Cultuur

Interview

Interview

Foto David Payr

‘Wij Europeanen zijn de slachtoffers van ons eigen succes’

Interview Philipp Blom Nu een populistische lente is uitgebleven, lijkt Europa even ‘gered’. Wishful thinking, zegt historicus Philipp Blom. ‘De onderstroom is nog niet goed.’

Veel Europeanen zijn de afgelopen maanden een beetje optimistischer geworden. Bij de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Oostenrijk scoorden de populisten minder goed dan verwacht. Het politieke midden zegevierde. Ook de Duitse schrijver en historicus Philipp Blom haalt opgelucht adem. Tegelijkertijd bekijkt hij deze U-turn met scepsis. „Interessant idee,” zegt hij, „dat een paar verkiezingen onze structurele problemen kunnen oplossen. Dat kunnen ze natuurlijk niet. Europa is van een rigide onhervormbaarheid. Ik begrijp dat mensen blij zijn met iemand als president Macron. Maar denk je nu echt dat één man zoveel kan veranderen?”

Blom (Hamburg, 1970) zit met een opschrijfboekje voor zich op het terras van artiestencafé Korb, in het hartje van zijn woonplaats Wenen. Hij drinkt citroenlimonade. Mensen lopen voorbij met grote kartonnen tassen van internationale modehuizen als Miu Miu en Armani, die hier de laatste jaren één voor één zijn neergestreken en de lokale middenstand tot een exodus hebben gedreven.

Zoveel te verliezen

Het gespreksonderwerp is Europa. Waar gaat het heen? De wereld verandert snel; gaat het ons lukken Europa mee te laten veranderen? Blom lijkt het te willen geloven, maar het lukt hem duidelijk niet. Kijk naar de passanten hier op straat, zegt hij in vrijwel accentloos Nederlands (zijn moeder is Nederlands, zijn vader Duits). „We kopen, kopen, kopen. Europeanen hebben het veel te goed. We hebben zoveel te verliezen. Dan ben je niet in de mood om dingen te veranderen. Je wilt juist dat alles hetzelfde blijft. Voorlopig krijgen we geen revoluties, maar over ingrijpende hervormingen in Europa heb ik evenmin illusies.”

U heeft een boek geschreven over de politieke turbulentie in de jaren twintig en dertig: ‘Alleen de Wolken’. In het interbellum voedden economische crisis en politieke turbulentie nationalisme en protectionisme. Die parallel ligt er nu toch minder dan vorig jaar, het jaar van Brexit en Trump?

„De parallel was toen zeker sterker dan nu. Maar ik ben historicus. Ik kijk naar de longue durée, niet naar de politiek van de korte termijn. Ik zie op de korte baan inderdaad wat frisse lucht. Maar de onderstroom is nog altijd niet goed. Wat Europa nodig heeft, is democratische legitimatie. Met Europese kieslijsten en een direct gekozen parlement, zodat de EU niet staat voor lidstaten en regeringen, maar een bond is van Europese volkeren. Waarom kunnen Fransen alleen op Fransen stemmen en Duitsers alleen op Duitsers? Ik heb dat altijd bizar gevonden. We moeten de belangen van alle Europeanen bundelen en mondiaal verdedigen. Zo krijgen we een stem op het wereldtoneel.

„Maar goed, dit gaat niet gebeuren. Lidstaten willen dat niet: het ondergraaft hun macht. Dus moeten we gaan voor second best: onze bestaande instituties zó hervormen dat ze ons kunnen helpen de enorme problemen die Europa heeft, op te lossen. Migratie. Klimaatverandering. De digitalisering. Energievoorziening. Jeugdwerkloosheid. De groeiende verschillen tussen rijk en arm. Enzovoort. Dit zijn grote kwesties. Hoe we dit met zijn allen aanpakken, bepaalt onze toekomst. Iedereen praat erover, maar we doen er vrij weinig aan. Want iedereen wil zijn privileges houden.”

De nieuwe Franse president Macron bereidt ingrijpende wijzigingen in de arbeidswet voor. Hij is de meest Europese president die Frankrijk sinds lange tijd heeft gehad. Is dat geen goed begin?

