Nederland rolt de oranje loper uit

Vestigingsklimaat

Nederland gaat heel ver om buitenlandse bedrijven hierheen te lokken. Een goed woordje van de premier, nieuwe plantenbakken voor het hoofdkantoor, maar vooral: een aantrekkelijke belastingdeal.

Illustratie Pepijn Barnard

Onder luid applaus trekken premier Mark Rutte en de Israëlische zakenmagnaat Idan Ofer een groot rood satijnen gordijn opzij. „Dit is een geweldige dag voor Nederland, voor Amsterdam én voor ICL”, speecht Rutte enthousiast in het Engels. Chemieconcern ICL, ooit een Israëlisch staatsbedrijf, beheert al jaren een fosfaatfabriek in de Amsterdamse haven en heeft de hoofdstad nu ook gekozen als locatie voor haar nieuwe Europese hoofdkantoor, goed voor 300 nieuwe banen.

Met mobieltjes in de lucht leggen genodigden de ruk aan het gordijn en daarmee de officiële opening vast. Omdat de verbouwing nog niet is afgerond, komt achter het gordijn een computeranimatie van het toekomstige kantoorinterieur van ICL in Amsterdam Nieuw-West tevoorschijn. Het maakt de sfeer op de receptie er niet minder om.

Premier Rutte en grootaandeelhouder Idan Ofer (R) onthullen een projectie van het nieuwe Europese hoofdkantoor van ICL. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Koopmannen

De feestelijke opening begin 2015 toont het succes van koopmansland Nederland dat alles uit de kast haalt om multinationals hierheen te lokken. „Er is een keiharde concurrentiestrijd gaande, want iedereen wil graag werkgelegenheid en welvaart hebben via buitenlandse bedrijven”, zei minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD) hierover recent in de Kamer.

De opening toont ook de dubbele moraal van Nederland, dat in Europa regelmatig onder vuur ligt omdat het multinationals te grote fiscale voordelen zou bieden. In de mini-enquête in de Tweede Kamer over de Panama Papers de afgelopen twee weken, hoefden de multinationals en hun adviseurs niet op te komen draven om uitleg te geven over hun handelwijze.

Uit gesprekken met ingewijden en duizenden pagina’s aan grotendeels vertrouwelijke documenten blijkt hoe Nederland de strijd won om een van die bedrijven: Israel Chemicals, oftewel ICL. Doorslaggevend waren niet de „hoge kwaliteit van dienstverlening, uitstekende infrastructuur, hoogopgeleide vakmensen” en „aantrekkelijke woonomgeving” die premier Rutte in zijn openingsspeech noemde.

Doorslaggevend was de op maat gemaakte en zeer lucratieve belastingdeal die de Israeliërs, die in hun eigen land grote problemen hadden met de fiscus, konden sluiten met de Nederlandse Belastingdienst. Daarmee overtroefde Nederland Zwitserland, dat tot op de laatste dag ook in de race was als vestigingsplaats voor het cruciale bedrijfsonderdeel van ICL.

Ontbijt

De kiem wordt gelegd op een maandagmorgen in december 2013. In een vijfsterrenhotel aan de Middellandse Zee iets boven Tel Aviv schuift ICL-topman Stefan Borgas aan bij Mark Rutte voor het ontbijt. Rutte is op handelsmissie in Israël en hief de avond daarvoor nog het glas met premier Netanyahu en een groep meegereisde Nederlandse ondernemers.

De ‘ontbijtmeeting’ is opgezet door het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), een tak van het ministerie van Economische Zaken met wereldwijd 27 kantoren. „We roll out the orange carpet”, luidt een van de slogans van dit toerismebureau voor bedrijven. Volgens het eigen jaarverslag zorgden de inspanningen van deze Hollandse koopmannen vorig jaar voor 11.398 nieuwe banen in Nederland en 1,74 miljard euro aan investeringen. De afgelopen vijf jaar was NFIA betrokken bij de komst van 982 nieuwe projecten van buitenlandse bedrijven, waaronder ICL.

Rutte wordt via een memo minutieus gebrieft door het NFIA-kantoor in Tel Aviv. „Versterken relatie ICL”, luidt een van de gespreksdoelstellingen die de premier meekrijgt, net als „inzicht krijgen over mogelijke uitbreidingsplannen van ICL in Nederland.”

