Met zesduizend man van de superglijbaan af

Obstakelruns

Afgelopen weekend kwam een deelnemer van een hardloopwedstrijd met hindernissen door een ongeval om het leven. De obstakels van de populaire runs worden steeds hoger en spannender. Wie houdt de veiligheid van de deelnemers in de gaten?

Opbouwwerk van de Strong Viking Obstacle Run the water edition in Wijchen, niet de glijbaan van het noodlottige ongeval. Merlin Daleman

Vier dagen voor de start van hardloopevenement VenloStormt, afgelopen weekend, tekenden zich op de Maasboulevard de eerste contouren van een superglijbaan af. „We zijn begonnen”, zei een cameraman die alles vastlegde. „Wat ga je hier doen?”, vroeg hij steigerbouwer Raoul Pons. „Een glijbaan bouwen”, glimlachte die. „Het wordt een fantastisch bouwwerk.”

Een glijbaan is het kroonjuweel van elke obstakelrun. Organisatoren laten hun deelnemers waden door modder, klauteren over muren, tijgeren door tunnels. En wie het betalen kan – goedkoop is al dat steigerwerk niet – bouwt een steile baan die eindigt in het water. Geliefd bij publiek, berucht bij deelnemers met hoogtevrees.

De populariteit van obstakelruns is in Nederland snel gegroeid. Elk weekend wordt ergens wel zo’n hindernisloop gehouden. Er zijn parcoursen voor sportievelingen, vriendengroepen, het hele gezin. Afstanden variëren van 1 tot pakweg 20 kilometer. Evenementen met soms tienduizend mensen aan de start en een veelvoud aan toeschouwers. Deelnemers verschijnen verkleed of zwaaiend met vlaggen en naast de sportieve uitdaging telt ook de sfeer, de drank, het eten, de merchandise.

Maar gezellig was het op VenloStormt, midden in de stad, allerminst. Vier dagen nadat steigerbouwer Raoul Pons de superglijbaan had opgebouwd, kreeg hij een telefoontje: er is iemand overleden. Aan zijn steigers lag het niet, aan de constructie evenmin. Het slachtoffer, een 29-jarige vrouw, goed getraind, kreeg in het water iemand boven op zich en kwam niet meer boven. Een duikteam haalde haar uit het water, ze overleed de volgende dag in het ziekenhuis. Een noodlottig ongeval, concludeert de organisatie.

VenloStormt, 5.706 deelnemers, gebruikte de zelfontworpen superglijbaan voor het eerst. Pons maakte als steigerbouwer wel vaker obstakels voor runs in de buurt, maar niet eerder een glijbaan van dit formaat. Zeven meter hoog, zes meter breed en 24,5 meter lang. Met een knikje op het eind, zodat deelnemers zouden worden gelanceerd om vier meter lager in de Maas te plonzen. Als een levend projectiel.

Hooibalen en autobanden

De superglijbaan is een „doorontwikkelde” versie van een exemplaar dat bij eerdere edities is gebruikt, zegt de organisatie. Die eerdere versie was een stuk kleiner: 3,7 meter hoog en 6,5 meter lang. Maar alle organisatoren van obstakelruns zien dezelfde trend: hindernissen moeten hoger, groter, spannender om publiek en deelnemers te trekken en te blíjven trekken.

Vergelijk de obstakels van dit jaar maar eens met die in 2012, toen in Nederland de allereerste run in Hellendoorn werd gelopen, naar Duits voorbeeld. De 3.500 deelnemers vermaakten zich met hooibalen, een bak water en autobanden.

Dit jaar zijn er voor de runs in Nederland in totaal 250.000 startbewijzen verkocht en trotseren fanatiekelingen de meest innovatieve obstakels, van draaiende wielen tot schuimstormen en watervallen. Obstakels met namen als ‘Storm the Castle’ en ‘The Iceman’ worden vooraf geanalyseerd op YouTube. Deelnemers schaffen speciale schoenen aan en volgen de obstakelrun-competitie op Ziggo-tv. Ze verwachten spektakel voor hun startbewijs, minstens 40 euro per loop, anders schrijven ze zich wel elders in.

Organisaties moeten zich dus blijven onderscheiden. Daarvoor kijken ze allereerst naar Amerika, voorloper in obstakelruns, en daarna naar elkaar. Wie heeft welk nieuw obstakel? Toonaangevend zijn de twee grootste organisaties, Mud Masters en Strong Viking. Die laten hun objecten ontwerpen door eigen constructeurs en huren vaste steigerbouwers in die met de renovatie van huizen zijn gestopt om zich fulltime te richten op obstakelbouw.