„Ik zie hoeveel enthousiasme hij opwekt. Misschien krijgt hij iets in beweging. Ik hoop het. Maar mijn punt is: de uitdagingen zijn immens en de weerstand is groot. We moeten ons bijvoorbeeld voorbereiden op de digitalisering van de economie. Veel banen gaan verdwijnen of sterk veranderen. Dit maakt burgers angstig. Ze kijken met angst en beven naar de toekomst. Ze wíllen eigenlijk helemaal geen toekomst. Dat is treurig. Maar op zich hebben zij natuurlijk geen ongelijk. Ze hebben begrepen: ons businessmodel werkt niet meer.

„Dertig jaar lang hebben we burgers als consumenten behandeld. Zolang de economie groeide en zij hun goodies kregen, accepteerden de burgers alles. We zitten gevangen in een economie die op groei is gebaseerd. Dat kan niet eindeloos in dit tempo doorgaan. De groei zwakt af en intussen vernietigen we de planeet. Het gevolg is dat je mensen vraagt alles te verbouwen en veranderingen te accepteren, terwijl ze er nauwelijks meer goodies voor terugkrijgen. Dit is nu de onderstroom. Het krachtenveld onder de Europese politiek.”

Dus de vraag is wat we burgers kunnen bieden in ruil voor hun steun aan hervormingen?

„Als je wilt dat ze ervoor gaan, moet je proberen hen ervoor te winnen. Hoe doe je dat? Door te laten zien dat ze er baat bij hebben. Vroeger kregen ze geld, goedkope kredieten bijvoorbeeld, om huizen en verre reizen te kopen. Nu krijgen ze vooral nog doemscenario’s aangeboden: ‘Accepteer hervormingen, anders gebeurt er iets vreselijks met ons allemaal.’”

De economie in de eurozone trekt flink aan. We kunnen mensen toch helpen de draai te maken naar de nieuwe economie, bijvoorbeeld door te investeren in omscholing?

„Ja. Die ruimte is er nu. De vraag is alleen: gebruiken we die ook? Ik zie het niet. Mensen zeggen weleens tegen me: ‘Wat ben jij apocalyptisch!’ Maar kijk naar de geschiedenis. Grote transformaties vergen veel tijd, ontzettend veel tijd, omdat mensen maar langzaam mee veranderen. En veel tijd hebben we nu niet.”

Uw laatste boek, De Opstand van de Natuur, gaat over een korte ijstijd die Europa veranderde. Hoe lang duurde dat?

„Ruim honderd jaar, van 1570 tot 1685. Veranderingen in de natuur brachten een kentering teweeg in de feodale, vroeg-industriële samenleving. Alles was toen geconcentreerd op landbouw. Op graan. Klimaatverandering, een verkoeling van de aarde met twee graden, veroorzaakte een grote landbouwcrisis. Die leidde tot sociale en politieke onrust in alle lagen van de bevolking, van landeigenaren tot horigen. Uit pure noodzaak moest de maatschappij omschakelen naar iets anders. Nederland is zich toen gaan focussen op handel. Dat heeft het land voor altijd veranderd.”

Dat was het begin van een bloeiperiode voor steden als Amsterdam.

„Ja. De beurs werd opgezet. Markten kwamen op. Allerlei regels moesten worden opgetuigd, om te zorgen dat het geen chaos zou worden. Het is fascinerend om te zien hoe werkelijk alles veranderde. Mensen moesten overleven, en dat deden ze. Maar het mercantilisme, dat toen opkwam, creëerde ook problemen: de logica van economische groei was voor een deel gebaseerd op uitbuiting van de armen. Het was een keiharde maatschappij in dat opzicht. Net als onze maatschappij nu. Je komt in een welvaart terecht die zo succesvol is dat ze je uiteindelijk nekt.

Wij Europeanen zijn de slachtoffers geworden van ons eigen succes. Nu krijgen we de backlash.

