Recensie

Let vooral op het borstzakje

Historica Ileen Montijn schreef een vermakelijke verkenning over het vermaken en recyclen van kleding. Nu big business!

Installatie (fragment) met poppen van stro, jutte en oude kleding van Jos de Gruyter en Harald Thys Art Basel/Unlimited 2014 Foto Willem Mes/Hollandse Hoogte

Bij ons thuis ging een keer per jaar de missiezak de deur uit, met alle kleding die door ons niet meer gedragen zou worden. Maar voor ze de zak ingingen werden sokken en jassen door mijn moeder helemaal nagekeken. Gaatjes werden gestopt, knopen weer aangezet, en als een kledingstuk echt niet meer kon, dan eindigde het als dweiltje op het aanrecht.

Altijd gedacht dat dit gedrag kwam doordat mijn moeder de hongerwinter had meegemaakt. Het blijkt van alle tijden te zijn, weet ik na lezing van Tot op de draad van Ileen Montijn: kleren in leven houden door ze te verstellen, te vermaken, te verven, en ze door te geven aan volgende generaties of aan minderbedeelden.

Zuinigheid is een van de hardnekkigste hebbelijkheden van de Nederlandse elite

Kleren weggooien is moeilijk. Ze zitten maanden en soms jaren dicht op de huid, intiemer kan bijna niet. Bovendien bepalen ze hoe we gezien worden. Wie kleren van de hand doet, neemt afscheid van een deel van zijn uiterlijk. Maar met de immer uitdijende kleerkasten van tegenwoordig is af en toe wat wegdoen onontkoombaar. Het snel veranderende modebeeld, maakt de selectie vaak makkelijk. Het welvarender deel van de bevolking draagt nog maar weinig echt af. Er wordt per jaar per hoofd van de bevolking meer dan vijf kilo kleding ingezameld. Overal staan containers waarin kleren in gedeponeerd kunnen worden. Er komt ook minder liefdadigheid bij kijken dan veel mensen denken, al staat de naam van het Rode Kruis op de container. De handel in tweedehands textiel is big business. Marinus Boer, directeur van Boer Groep, een cluster textielinzamel en -sorteerbedrijven, is een vaste waarde in de Quote 500.

Het familiebedrijf van Boer bestaat ruim een eeuw. Tot in de jaren vijftig gingen zijn voorouders met handkarren door de straten van Rotterdam, op zoek naar oud papier, metalen en lompen – het klassieke voddenrapen dat vaak aan joden werd overgelaten. De Boer Groep verwerkt nu per dag 450 ton oud textiel en doet zaken met zo goed als de hele wereld.

De kunst van de tweedehands handel is het uitsorteren: of het nog naar een winkel kan, voor armenzorg bestemd kan worden, of vermalen moet worden. Het is nog steeds voornamelijk werk voor vrouwen. Die moeten ook goed weten waar het gat in de markt zit.

In de naoorlogse periode doken slimme handelaren in de dumphandel van Amerikaanse legerkleding. Het aanbod creëerde in dit geval de vraag: alternatieve studenten en scholieren hoefden niet langer naar burgerlijke kledingzaken. Loe Lap werd er rijk en zelfs landelijk beroemd mee. Tweedehandskleding kreeg een nieuwe aantrekkingskracht. Met de hippies voorop ontstond een nieuw circuit van zelfbewuste mensen die zich niet wilden conformeren aan de confectie van de grootwinkelbedrijven. Hoe goedkoper en armzaliger die confectie werd, hoe uitbundiger het tweedehandscircuit ging bloeien. Vintage is inmiddels een levensstijl, waarmee je kunt laten zien dat je een neus hebt voor kwaliteit. Er wordt op gejaagd.

Egalitair Nederland

Ileen Montijn is in ruim twintig jaar uitgegroeid tot een belangrijk chroniqueur van de subtiele sociale scheidslijnen in het o zo egalitaire Nederland. In het onovertroffen Leven op stand (1998) ontrafelde ze de levenswijze en de vele ongeschreven wetten van de Nederlandse bovenlaag tussen 1890 en 1940, in Hoog geboren (2012) deed ze iets vergelijkbaars over een langere periode specifiek van de Nederlandse adel.

Ook aan kleding kleeft veel standsbesef. Montijn laat het zien aan de hand van het moeizame verstel- en oplapwerk aan de koningsmantel van de Oranjes. Traditie en allure blijken weinig te mogen kosten. Ze stelde eerder al vast dat zuinigheid een van de hardnekkigste hebbelijkheden is van de Nederlandse elite.

Tot op de draad is een vermakelijke verkenning van de ontelbare manieren waarop sinds eeuwen het leven van kleren gerekt wordt, van sokken stoppen tot jasjes binnenste buiten keren (altijd herkenbaar aan de plaats van het borstzakje). Montijn zoekt niet naar diepere verklaringen voor de menselijke neiging om kleren te blijven hergebruiken en aan elkaar door te geven. De economie verandert, de mode verandert nog sneller, maar kleding die door een ander gedragen is, lijkt altijd haar aantrekkingskracht te behouden. Omdat ze bijzonder is, goedkoop, en als het meezit zelfs gratis.