Promotievideo van Strong Viking:

Hoek van 64 graden

Hét voorbeeld onder de glijbanen is de Fjord Drop, gemaakt door steigerbouwer en fanatiek obstakelloper Patrick Visser uit Hardinxveld-Giessendam. Hij zet bij runs een glijbaan neer van 10 meter hoogte en 16 meter lengte. Hoger en korter dan die in Venlo, maar in opzet vergelijkbaar. Deelnemers glijden onder een steile hoek van 64 graden naar beneden en vliegen daarna nog zo’n vijf tot zes meter door de lucht alvorens te landen in het water.

De Fjord Drop is tot nu toe bij elf evenementen ingezet. Tachtigduizend mensen gingen eroverheen en altijd ging het goed, zegt organisator Strong Viking. De veiligheidsmaatregelen die Strong Viking ervoor heeft opgesteld zijn dan ook niet mals: zes deelnemers mogen tegelijk naar beneden, elk in een eigen baan en met een eigen begeleider van wie ze boven eerst instructies krijgen en daarna, tegelijk, een licht duwtje, zodat ze elkaar bij de landing in het water niet raken. Twee reddingzwemmers houden de deelnemers vanuit het water in de gaten en pas als een coördinator vanaf de kant gebaart, mag de volgende groep.

Of zulke veiligheidsmaatregelen ook zijn betracht bij de vergelijkbare superglijbaan van VenloStormt, is nog onderwerp van het politieonderzoek. De organisatie van VenloStormt – een lokale stichting – benadrukte na het incident dat aan alle veiligheidseisen is voldaan.

Steigerbouwer Raoul Pons kan zich de controle van de superglijbaan vooraf door de gemeente nog goed herinneren. „Zo’n zes man waren er. Iemand van de politie, de brandweer, de gemeente, een ingenieur. Dezelfde gezichten die je bij evenementen hier in de buurt wel vaker ziet.”

Maar zo’n inspectie is niet alles, zegt Jerry Jansen, oprichter van de zelfbenoemde brancheorganisatie OCR International. „De sport is nog zo nieuw, gemeenten weten helemaal niet waar ze op moeten letten.” Een brandweerman kijkt naar brandveiligheid, een politieman naar de openbare orde, een GGD’er naar de kwaliteit van het water, een bouwkundig ingenieur naar de sterkte van de constructie. Maar wie, zegt Jansen, kijkt er naar het gebrúík, de functionele veiligheid?

Splinterende balken

Het zijn vooral de kleinere obstakelruns waar het volgens Jansen soms schort aan de veiligheid. Splinterende balken, uitstekende schroefjes, touwsoorten die snijden in je hand. „Allemaal niet levensbedreigend, maar wel vervelend.” Jansen komt obstakels tegen die om budgettaire redenen te smal zijn zodat er een file ontstaat en er, als het koud is, onderkoeling kan optreden. Kleine runs moeten het vaak hebben van lokale sponsoren en timmermannen die nog ergens een dot hout hebben liggen. „Daar gaat het vaak mis.”

Ook per gemeente verschilt de kwaliteit van de inspectie, zegt obstakelbouwer Patrick Visser. „Bij de ene komt de controleur vooral langs om een biertje te doen, bij de andere zie je vier inspecteurs staan te trappelen om alles te checken.” Visser ziet geregeld bouwmethodes die hem doen fronsen. „Laatst liep ik over een obstakel waar geen sloffen onder de steigers zaten, dan kan de boel gaan schuiven. En bij een glijbaan vorig jaar was de ronding van de plaatdelen op het einde niet goed, waardoor je klap op klap kreeg.” De superglijbaan in Venlo kent hij alleen van foto’s. Hij heeft twijfels of je zo’n lange glijbaan wel moet willen, gezien de snelheid die je erop ontwikkelt. „Een glijbaan met die lengte zie je meestal alleen bij Red Bull Extreme Sports. En daar hebben deelnemers een speciaal pak aan.”

Bij de ene komt de controleur vooral langs om een biertje te doen, bij de andere zie je vier inspecteurs staan te trappelen om alles te checken

Veel organisaties zouden een officieel keurmerk voor obstakels, dat nog niet bestaat, best een goed idee vinden, zeggen ze. Nu schakelen sommigen vrijwillig eigen keurmeesters in en beslissen ze soms naar eigen inzicht over de veiligheidseisen die een obstakel nodig heeft.

De man van de omgekomen Gitte Leurs staat zondag aan de start van opnieuw een obstakelrun. Met háár startnummer 36 – als eerbetoon – zal hij meedoen aan de Strong Viking in Nijmegen en daar onder andere de Fjord Drop trotseren. Steigerbouwer Raoul Pons leeft mee met de nabestaanden van Leurs. „Maar ik heb gewoon mijn werk gedaan, en dat is goed bevonden. Ik bouw alleen de steigers.”