In Qatar zeggen ze: ‘Beter een eerlijke vijand dan een oneerlijke vriend’

Boycot In de Golfsamenwerkingsraad was het beledigen van elkaars leiders bij wet verboden. In Qatar wordt de koning van Saoedi-Arabië openlijk geminacht. „Ze willen dat we als een schoothondje gehoorzamen, nou niet dus.”

Bij de voetbalwedstrijd Qatar - Zuid-Korea (13 juni) houden fans portretten van Tamim bin Hamad al Thani omhoog, de emir van Qatar. Op het t-shirt staat: "Glorie aan Tamim". Foto Reuters

Terwijl de zon bijna opkomt en ze bij SOS Burger al bijna dichtgaan en het vasten over een half uur begint, pakt de mede-eigenaar van de hamburgertent gratis stickers uit een la. In een buitenwijk van Doha, de hoofdstad van Qatar, deelt hij stickers uit met het portret van Tamim bin Hamad al-Thani, de emir van Qatar. Daarop de tekst (op het formaat van een eetbord): ‘Tamim, de overwinnaar’. SOS Burger was de eerste die ermee kwam, later volgden andere bedrijfjes.

Nasser, Qatarees, ondernemer, eind twintig, is er blij mee. Hij had zijn WhatsApp-profielfoto al veranderd in zo’n portret en nu kan hij er ook een op zijn BMW X-serie plakken. „We zijn verneukt door Saoedi-Arabië, het land dat onderaan de totempaal staat wat de mensenrechten aangaat en dat door niemand aardig gevonden wordt”, zegt hij. Qatar is begin deze maand door zijn Arabische buurlanden geïsoleerd wegens ‘te nauwe banden’ met Iran.

Nasser, in een reactie op de Arabische boycot: „ Ik móét onze emir steunen en me uitspreken.” En dat deed hij dan ook, eerder die avond, op een terras van een Libanees restaurant in het centrum van de stad, waar ogenschijnlijk niets is veranderd.

De gloednieuwe wegen, de glimmende torens in het zakendistrict, de identiek ogende zandkleurige buitenwijken met blokvormige villa’s, de clusters rommelige bedrijfjes in stoffige arme immigrantenbuurten: alles lijkt bij het oude te blijven. Vrouwen in het zwart en mannen in het wit schrijden door prachtig ontworpen, maar veel te grote parken en musea. Qatar voelt nog steeds als een project waar leven in moet worden geblazen, waar het kalme en conservatieve woestijntempo maar niet lijkt te willen sporen met dat van de grote stad.

Megalomane dictator

Onder de oppervlakte daarentegen is de afgelopen twee weken zo ongeveer alles veranderd. Weg is de zorgeloze, door enorme gasvoorraden gedreven toekomst die vooral draaide om het WK voetbal in 2022, om een nieuw metronetwerk en het ene nieuwe winkelcentrum na het andere. Weg is het vertrouwen in de onderlinge solidariteit met de andere Golflanden. Het WK en de metro zullen er wel komen, maar in wat voor geopolitieke omgeving? Dat is de grote vraag, want hoe dit ook wordt opgelost, het komt niet zomaar goed. Daarvoor zijn de Qatarezen te boos en te bitter. Zo ook Nasser.

Nasser heeft geen goed woord over voor de hoofdrolspelers in het drama. Trump is volgens hem een clown en Mohammed bin Rashid al-Maktoum, de leider van Dubai, is een megalomane dictator die zou azen op het WK. De Saoedische koning Mohammed bin Salman is al helemaal afgeschreven, maar dat schept wel weer duidelijkheid: „Beter een eerlijke vijand dan een oneerlijke vriend.” Het is misschien niet onverstandig dat Nasser niet met zijn volledige naam in de krant wil.

Ook op trending hashtags als #IStandWithQatar en #WeAreAllTamim wordt de minachting voor de Saoedische koning niet onder stoelen of banken gestoken. Dat is nooit eerder vertoond in de Golfsamenwerkingsraad, waar het beledigen van elkaars leiders tot vorige week uit den boze was en bij wet verboden. In Qatar kan het ze niets meer schelen. „Ze willen dat we als een schoothondje gehoorzamen. Nou, niet dus.”


