Recensie

Met alleen maar een roadtrip komt hij/zij er nog niet

Gezien de aandacht voor genderidentiteit en gender in literatuur, kunnen we de komende jaren een hoop genderfluïditeit in romans verwachten. Meer dan eerst, bedoel ik, want ze waren er heus: denk aan Andreas Burnier, Jeffrey Eugenides (Middlesex), laten we Woolfs Orlando niet vergeten, Maggie Nelsons De argonauten of de margeklassieker Stone Butch Blues van Leslie Feinberg. De Amerikaanse Sara Taylor voegt zich bij die groep, met haar roman De Laura’s.

Was Taylor (1988) in haar debuut De kust, genomineerd voor de Baileys Prize en de Guardian First Book Award, wel erg uitleggerig betreffende motieven en verhaallijnen, in De Laura’s vermijdt ze wat betreft één zaak deze valkuil voortreffelijk: hoofdpersoon Alex, op een onverwachte roadtrip met haar/zijn moeder die op zoek gaat naar oude jeugdvrienden, is zelf helemaal niet zo bezig met zijn/haar genderidentiteit. Die ligt ergens in het midden, noch man noch vrouw, en verder is Alex gewoon een puber en overgeleverd aan een heel scala puberongemakken, zoals hormonale chagrijnigheid en een heftige masturbeerdrang. Daarbovenop wat ongebruikelijkere ongemakken, zoals een moeder die zich als een soort actieheld door de VS beweegt en in gore motels slaapt, een ex in elkaar trimt, zich prostitueert. Ondanks dit alles bezit Alex, zoals zhij (wanneer komt er een mooi neutraal voornaamwoord naar Nederland?) mooi contempleert, het ‘moederzoekende zesde zintuig’.

Daarmee schreef Taylor een coming-of-age road novel – en daarvoor moet je van verdomd goeden huize komen. De vraag is of dit bij Taylor het geval is. Beweging alleen is geen garantie voor een levendige roman, en alles in het extreme aanzetten is daar evenmin noodzakelijk een middel toe. We snappen het: mannen die een tiener een lift aanbieden kunnen gevaarlijk zijn. Een pistool in je roman is spannend. De dragqueen-vriend kennen we in betere vorm uit het werk van Irving en Cunningham. Dit alles omkranst met zinnen als ‘rivieroevers die zo drassig waren als een geschaafde knie die net begon te helen’ (getverdemme) en in een verteltempo dat aan een vluchtige voice-over doet denken, geeft het iets oppervlakkigs en onorigineels. Zelfs die goed gevonden Alex, met zijn/haar heerlijke gevoel voor humor, verandert daar weinig aan.