Cultuur

Interview

Een demonstrant gooit stenen naar de politie bij protesten op 10 juni in Imzouren in het noorden van Marokko.

Foto AFP

Er staan steeds nieuwe Rif-leiders op

Marokko

Als het ene kopstuk wordt opgepakt, staat er vanzelf weer iemand op om het protest in de Rif in Marokko te leiden. De woede van de afgelopen maanden is geworteld in een lange geschiedenis van onrecht en achtergesteldheid.

Verscholen tussen dorre struiken staat een houtenkruis zonder naam. Geen plek die eruit ziet als een gedenkplaats voor ‘het slachtoffer van het systeem’. Het lichaam van vishandelaar Mohsin Fikri (31) is weggemoffeld naast een half afgebouwde moskee op het platteland bij het plaatsje Imzouren, in de Rif, in het noorden van Marokko. Alsof de problemen verdwijnen door er zand over te gooien. „Het is te hopen dat de dood van mijn broer tot iets positiefs leidt”, zegt Aimad Fikri (30) een paar kilometer verderop. „Hij was, net als ieder ander hier, slechts bezig met overleven. Zijn dood mag niet zomaar vergeten worden.”

Op 28 oktober werd Mohsin Fikri in de kustplaats Al Hoceima in een vuilniswagen vermorzeld toen hij een partij zwaardvis wilde redden die door de autoriteiten in beslag was genomen. Het rakelde bij de Riffijnen een diepgeworteld gevoel van onrecht op. Diezelfde avond stond Nasser Zafzafi op als volksleider in de stad met 56.000 inwoners. Zeven maanden later werd hij gearresteerd. „We zijn allemaal Mohsin Fikri. We zijn allemaal Nasser Zafzafi”, roepen de Riffijnen bij de talloze protesten in Marokko.

De voorbije weken krijgen de Riffijnen bijval van protesterende menigtes in andere Marokkaanse steden. Ook in het buitenland roeren Riffijnen zich. Deze zaterdag staat een demonstratie in Amsterdam gepland.

De onvrede richt zich vooral op het corrupte staatsapparaat. Politici worden beticht van leugens en bedrog. Een groot investeringsproject dat in 2015 voor de Rif werd aangekondigd is er nooit gekomen. De nieuwe regering van premier Saadeddine Othmani heeft nog geen harde toezeggingen gedaan. Overal rond Al Hoceima zijn bouwputten, maar gewerkt wordt er nauwelijks. Ook niet op de plek waar volgens een groot bord een nieuw ziekenhuis zou moeten komen. Het wachten is op een handreiking van koning Mohammed VI. Het Rifgebied – waar elk jaar honderdduizenden Marokkaanse Europeanen met vakantie gaan – maakt zich op voor een hete, onvoorspelbare ‘Riffijnse zomer’.

De onvrede is niet iets van de laatste maanden. De oudere Riffijnen zijn niet vergeten dat de vorige koning, Hassan II, twee jaar na de onafhankelijkheid van Marokko in 1958 als kroonprins een slachting aanrichtte waarbij duizenden doden vielen. De Rif werd destijds tot militaire zone verklaard.

Sindsdien is er nauwelijks geïnvesteerd in het geïsoleerde gebied, waardoor de werkloosheid onverminderd hoog en de gezondheidszorg gebrekkig bleef. In 1984 brak een nieuwe opstand uit waarna Hassan II de Riffijnen uitmaakte voor awbach (gespuis). „Weet je dat de koning vlak daarvoor hier een steen tegen zijn hoofd had gekregen? Hij hield er een enorm litteken aan over”, zegt Habib Hannoudi, activist en buschauffeur. „Hassan II is daarna nooit meer terug geweest in de Rif.”

Berbers en Arabieren

De geschiedenis van onderdrukking van de Rif gaat nog verder terug. De regio, waar vooral Berbers wonen, wist zich eeuwen aan het Arabische centrale gezag te onttrekken. De grote held van de Rif is Abdelkrim El Khattabi, een lokale krijgsheer die in 1921, na de gewonnen strijd tegen de Spanjaarden, de onafhankelijke Republiek van de Stammen van de Rif uitriep. Hij had het plan een groter gebied te bevrijden van de koloniale machten.

