Cultuur

Interview

Interview

Manon Flier: „Tijdens de Spelen was ik jaloers op Reinder. Hij was vrij, kon doen wat hij het liefst deed, zijn droom najagen en ik zat thuis. Dát wilde ik ook.”

Foto David van Dam

Volleybalster Manon Flier verruilt de zaal voor het zand

Beachvolleybal

Een mooi avontuur, zegt Manon Flier (33) over haar switch naar het beachvolleybal. „Ik ben ervan overtuigd dat ik goed word.”

Alsof ze een nieuwe studie is begonnen, zo ervaart Manon Flier haar wending van zaal naar zand.

Volleyballen op een andere ondergrond, het maakt wel degelijk verschil, zelfs voor een 430-voudige international met een rijke carrière in hallen over de hele wereld. En dan is ze bijna een jaar terug ook nog moeder geworden, van dochter Milou. Ga er maar aan staan. Maar na een wankelmoedig begin heeft Flier een verbond met het zand gesloten. Uit het hart: „Inmiddels heb ik zandbenen en ben ik ervan overtuigd dat ik een goede beachvolleybalster ga worden.”

Een beetje gek was het wel, dat een telefoontje van Marleen van Iersel haar van zaal naar strand moest loodsen. Ben je getrouwd met Reinder Nummerdor, twaalf jaar lang één van ’s wereld beste beachvolleyballers, had je nooit serieus overwogen ook de buitenlucht op te zoeken. „We hebben er gekscherend wel eens over gesproken, maar ik miste de overtuiging dat ik er geschikt voor ben”, verdedigt Flier zich. „Pas nadat Marleen had gebeld en zei dat ze me al langer op het oog had als partner, ben ik er echt over gaan nadenken. Tja, als een kenner met ervaring je vraagt.”

Nu de naweeën van de bevalling verdwenen zijn, groeit Fliers vertrouwen. Ze voelt zich niet langer hormonaal verward en verdwenen zijn de rugklachten. Tijd om haar basisniveau op te krikken. Want dat is hard nodig, ervoer ze. „Ik voelde me aanvankelijk slap, kon de ballen niet slaan zoals ik in de zaal gewend was. En dan ook nog dat instabiele zand. Dat was moeilijk te accepteren. Ik kon niet meteen laten zien wat ik meen te kunnen. Maar ik voel dat het eraan zit te komen. Vorige week tijdens een wedstrijd dacht ik eindelijk: yes, ik kan het.”

Plotseling moet er geld bij

Het strand is even wat anders dan het veilige leventje in de zaal, waar de contracten en het leven goed waren. De inkomsten houden (nog) niet over: geen stipendium, amper sponsors en door de magere resultaten nauwelijks prijzengeld. Plotseling moet er geld bij, dat is wennen. En dan moet er met een kind thuis ook veel geregeld worden. „Alsof ik een bedrijfje run”, zegt Flier met een glimlach. „Mijn leven is 180 graden gedraaid. In de zaal heb je een vast schema, wist ik de hele week waaraan ik toe was. Als beachvolleybalster leef je bij de dag. Je moet heel flexibel zijn en dat is voor mij als controlfreak met een kleine best lastig.”

Met een toenemend zelfvertrouwen groeit ook Fliers ambitie. Voorzichtig denkt ze aan ‘Tokio 2020’, de Olympische Spelen waaraan ze in de zaal nimmer meegedaan heeft. Haalde Nederland vorig jaar, na twintig jaar absentie, de Spelen van Rio de Janeiro, verliet Flier net het kraambed. Milou vergoedde de pijn van haar afwezigheid, maar er waren momenten dat de volleybalster het zwaar had. Flier: „Kreeg ik tijdens de openingsceremonie berichtjes van de meiden. Dat was moeilijk. Of als ik op tv naar Reinder keek. Hij was vrij, kon doen wat hij het liefst deed, zijn droom najagen en ik zat thuis. Ik was jaloers. Dát wilde ik ook.”

Want dat olympische vlammetje is nog niet gedoofd, ook al is Flier over drie jaar 36. Met partner Van Iersel heeft ze afgesproken dit jaar volle bak te spelen, alles eruithalen wat erin zit en dan evalueren. Alles overwegende maakt ze dan de keus of het traject naar ‘Tokio’ realistisch is. Flier: „Dan kunnen we redelijk de balans opmaken. Waren de resultaten bemoedigend? Hoever kunnen we komen? Werkt het met de thuissituatie? Kortom, is het alle opofferingen waard? Maar dat ik het leuk vind, staat nu al vast.”

Leuk was aanvankelijk een relatief begrip. Flier had meer het gevoel een compleet nieuwe sport te moeten leren. Ze moet bijvoorbeeld passen, iets dat ze in de zaal bij hoge uitzondering deed. Is ook niet haar specialisme. „Dat valt best tegen”, verzucht ze. „Maar ik moet wel, heb geen keus. Als het mislukt, zal ik toch een oplossing moeten vinden. Die pass moet ik optimaliseren, want ik kan nu eenmaal niet gewisseld worden.”

Geen veilige, kleine zone meer

Bleef de verandering maar beperkt tot de pass. Er volgde een scala noodzakelijke aanpassingen. „Blokkeren, ook zoiets. In de zaal was ik een oké-blokkeerster, meer niet. Had ik mijn veilige, kleine zone naast de antenne en was mijn opdracht ‘zijlijn dichthouden’. Nu heb ik een heel net en moeten vele zones afgeschermd worden. Serveren, één van mijn wapens, is ook een stuk lastiger. Het veld is niet negen bij negen meter, zoals in de zaal, maar acht bij acht. Scheelt in de lengte dus twee meter. En dat omhoog komen uit het zand. Pff, ook een hele kunst. Het is een hele investering, hoor.”

Maar klagen? No way. Flier is bij volle bewustzijn een nieuwe weg ingeslagen. Spijt heeft ze niet. Integendeel, zegt ze. „Het gaat mij om het avontuur, de drive die ik nog heb. Ik wil uitvinden of het nog in me zit een nieuwe carrière te beginnen. Man, ik geniet volop.”