Column

Geld moet rollen – hoe gaan we dat regelen?

De lonen moeten omhoog, klonk het deze week overal. Hoe? Klaas Knot die lid wordt van de vakbond: dat zou een goede pr-stunt zijn. Maar het kabinet kan ook een handje helpen.

Economen zaten er decennia over in de rats. Politici doken onder de bankjes. Beleidsmakers keken glazig. Zij huiverden voor de dag dat onze gasbellen in Groningen leeg zouden zijn. Dat de begroting al die miljarden zou missen. En nu verdwijnen de gasbaten, maar zonder dat de begroting ontspoort. Bij de start rekende het kabinet-Rutte II nog op gasbaten van 10 miljard euro in 2017. In 2013 stegen de opbrengsten zelfs naar ruim 13 miljard euro. En nu? Minder dan 3 miljard. De veiligheid van de Groningers heeft de overheid gedwongen de gaskraan aan te draaien. Juist nu vertoont de rijksbegroting een overschot, zo blijkt uit de ramingen die De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau afgelopen week publiceerden. Oude angsten maken plaats voor nieuwe. Brexit. Protectionisme. De ultralage rente: een zegen (want weer groei) én een vloek (want langzaam gaan pensioenfondsen failliet).

En ondertussen zoemt de economie als een zwerm bijen op een zomerse dag.

De eensgezindheid in de prognoses maakt me wel onrustig. Als alle neuzen dezelfde kant op staan, kunnen ze ook op tunnelvisie wijzen. Gaat u allen rustig slapen. En dan opeens steekt die rampzalige storm op…

Genoeg gebibber. Wat mist er nog in de zonnige ramingen? Die hogere lonen. Die lonen die achterblijven bij de economische groei en bij de stijgende arbeidsproductiviteit. De oplossing? Het zou natuurlijk een puike pr-stunt zijn als dé twee pleitbezorgers van hogere lonen, Klaas Knot (De Nederlandsche Bank) en Laura van Geest (CPB), met aplomp lid werden van een vakbond. Of misschien zijn ze dat al, en kunnen ze dat eens onderstrepen. In zijn tijd als minister was VVD’er Gerrit Zalm lid van de ambtenarenbonden van FNV én CNV.

Maar er is meer nodig. Het is tijd voor naleving van de eerste wet van Bommel: geld moet rollen. Als de lonen op de arbeidsmarkt niet vanzelf omhoog gaan, moet het kabinet de markt een handje helpen. De ministers kunnen aan twee knoppen draaien. Met de eerste knop verbeteren ze meteen de koopkracht. Het kabinet verlaagt het algemene tarief van de btw (21 procent) en de eerste schijf in de eerste inkomstenbelasting met een procentpunt. Daar heeft iedereen profijt van. Dat kost volgens het ministerie van Financiën respectievelijk 2,6 miljard euro en 2,2 miljard euro aan staatsinkomsten. Dat brengt Nederland niet aan de bedelstaf.

Laat die sterke schouders wat extra lasten dragen: we verhogen de winstbelasting van 25 procent naar 27 procent

Met de tweede knop gaan we juist geld verdienen. Met name de grote, exporterende ondernemingen genieten op dit moment historisch hoge winsten. Bedrijven en hun financiers ontvangen ongeveer 22 procent van de jaarlijkse productie van goederen en diensten in de vorm van winst, dividend en rente.

Laat die sterke schouders wat extra lasten dragen. Daar profiteren zij straks zelfs ook weer van. We verhogen de winstbelasting van 25 procent naar 27 procent. Valt mee, toch? Dat levert in vijf jaar tijd 5 miljard euro op. Die opbrengst gaan we investeren, niet potverteren. Dat geld gaat terug naar het bedrijfsleven en komt in de economie terecht. Hoe?

Dankzij een plan van werkgeversvereniging VNO-NCW. Die lanceerde een jaar geleden NL Next Level. In dat plan investeren bedrijfsleven én kabinet tot wel 100 miljard euro in verduurzaming van de economie, innovatie, veiligheid en infrastructuur. Dat leidt geheid tot meer werk en hogere lonen. En de werkgevers hebben het zelf bedacht.

Die 5 miljard euro is het startkapitaal. Dames en heren in Den Haag, ik zeg: doen.

Marike Stellinga is afwezig.