„Destijds vond de uitbuiting grotendeels plaats bínnen onze eigen maatschappij. Nu is de uitbuiting veel meer extern. In Afrika. In Azië. Je kunt het migratieprobleem of de schaarste aan grondstoffen niet los zien van ons economische model. Het energieprobleem, de werkloosheid en terrorisme ook niet. Wij Europeanen zijn de slachtoffers geworden van ons eigen succes. Nu krijgen we de backlash. Met populisten, die mensen manipuleren met slogans, samenzweringstheorieën en religieuze wereldbeelden. Zij maken dankbaar gebruik van de ineenstorting van sociaal gezag.”

Denkt u niet dat het populisme op zijn retour is?

„Nee. De populisten raken een snaar. De laatste helft van de twintigste eeuw stond in het teken van de emancipatie. We hebben de dekolonisatie gehad, vrouwen kregen gelijke rechten, de sociale controle is enorm teruggeschroefd. Het goede was dat we ons bevrijd hebben van het paternalisme en van de macht van de kerk. Maar het gevolg is ook dat er geen gemeenschappelijke richting meer is, weinig sociale cohesie. Mensen zijn niet meer bereid om te doden of sterven voor de gemeenschappelijke zaak. Tegelijkertijd zijn mensen tribale aapjes. Ze willen hun stam terugvinden. Ik ben bezig met een nieuw boek, dat hierover gaat. Hoe angstiger de aapjes worden, hoe kleiner ze de stam willen hebben. Daar spelen de populisten gretig op in.”

Er komt volgens Blom nog iets bij: de kerk van vroeger is nu verplaatst naar de commercie. „Tegenwoordig identificeren veel mensen zich met koopwaar. Met merken. Je bent Nike of Adidas, Coke of Pepsi. Je kunt tegenwoordig op grond van de wijk waarin iemand woont of met één blik op het merk shirt dat hij draagt, al voorspellingen doen over zijn stemgedrag, over de boeken die hij leest, enzovoort. De mens is altijd door zijn structuren beperkt. Vroeger waren dat sociaal-religieuze structuren. Nu zijn het commerciële structuren. Zolang ze geloofden dat groei oneindig was, was dat een min of meer acceptabel surrogaat. Maar sinds de crisis is die zoektocht naar de stam goed begonnen.”

Het uiteenvallen van de Finse populistische partij of de afkalving van de Duitse AfD zeggen dus niet zoveel?

„Nee. Dit zijn ups en downs, momentopnames. De zoektocht van de aapjes is nog in volle gang.”

Nog even terug naar de kleine ijstijd. Als we onszelf toen bijna opnieuw konden uitvinden, waarom zouden we dat nu dan niet kunnen?

„Niet iedereen veranderde toen even makkelijk, hoor. De Ming-dynastie werd gedecimeerd. In Rusland verhongerden tienduizenden mensen. Ons is het gelukkig wél gelukt. Maar lukt dat nu weer? Er zijn belangrijke verschillen tussen het Europa van toen en het Europa van nu. De schok kwam toen van buiten, uit de natuur. Nu wordt ze door mensen veroorzaakt. Een tweede verschil is dat alles toen langzamer ging. We hadden honderd jaar om ons aan te passen aan de nieuwe realiteit. We konden nadenken over wat we moesten doen, regels opstellen voor geaccepteerd gedrag in de nieuwe situatie, enzovoort. Nu gaat alles pijlsnel; we hebben hooguit één generatie. En de elite heeft grote moeite andere burgers te overtuigen dat hervormingen nodig zijn.”

Ik dacht altijd van mezelf dat ik niet in een ivoren toren leefde. Nou, nu weet ik: het is wel zo.

Duikt de elite te veel weg?

„Ja. De sociale consensus is ernstig verzwakt. Laatst had ik een gesprekje met iemand in de Weense metro. Toen we het over politiek kregen, zei hij: ‘O jammer. Ik had je bijna een leuke vent gevonden’. Dan gaat er echt een luik dicht. Dat maakt het zo moeilijk om debatten te voeren. Bijna iedereen praat alleen maar met gelijkgestemden. Ik ben een poosje geleden naar een volkswijk verhuisd. Mensen denken hier compleet anders dan in mijn oude wijk. Ik had niet gedacht dat het verschil zo groot zou zijn. Ik dacht altijd van mezelf dat ik niet in een ivoren toren leefde. Nou, nu weet ik: het is wel zo. U en ik behoren maar tot een klein groepje.”