Borgas spreekt niet met meel in de mond: ICL (bedrijfsslogan ‘Where needs take us’) wil de wereldwijde inkoop bundelen in een nieuw Europees hoofdkantoor in een nader te bepalen land. Rutte springt meteen op dat nieuws in. Hij biedt Borgas alle steun aan en belooft voor hem in Nederland afspraken te regelen met minister Kamp, de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan en VNO-NCW-voorman Bernard Wientjes.

Premier Rutte schudt Stefan Borgas, topman van ICL, de hand tijdens de opening van het nieuwe Europese ICL-hoofdkantoor. Foto: PR Newswire

„To the point en constructief”, zo herinnert Rutte zich het gesprek later. De premier, immer attent, stuurt kort na de ontmoeting een bedankmail aan Borgas waarin hij via zijn naaste adviseur laat weten dat hij heeft „genoten” van de kennismaking. „De premier hoopt dat u Nederland kiest als locatie voor uw nieuwe Europese hoofdkantoor.” De NFIA zal Borgas verder helpen, belooft Rutte. Er is geen woord aan gelogen.

Koosjer

Medio februari 2014 organiseert NFIA samen met haar lokale pendant Amsterdam in Business een tweedaagse ‘fact finding trip’ voor de ICL-top. Imponeren is het doel.

NFIA zet een presentatie in elkaar waarin Nederland als aantrekkelijkste land van Europa wordt neergezet. Als een NFIA’er op de radio over een onderzoek hoort waaruit blijkt dat Nederlanders de minste dagen vrij in Europa hebben, stelt die meteen voor dit als „slide” toe te voegen aan de presentatie voor ICL: nog een reden voor de Israëliërs om zich hier te vestigen.

Tijdens de twee dagen in Nederland bezoekt de ICL-top de Universiteit Wageningen en omliggende chemiebedrijven. Kraton, een chemiebedrijf dat eerder een kantoor in Amsterdam opende, wordt opgetrommeld om te vertellen hoe goed dat bevalt. En zoals Rutte al beloofde, ontvangt ook burgemeester Van der Laan de ICL-delegatie.

Met de directie van het Havenbedrijf wordt er gedineerd op de 23ste verdieping van het Okura-hotel, bij sterrenrestaurant Ciel Bleu. Geluncht wordt er bij de bekende koosjere broodjeszaak Sal Meijer in Amsterdam-Zuid. „Was goed voor de sfeer en werd gewaardeerd”, mailt een NFIA’er na afloop over de koosjere touch.

Het belangrijkste is echter de afspraak in Den Haag met de secretaris-generaal Maarten Camps, de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken. Die neemt de honneurs waar voor minister Kamp, die verhinderd is. Op de agenda: wat Nederland voor ICL kan betekenen. Ook KPMG Meijburg, de Nederlandse belastingadviseur van ICL, schuift aan.

ICL-topman Borgas is in dat gesprek duidelijk en vertelt dat de keuze voor het Europese hoofdkantoor gaat tussen Zwitserland en Nederland én dat hij binnen zes tot acht weken de knoop wil doorhakken. „Ging goed”, mailt een NFIA’er meteen na de vergadering. „We moeten aantonen dat we Zwitserland matchen of tenminste benaderen taxwise.”

Camps krijgt een bedankje van ‘zijn’ koopmannen. „ICL is gesterkt in het vertrouwen dat de Nederlandse overheid voor ze klaar staat, mede door bezoek.” Het „enige voorbehoud dat ze nog maken is de belastingsituatie”. Maar de NFIA’er maakt zich daar geen zorgen over. Hij mailt Camps „uit ervaring” te weten dat de belastingdienst „altijd zeer coöperatief is”.

Rotterdams rulingteam

Nederland gaat ver om ICL over de streep te trekken. Daags na het bezoek aan Nederland krijgt Borgas een brief vol bravoure. ICL wordt uitgenodigd met de Belastingdienst in gesprek te gaan over een speciale, op maat gemaakte belastingdeal: een ruling. „Omdat wij er van overtuigd zijn dat deze ruling gunstig uitpakt voor ICL, zijn wij bereid een financiële bijdrage te leveren aan een ICL-belastingstudie”, die wordt uitgevoerd door KPMG Meijburg. De helft van de kosten voor het fiscale advies, met een maximum van 25.000 euro, mag ICL declareren bij de staat – of de Israëli’s hun kantoor nou in Nederland optrekken of niet.