Het lukte de Fransen later alleen met de hulp van Arabische en Spaanse troepen én het gebruik van chemische wapens El Khattabi verslaan. Het percentage kankerpatiënten is in 2017 in de Rif nog steeds hoger dan elders.

De geest van El Khattabi waart in het Rifgebied nog overal rond. Tal van straten en pleinen zijn naar hem vernoemd. Hij wordt nog altijd gezien als de leider van de Berbers, die zichzelf Amazigh noemen – ‘vrije man’.

De politie zet traangas in om demonstranten op de Rif uit elkaar te drijven. Foto AFP

Facebook en Twitter

Riffijnen verspreidden zich sinds de jaren zestig als gastarbeiders over Europa. Via Facebook en Twitter volgen ze nu de strijd tegen het regime. Jamal El Khattabi – verre familie van de krijgsheer – leeft mee vanuit Nederland. Hij zag hoe het leger en de politie de laatste vrijdag voor de ramadan een klopjacht openden op Zafzafi, die een gebed in een moskee had verstoord. De volksleider was in actie gekomen omdat de imam namens de staat de protesten zou hebben afgekeurd. Zafzafi wist aanvankelijk te vluchten, maar hij werd een paar dagen later alsnog opgepakt en voor verhoor afgevoerd naar Casablanca.

Jamal El Khattabi houdt zijn hart vast voor Zafzafi. „Uit eigen ervaring weet ik hoe het eraan toe kan gaan”, zegt de Marokkaanse Nederlander. „Ik werd in 1989 als studentenleider van een vakbond uit Fez ontvoerd door de geheime dienst. Toen ik probeerde te vluchten, gooiden ze me geboeid van een dak van een gebouw. Daarna heb ik een maand doorgebracht in de beruchte verhoorkamers in Casablanca. Wat Zafzafi nu meemaakt, is ongetwijfeld zeer zwaar. De geschiedenis blijft zich herhalen voor de Riffijnen.”

Met volksleider Zafzafi zitten nog tientallen andere activisten vast van de zogenaamde Hirak-beweging, onder wie Mohamed Jelloul, een van de kopstukken van de beweging. Een dag voor zijn arrestatie deed Jelloul voor NRC nog zijn verhaal in hotel Basilic. Met uitzicht op het plein Mohammed VI van Al Hoceima, waar de meeste protesten plaatsvinden. En waar vishandelaar Fikri het leven liet.

Mijn dochters moeten het beter krijgen

Mohamed Jelloul, activist

„De Arabieren hebben de Amazigh in naam van Allah altijd hun wil willen opleggen. Maar wij laten ons niet onderdrukken”, zegt Jelloul, die tussen 2012 en april 2017 heeft vastgezeten in verschillende Marokkaanse gevangenissen. „Het is ze niet gelukt me te breken. Ik zet mijn strijd voort. Bang ben ik niet. Ik heb drie dochters. Wij moeten ervoor zorgen dat hun generatie het beter krijgt. Met het doden of opsluiten van de leiders schiet het regime niets op. Er staan altijd weer anderen op.”

De volgende dag wordt Jelloul alweer van zijn vrijheid beroofd.

De arrestaties van Zafzafi en Jelloul hebben de onvrede in de Rif alleen nog maar groter gemaakt. Ze zitten als levende martelaren vast. Nawal Ben Aissa heeft zich opgeworpen als het nieuwe gezicht van de populaire volksbeweging. Ze is al een aantal keer opgepakt voor verhoor. De 36-jarige huisvrouw eist naast vrijlating van de gevangenen, een ziekenhuis voor kankerpatiënten, een universiteit, een einde aan de corruptie en opheldering over de dood van vijf jongeren bij de protesten van 2011. Op haar T-shirt staat het gezicht van Zafzafi afgebeeld. Niemand weet hoe lang het duurt voordat een volgende leider om haar bevrijding zal vragen.

Demonstranten op de Rif deze week. Foto AFP