Column

Hoofdstad

Marcel

Ik had afgesproken met een vriendin uit Arnhem. Ze was voor werk in Amsterdam, een stad die ze goed kende. Ze wilde ’s avonds uit eten. Typisch Arnhems vond ik dat ze me gedurende de dag op de hoogte hield van haar ervaringen in de hoofdstad. Leuk dat er zoveel kwaliteitsboekhandels zitten (in Arnhem zijn dat er maar twee), maar voor de rest stelde het niet zoveel voor.

Goed, grachten had je in Arnhem niet.

We hadden afgesproken op het terras van het grootste gebouw op de Nieuwmarkt, De Waag.

„Weet je waar dat is?” vroeg ik nog, maar dat was tegen het zere been. Natuurlijk wist ze dat. Wat was ik in al die jaren eigenlijk ver-Amsterdamst, want ik zat al net als de rest daar te doen alsof het er heel groot is terwijl de gemeente Arnhem qua vierkante kilometers…

Toen ik er al een kwartier op het terras zat, meldde ze dat ze op de Nieuwmarkt stond maar De Waag niet kon zien.

„Het gebouw in het midden”, zei ik.

„Er staat geen gebouw.”

Niet toegeven dat je op het verkeerde plein staat, nee, boos doen omdat je geen gebouw ziet en dat volhouden.

„Er staat geen gebouw, zwaai anders even.”

Ik zwaaien.

Ze hing op.

Even later belde ze weer, ze stond op het Spui. Vanaf daar loodste Google-maps haar via het Rembrandtplein naar de Nieuwmarkt, onderweg werd ze regelmatig aangeklampt door toeristen die ook niet wisten waar ze waren.

Ze wandelde uiteindelijk woedend de Nieuwmarkt op.

Vond ze Amsterdam eerst nog helemaal geen wereldstad en veel te compact, toen ze eindelijk zat klaagde ze over de afstanden en hoe onlogisch het stratenplan in elkaar zit.

Wat haar ook was opgevallen: het gebrek aan groen, bomen vooral. Ze pakte de menukaart, die was geplastificeerd.

Vies, zouden ze in Arnhem nooit doen. In Arnhem spraken ze je trouwens ook niet aan in het Engels, en in Arnhem kostte een biertje ook geen 4 euro.

Wij naar een andere gelegenheid, waar de wachttijd voor een plaatsje op het terras een half uur was. Zoiets had ze in Arnhem nog nooit meegemaakt, echt belachelijk. Ze wilde eigenlijk helemaal niet meer eten, maar ze zag op tegen de mensenmassa op het Centraal Station. Arnhem had tenminste een veel te groot station.