Andersom is het voor de inwoners van de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein en Saoedi-Arabië juist problematisch zich vóór Qatar uit te spreken. Op dergelijke steunbetuigingen staan inmiddels zware straffen. Zelfs het dragen van FC Barcelona-shirts is er riskant, vanwege de reclame: Qatar Airways. „Wij hebben een fysieke blokkade aan onze broek, zij een mentale”, mompelt Nasser, plotseling triest.

Het is vooral de mentale klap die pijn lijkt te doen. Fysiek lijkt het allemaal wel mee te vallen. De ‘noodhulp’, die volgens de media door Iran aan Qatar werd verstrekt, moet toch vooral als een pr-stunt van Iran worden gezien. De afgeladen ramadan-buffetten doen niet meteen denken aan een land in hongersnood. De dikke Cubaanse sigaren van de spierwit gejurkte Qatarezen in een hotellobby ook niet. De zolen van hun dure sandalen hebben het asfalt nog niet geraakt en, volgens twee Britten in dezelfde lobby, „vervangen ze hun auto als de band lek is”.

Acute hongersnood zou ook niet logisch zijn. Qatar is per inwoner het rijkste land ter wereld en de blokkade mag de invoer van producten uit Saoedi-Arabië en de Emiraten dan onmogelijk maken, dat wil niet zeggen dat er geen alternatieven zijn. Vluchten en schepen uit Oman, Koeweit, Iran, Turkije en de rest van de wereld komen gewoon aan. Qatar exporteert zelf niets dan gas en gasgerelateerde producten. En dat vooral aan Azië, dus het heeft in dat opzicht weinig last van de boycot. Eerder lijkt het erop dat de toeleveringsbedrijven uit de Emiraten en Saoedi-Arabië worden geraakt.

Dat is het beeld in megasupermarkt Lulu. Daar zijn geen lege schappen. Wel consternatie bij de melkafdeling. Een Libanees maakt foto’s van de flessen, stuurt die naar zijn vrouw om te checken of hij deze kan kopen. „We hadden altijd de kleine flesjes van Al Marai, het Saoedische merk. Dit is Turks, ik weet niet of dat hetzelfde is.” Om de klanten te bedienen, staan er bordjes met vertalingen van Turkse zuiveltermen naar het Arabisch, Engels, Hindi en Filippijns. Tam yağli betekent ‘halfvol’.

Als wij niet toegeven, zit er voor hun niks anders op dan oorlog, gezichtsverlies is erger voor ze

Nasser, Qatarese ondernemer

Verderop doet een man onderzoek naar de herkomst van de eieren. Hij wil het liefst lokale eieren, en zeker geen Saoedische. Hij wijst lachend op de grote stapel Saoedische eieren die kennelijk slecht verkopen. „Ze zijn ook duurder trouwens”, zegt de man. Het ministerie van Handel brengt met grote posters lokale producten onder de aandacht. Boven de komkommers en paprika’s: „Met zijn allen steunen we nationale producten.”

Ramkoers

Het zou een geluk bij een ongeluk kunnen zijn. Ondernemer Nasser vindt in elk geval van wel. „We hadden allang meer zelf moeten produceren. Daar is nooit serieus naar gekeken.” Hij hoopt ook dat de Qatarezen uit hun volgzame sluimerstand schieten, politiek en sociaal actiever worden. Ook wil hij dat er meer interactie komt met de grote groepen migranten in zijn land, die zo’n 90 procent van de bevolking uitmaken, maar met wie nauwelijks contact is.

Hij schaamt zich daarvoor, want de steun voor Qatar en de emir komt ook uit die hoek. Op Twitter of Instagram wordt de een na de andere steunbetuiging gepost. „Qatar geeft ons werk en onze families een beter inkomen, daarvoor zijn we dankbaar”, luidt de boodschap. De emirstickers prijken ook op de ruiten van de busjes met bouwvakkers, op weg naar hun bloedhete bouwput. Van een land dat volgens Nasser op ramkoers ligt. „Als wij niet toegeven, zit er voor hun niks anders op dan oorlog, gezichtsverlies is erger voor ze.” Hij moet er niet aan denken.