Ondertussen zet ICL maximaal druk op de ketel. Op 3 maart maakt een hooggeplaatste ICL’er per mail kenbaar dat de komst van het Europese hoofdkantoor in Nederland afhankelijk is van hoe ver de Belastingdienst bereid is te gaan. Op 20 maart staat een afspraak met het nationale rulingenteam van de Belastingdienst in Rotterdam op de agenda. Wat daar besproken wordt, is de basis voor een „go-no go beslissing”, mailen de Israëliërs. ICL zal kiezen tussen Zwitserland en Nederland „waarbij de effectieve belastinglast van doorslaggevende betekenis zal zijn”. En voor zover de Nederlanders nog aan het gissen waren wat de Zwitsers bieden? Het „effectieve belastingpercentage” is daar „rond de 10 procent”.

In Rotterdam wordt gesproken over een APA-ruling: een op maat gemaakte afspraak over hoe de geldstromen binnen ICL lopen en waar er met de fiscus wordt afgerekend. Omdat ICL de wereldwijde inkoop vanuit Nederland gaat doen, spelen er allerlei vragen. Bijvoorbeeld: als het Amsterdamse ICL-kantoor grondstoffen inkoopt bij ICL in Israël en die vervolgens verkoopt op de wereldmarkt, wordt de winst dan in Nederland of in Israël belast? En tegen welk tarief? Het is „een technisch heel complexe casus”, vindt de Belastingdienst.

Hoewel ministers vaak doen voorkomen dat er met het rulingenteam in Rotterdam niet wordt onderhandeld, gebeurt dat wel degelijk. Niet over de hoogte van de winstbelasting, die is voor iedereen 25 procent, maar wel over welk deel van de winst die berekend wordt. ICL heeft voor die onderhandelingen KPMG Meijburg in de arm genomen.

De precieze belastingvoet, die voor tien jaar gaat gelden, wordt geheim gehouden door ICL en de Belastingdienst omdat het bedrijfsgevoelige informatie betreft. Maar uit documenten die NRC in handen kreeg via een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, blijkt dat de fiscus ICL niet teleurstelt. Het belastingpercentage „voldoet aan ICL’s verwachtingen”, mailt NFIA begin april intern rond.

Brief van NFIA aan ICL (19 februari)

Dyslectisch

Terwijl nog verder onderhandeld wordt over details van de ruling, gaan de koopmannen door. ICL wordt ook in contact gebracht met de Belastingdienst in Heerlen, waar via een andere ruling geregeld wordt dat expats 30 procent van hun salaris belastingvrij krijgen uitgekeerd. Eén belastingambtenaar wordt aanbevolen met de begeleidende woorden: „[hij] in Heerlen is een goede vent.”

De NFIA doet haar motto ‘We roll out the orange carpet’ eer aan en gaat aan slag om de ICL-expats wegwijs te maken in Nederland. Dat gaat verder dan het verwijzen naar mogelijk geschikte huurhuizen (Amstelveen, 4.500 euro per maand) op woningsite Funda. Ook aan de school voor de kinderen wordt gedacht.

Een kink in de kabel dreigt als de dyslectische zoon van de senior vice-president van ICL een afwijzing krijgt van de International School of Amsterdam, vanwege het ondermaatse resultaat bij een toelatingstoets. De koopmannen bellen met de schooltop, leggen uit dat de jongen dyslectisch is en wijzen en passant op het economische belang van ICL, waarna de vader langs mag komen bij de schooldirecteur. De zoon krijgt een herkansing, waarbij rekening wordt gehouden met de dyslexie en hij alsnog wordt toegelaten. „Bedankt voor jullie hulp, ik heb een positief antwoord gekregen”, mailt de senior vice-president begin mei naar de NFIA. „Jiehooo!”, mailen NFIA’ers elkaar.

Inmiddels heeft ICL met hulp ook een kantoorpand gevonden. De keus valt op een complex in Amsterdam Nieuw-West aan het Koningin Wilhelminaplein, vlak bij het World Fashion Centre.

Op het plein staat een kot van Visshop Bloemberg, maar verder is er weinig. ICL vindt het voorkomen van het plein in Nieuw-West „grijs”, „grauw” en „niet uitnodigend” en dringt bij de gemeente aan op een facelift. Die formuleert daarop herinrichtingsvoorstellen onder de noemer „kleur voor het Wilhelminaplein”. Er worden „plantenbakken in zitpoefs” en „bloembollen in siergrasborders” ingetekend op een plattegrond, vergezeld van foto’s van klaprozen en narcissen.