Wat is het verschil tussen u en deze buurtgenoten?

„We zijn allemaal even intelligent. Maar we informeren onszelf via andere kanalen en maken andere keuzes. Ik probeer rationeel te denken, zij veel minder. Dat baart me zorgen. Ratio is ontzettend belangrijk in een democratie.”

Historicus Philipp Blom: „Onze leiders zijn meer managers. Ingrijpende veranderingen hoeven we van hen niet te verwachten”. Foto David Payr

Nu populistische partijen in Europa stemmen verliezen, zeggen velen juist dat de democratie weer even rustig kan ademhalen.

„Dat klopt. Maar de polarisatie is niet weg. Iedereen zit in zijn eigen bubbel. Dat hindert de democratie. Bovendien is het politieke partijlandschap een beetje dood. Outsiders winnen overal, vooral als ze een ‘beweging’ opzetten. Dat gebeurde in de jaren dertig ook. Macron, Wilders en Trump: allemaal staan ze vervolgens aan het hoofd van een partij die ze dan volledig naar hun hand zetten. Dat kan goed aflopen, als de leider een deugdzaam democraat is. Maar voor hetzelfde geld is hij dat niet. Trump laat zien hoe snel het kan gaan, hoe belangrijk het dan is dat je sterke instituties hebt met mensen die terugvechten.”

Een andere grote handicap van onze democratie, zegt Blom, is dat de sociale ongelijkheid toeneemt. „Wat we vooral nog hebben, is twee dingen: de markt, waarop het recht van de sterkste heerst, en de burcht, een soort vesting waarin mensen zich terugtrekken om terug te gaan naar een verleden dat er nooit is geweest. Een van de belangrijkste kenmerken van de democratie is Machtsverzicht. Dat je de macht ook weer kunt loslaten. Dat mijn clan zich aan de regels van de democratie houdt als jouw clan die regels ook respecteert. Je hebt hier vertrouwen voor nodig. Je moet die andere clans als het ware kunnen lézen.”

Kunnen goede leiders vertrouwen terugbrengen?

„Jazeker, kijk naar Nelson Mandela. Maar ik zie geen generatie van presidentiële giganten, momenteel. Onze leiders zijn meer managers. Bestuurders, die tegelijkertijd vertegenwoordigers zijn van economische belangen. Ingrijpende veranderingen hoeven we van hen niet te verwachten.”

Denkt u echt dat ze allemaal over één kam te scheren zijn?

„Ik zie dat iemand als Macron eilandjes van hoop probeert te creëren. Van initiatief. Van kansen. Dat is uitstekend, want je moet het blijven proberen. Het geeft mensen hoop. Dan zetten ze zich in voor iets dat groter is dan zijzelf en hun zorgen. Wie weet steekt het anderen aan.”

Maar u houdt er een hard hoofd in.

„Waar we naartoe moeten, is een samenleving waarin solidariteit en milieubewustzijn zozeer tot het gemeenschappelijk belang horen dat mensen er offers voor willen brengen. Daar zijn we verre van.”

Wat ziet u als het grootste risico?

„Dat er nog een crisis komt zoals die van 2008. Volgens Ian Kershaw, de Britse historicus die veel over nazi-Duitsland heeft geschreven, hebben vier factoren er tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog voor gezorgd dat de democratie ten onder ging: racisme, territoriale conflicten, klassenstrijd en een diepe crisis van het kapitalisme. Ik zie in Europa nu geen nieuw Weimar. Zoals gezegd, we hebben te veel te verliezen. Maar als er nog een crisis komt, zal de klap harder aankomen. Landen hebben miljarden verloren aan bailouts van banken. Dat kunnen ze niet nog eens. Dan kunnen we in een situatie terecht komen waarbij mensen niet veel meer te verliezen hebben. Hou je dan maar vast.”

Correctie: in een eerder stuk stond in de laatste zin ‘wél iets te verliezen hebben’. Dat is aangepast in: ‘niet veel meer te verliezen hebben’.