Westen nog grote aarzeling over Gorbatsjov bestond, gaf Kohl hem al het voordeel van de twijfel. Zijn ervaren minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher had eerder dat jaar, voor de verkiezingen, al de richting aangegeven:

„We gaan niet met onze armen over elkaar zitten wachten wat Gorbatsjov ons brengt. In plaats daarvan proberen we de ontwikkelingen vanaf onze kant te beïnvloeden, te versnellen en vorm te geven.”

Toen in 1989 alles in Europa aan het schuiven raakte en in november de Muur viel, wist Kohl als geen ander hoe je politieke macht moet verwerven, uitoefenen en behouden. Hij had zich bewezen als handige overlever, die er niet voor terugdeinsde zonodig al zijn machtsmiddelen keihard in te zetten, ook in het buitenland.

Zo kon hij het verzet van de Britse premier Thatcher tegen de Duitse eenwording breken. Ook de Franse president Mitterrand stond huiverig tegenover een verenigd Duitsland, maar die kon er – binnen een verenigd Europa met een sterke Frans-Duitse as (en op den duur de euro) – makkelijker dan Thatcher mee instemmen. Kohl koesterde de relatie met Frankrijk, hij wist dat die Duitsland een onmisbare legitimatie bezorgde en Europa stabiliteit gaf.

Maar nergens was de angst voor ‘een Vierde Rijk’ zo groot als in het Verenigd Koninkrijk. Thatcher waarschuwde met de haar kenmerkende felheid dat Duitsland met de eenwording „in vredestijd dreigde te bereiken wat Hitler in de oorlog niet was gelukt”. We kunnen de geschiedenis van deze eeuw niet zomaar negeren, schreef ze in februari 1990 in The Times. Ze probeerde Gorbatsjov – en later ook Mitterrand – zover te krijgen dat hij de eenwording zou afwijzen.

Maar het was vergeefs. Niet alleen omdat Kohl en Genscher snel en doortastend optraden en de tijdgeest goed aanvoelden, maar ook omdat ze krachtig gesteund werden door Amerika en de toenmalige president George H.W. Bush.

Kohl was er namelijk niet alleen van overtuigd dat het verenigde Duitsland ingebed moest zijn in de Europese Unie (toen nog Europese Gemeenschap). Hij had er ook altijd voor gezorgd dat de band met de Verenigde Staten sterk was. Hij was ervan overtuigd dat het voor Duitsland essentieel was in het Westen verankerd te zijn. Begin jaren tachtig had hij zich sterk gemaakt voor plaatsing van Amerikaanse kernraketten in West-Europa, een reactie op de toename van zulke raketten aan Russische kant. Die stellingname had Kohl in Washington veel krediet bezorgd.

Bush senior was net als Kohl een leider die lang onderschat is. Maar hij bewees zijn grote politieke klasse toen het ene na het andere communistische regime in Europa verkruimelde, de Berlijnse Muur viel en uiteindelijk in 1991 ook de Sovjet-Unie werd opgeheven. Na vier gespannen decennia was de Koude Oorlog eindelijk voorbij, maar Bush onthield zich van triomfalisme. Hij klom niet op de Berlijnse Muur om een grote toespraak te houden, wel wetende dat hij Gorbatsjov daarmee ernstig in de problemen zou brengen. En instemming van Gorbatsjov met de Duitse eenwording was cruciaal.

Bush steunde snelle eenwording

Zo terughoudend als Bush naar buiten toe was, zo krachtig steunde hij Kohl in internationaal overleg en het streven naar Duitse eenwording – tegen alle bedenkingen van Europese landen in. Zonder steun van Bush was het Kohl niet gelukt de eenwording zo snel door te drukken. De Amerikaanse president leidde vanaf de achtergrond, leading from behind avant la lettre, en speelde een sleutelrol bij het ontstaan van het nieuwe Duitsland en de nieuwe ordening in Europa.

Minder dan een jaar na de Val van de Muur was Duitsland, dat decennia het brandpunt van de Koude Oorlog was geweest, vreedzaam herenigd. In de Bondsdag bedankte Kohl een aantal staatslieden die Duitsland dankbaar mocht zijn, zoals de premier van Hongarije, die een jaar eerder zijn grenzen had geopend voor vluchtelingen uit de DDR en zo ‘de eerste steen uit de Berlijnse Muur had getrokken’ (in de woorden van de historicus Heinrich August Winkler). Hij bedankte ook Bush, Mitterrand en natuurlijk Gorbatsjov. Thatcher noemde hij niet.