Klussen is niet eng (zeker niet na deze tips)

Bijna elke klusser begint met prutsen en verprutsen. Ook dat kun je beter met goed gereedschap doen.

Illustratie Istock, Foto en montage NRC

Voor succesvol klussen zijn maar twee dingen nodig: durf en goed gereedschap. Durf om dingen te verknoeien, muren te beschadigen en planken te verzagen. Dat moet, want klussen leer je vooral door het te doen. Dat gaat vaak fout, ook heel handige klussers zijn begonnen met kastjes te verprutsen en leidingen verkeerd aan te sluiten. Maar ze hebben ervan geleerd, en daarom zijn ze nu zo handig.

Dan het gereedschap. Wat moet je hebben om de eenvoudigste klusjes te klaren? Om te beginnen: koop géén doos, koffer of kist waar ‘alles in zit wat je nodig hebt’. Die zijn óf te duur, óf van te slechte kwaliteit en in ieder geval: te vol.

We beginnen met de basis. Hamer, tang, zaag en schroevendraaier.

Neem een gewone rechte hamer met een houten steel en een gewicht van 400 gram (dat gewicht wordt meestal op de hamerkop vermeld). De tang: koop er twee: een combinatietang en een waterpomptang. Neem niet de allergoedkoopste, van iets duurdere tangen heb je je leven lang plezier. Heb je nog wat geld, koop er dan meteen een zijkniptang bij, om draad door te knippen. Dat gaat óók met een combinatietang, maar een gevorderde klusser knipt nóóit met een combinatietang.

De zaag. Een eenvoudige handzaag is prima, veel zul je in het begin niet zagen en als hij bot is, koop je een nieuwe.

Schroevendraaiers. Er zijn veel verschillende schroeven, dus één schroevendraaier is niet genoeg. Je moet er in ieder geval drie hebben. Een kleintje voor elektrische dingen: stekkers, fittingen, schakelaars. De breedte van het blad onderaan is ongeveer 3 mm. Dan een gewone met een blad van 7 of 8 mm breed. En natuurlijk een kruiskopschroevendraaier. Neem een middenmaat, of koop er twee.

Ziezo, dat is dat. Reken op een paar tientjes, dertig tot vijftig euro ben je al gauw kwijt en bij gereedschap is het nog zo dat duurdere spullen ook betere spullen zijn.

Nog een paar nuttige dingen:

Als je ’m nog niet hebt: een rolmaat is onontbeerlijk. Liefst een die vijf meter kan meten. Een blokhaak, om haakse potloodstrepen op je werkstuk te zetten voordat je gaat zagen. Als je geen blokhaak hebt: bij de meeste handzagen is het handvat zo geconstrueerd dat je ’m ook als blokhaak kunt gebruiken. Leg het zaagblad plat op het hout, duw het handvat tegen de rand en haal je potlood langs de bovenkant van het zaagblad.

Een stanleymes mag ook niet ontbreken.

Koop een accuboormachine. Het aanbod in de doorsnee klushal is overweldigend en ook de goedkope modellen hebben tegenwoordig een redelijke kwaliteit. Een duurdere machine van een bekend merk heeft als voordeel dat je er een nieuwe accu voor kunt kopen als de oude het niet meer doet. Koop er een setje HSS-metaalboortjes (2- 10 mm) bij – daar kun je óók goed in hout mee boren. Maar niet in steen!

Lees de column van redacteur Martine Kamsma, die na het vertrek van de man wel zelfs moest gaan klussen: Ze koopt nu elke jaar een nieuw stuk gereedschap, op fuck-Vaderdag-dag.

Boren is niet het belangrijkste wat je met een boormachine gaat doen. Je zult er vooral mee gaan schroeven. Dat gaat met een bitje, dat je in een bithouder klikt. Je hebt in ieder geval twee bitjes nodig: PZ1 en PZ2. Die passen in de meest gebruikte kruiskopschroeven. Je hebt ook kruiskopbitjes die daar erg op lijken, maar ongeschikt zijn: die zijn te herkennen aan de code PH: PH1 en PH2. Ze zijn bestemd voor de zogenaamde Phillipsschroeven, die nauwelijks nog gebruikt worden. Het zijn nu voornamelijk Pozidriveschroeven (vandaar PZ). Bezuinig niet op bitjes, koop er meteen een paar, en bedenk dat goedkope bitjes razendsnel slijten.

Als je een gat in een muur wilt boren, heb je niks aan je accuboor. Huur een boorhamer, of koop er een als je vaker in muren gaat boren. Koop er in elk geval een SDS-boor van 6 mm bij. Oefen eerst op een stuk muur dat niet zo in het zicht ligt. Boor een paar centimeter diep, tik er een plastic plug van 6 mm in en schroef er met je accuboor een kruiskopschroef in.

Zo, nu heb je een aardig setje

Je hebt nu een aardig setje, en ook als je het nooit gebruikt zul je er veel plezier aan beleven. Want het is het eerste waar dat handige nichtje om vraagt als je haar smeekt even naar de loshangende wandlamp te kijken: „Heb je een kleine schroevendraaier? Waar ligt je combinatietang? En het stanleymes?”

Ben je zelf wat handiger, dan doemen al gauw nieuwe wensen op. Zoals een vijl. Neem een grovere voor hout en een fijne voor metaal. Een ijzerzaag. Je hebt ze klein en groot, maar een grote werkt veel prettiger. Moersleutels. Een setje steek-ring is het handigste. Aan de ene kant zit dan een ringsleutel, aan de andere kant een steeksleutel in dezelfde maat. Als je de maten 8 tot en met 19 mm hebt, krijg je elke moer los. En voor de nog grotere moeren kun je een verstelbare sleutel (‘Bahco’) nemen.

Berg alles op in een la, of koop voor een paar euro zo’n aluminium koffer. Stop er ook een bosje ijzerdraad, een rol klustape en een spuitbus met het universele smeermiddel WD40 in.

Je hoeft nu nergens meer bang voor te zijn.