Maar bij ICL is men niet erg onder de indruk. „Een beetje karig”, mailt de verantwoordelijke ICL’er teleurgesteld terug. Waar is de extra groenstrook? Waar is de beloofde boom? Waar is de kleur? „Met kunst kan je ook kleur brengen.”

Voorstellen Wilhelminaplein

Lakse houding

Eind oktober wordt de komst van het hoofdkantoor openbaar, omdat vastgoedbedrijf Maarsen Groep via een persbericht meldt dat het 5.500 vierkante meter gaat verhuren aan ICL. Kranten pikken dat op. De NFIA is furieus dat het nieuws uitlekt en had zelf met die eer willen strijken. „Erg jammer”, wordt intern rondgemaild. „Wederom” een voorbeeld van „de lakse houding van ICL”. „Nu ligt de nadruk op het aantal vierkante meters in plaats van de business.”

Achter de schermen wordt ondertussen hard gewerkt aan de officiële opening van het kantoor. NFIA en ICL willen heel graag dat premier Rutte die verricht. De openingsdag en tijd worden dan ook in overleg met het ministerie van Algemene Zaken op basis van Rutte’s agenda gekozen: 29 januari 2015.

„Beste wensen voor 2015. Dat er maar weer veel investeringen naar onze kusten moge komen!”, zo trappen de NFIA’ers het nieuwe jaar af. Er wordt een pr-bureau ingehuurd en de speechschrijver van Rutte wordt voorzien van ‘bouwstenen’ voor zijn openingstoespraak.

Video van de opening van het ICL-hoofdkantoor, met de speech van minister-president Mark Rutte:

Ook wordt er een nieuwe briefing gemaakt voor Rutte over ICL en haar grootaandeelhouder Idan Ofer, met wie hij de opening zal verrichten. Bij de NFIA maken ze zich zorgen over het woord ‘controversieel’, dat genoemd wordt in het profiel van Ofer dat naar Den Haag wordt gestuurd. NFIA vreest dat die omschrijving Algemene Zaken wel eens „zenuwachtig zou kunnen maken terwijl daar geen grond voor is”.

Met 2,9 miljard dollar aan vermogen is Ofer een van de rijkste Israëliërs. Dat hij en niet zijn broer Eyal de helft van ICL’s aandelen bezit, is een kwestie van het lot. Toen hun vader en selfmade miljardair Sammy Ofer in 2011 overleed, verdeelden zijn twee zoons zijn zakenconglomeraat door gesloten enveloppen uit een hoed te trekken. Idan trok ICL, Sammy het scheepvaartimperium. De Van Goghs en Picasso’s verdeelden ze op vergelijkbare wijze, vertelde Idan in een zeldzaam interview met Bloomberg.

De omschrijving ‘controversieel’ wordt gehandhaafd in de briefing voor Rutte, net zoals een korte verwijzing naar de kritische documentaire The Shakshuka System uit 2009 over de politieke banden van de Ofers. In de documentaire komt onder andere voorbij hoe vader Sammy in de jaren negentig tijdens een privatiseringsgolf ICL voor een appel en een ei kocht.

Premier Rutte met grootaandeelhouder Idan Ofer (midden) en ICL-topman Stefan Borgas (rechts) tijdens de opening. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Op een donderdagmiddag eind januari 2015, ruim een jaar nadat Mark Rutte in Israël ontbeet met ICL-topman Stefan Borgas, is daar het resultaat. De premier staat zij aan zij met Idan Ofer op een podium in een Amsterdams kantoorpand. Hij heeft de linkerhelft van een rood gordijn in zijn hand, Ofer de rechterhelft. Na de openingsceremonie overheerst bij de NFIA de tevredenheid. Zelden is de premier bij een opening en zelden was er een betere kans voor de dienst om zichzelf op de kaart te zetten als binnenhengelaar van buitenlandse multinationals.

„Als er nog leuke high res -foto’s of filmpjes van de opening of het interview met Rutte en Borgas beschikbaar zijn, dan houden we ons aanbevolen”, mailt een medewerker aan het mediabureau dat de opening heeft verzorgd. „Met zoveel mooie uitspraken is het ook in ons belang dat deze opening breed wordt uitgemeten :-).”

NRC onthulde eind mei dat NFIA de afgelopen vijf jaar elf keer meebetaalde aan de rekening van fiscalisten van multinationals: Kom hierheen, wij betalen de rekening.

Een Kamermeerderheid heeft na die NRC-publicatie gestemd voor moties die minister Kamp verplichten hier een eind aan te maken: Kamermeerderheid eist eind aan ‘subsidie’ belastingontwijking